Redactieblog

3633 x bekeken 8 reacties

'Het is maar tijdelijk'

In de jaren 30 verdienden boeren amper iets. Net als nu. Dat ze toch doorgingen, kwam door de gedachte dat het maar tijdelijk was. Net als nu.

'De melkprijs is in Nederland over het algemeen te laag om de veehouderij loonend te maken'. De zin had vandaag in Boerderij kunnen staan, maar ik vond hem in een nummer uit 1932. Die hele jaargang staat vol alarmerende berichten over lage prijzen in alle sectoren en over de reactie om dan juist meer te gaan produceren in plaats van minder. Die tendens werd gezien als merkwaardig.

Tussen de regels door valt te lezen dat het wellicht de enige manier was om nog wat te verdienen, maar dat boeren zich tegelijk alleen maar verder in de nesten werkten. Een adviseur schreef een ingezonden brief: "Hoe meer wordt uitgebreid, hoe meer op de boter toegegeven moet worden en hoe meer den melkprijs nog verder in gevaar komt."

'De melkprijs is in Nederland over het algemeen te laag om de veehouderij loonend te maken'. De zin had vandaag in Boerderij kunnen staan, maar ik vond hem in een nummer uit 1932.'

Boter en bacon waren letterlijk een vetpot

Boter en bacon waren destijds letterlijk een vetpot, de export naar Engeland bracht veel geld op. Toen die plotsklaps stil kwam te liggen, waren de gevolgen dan ook groot. Opbrengstprijzen doken omlaag, boeren raakten aan de grond.

Vóór deze crisisjaren waren bedrijven min of meer zelfvoorzienend. Men hield niet meer varkens dan men afval had om te voeren, men hield niet meer koeien dan men met eigen grasland - oké, met een klein beetje kunstmest erop - kon voeren. Men had niet meer bouwland dan men zelf kon bemesten. Het kon haast niet anders dan dat de boer die deze grenzen overschreed, er flink geld op toe legde, aldus Boerderij, dat de uitbreidingsdrift afdeed als 'krankzinnig'. Vooral ook omdat vlees, boter, graan en eieren met financiële crisissteun spotgoedkoop werden verkocht aan het buitenland. 'Laat de Regeering spoedig dien onzin staken!' riep de redactie.

Vóór deze crisisjaren waren bedrijven min of meer zelfvoorzienend. Men hield niet meer varkens dan men afval had om te voeren, men hield niet meer koeien dan men met eigen grasland - oké, met een klein beetje kunstmest erop - kon voeren.

Pleidooi Boerderij voor herstructurering landbouw - in 1932

In één moeite door volgde een pleitbetoog voor herstructurering van de landbouw, om de balans er weer in te krijgen. De afhankelijkheid van export moest minder, productie moest er in eerste instantie op gericht zijn om aan de eigen binnenlandse behoeften te kunnen voldoen. Krimpen dus. Daarmee zouden meteen ook de prijzen stijgen. Maar boeren die standhielden, krompen niet. Ze modderden door omdat ze meenden dat de ellende tijdelijk zou zijn. Ooit zou de vraag wel weer aantrekken, en daarmee de prijzen. Dan zou alles weer goed komen.

Ook nu is de verwachting dat de crisis tijdelijk is

Het is zo herkenbaar allemaal, dat het lijkt alsof er niet ruim 80 jaar tussen zit. De vergelijking tussen de huidige crisis en die van toen is al vaker gemaakt. Ook nu is de verwachting dat de crisis tijdelijk is en dat de vraag wel weer aan zal trekken. De groeiende wereldbevolking moet immers eten? En ook nu klinkt het dat de veehouderij moet krimpen.

In 1932 eindigde het artikel met de vaststelling dat er ‘iets moet veranderen maar dat de beste stuurlui aan wal staan’.

In al die jaren is er veel veranderd. En tegelijk ook weer niet.

Laatste reacties

  • Bennie Stevelink

    Leuk artikel. Het laat zien dat er in de dertiger jaren ook al exportsubsidies waren. Boter die met subsidie tegen dumpprijzen naar Engeland werd verkocht. In de jaren zeventig werd door de EEG boter met subsidie tegen dumpprijzen naar Rusland verkocht. De geschiedenis herhaalde zich. Nu hebben we geen exportsubsidie meer. We moeten het doen met de prijs die het op de wereldmarkt opbrengt.
    Toen de marktbescherming werd opgegeven en het melkquotum verdween dachten sommigen dat wij terug gingen naar de marktsituatie van de jaren zeventig. We gingen echter terug naar de situatie van voor de Eerste Wereldoorlog. Voor de Eerste Wereldoorlog kende men geen marktinterventies zoals exportsubsidies. Toen moest men zich redden met de prijs van de wereldmarkt, net als nu.

  • moi !

    Het is wel de mens die hier aan de basis staat . Waarom doet een mens dit ? wie is een mens uiteindelijk? Wat wil hij . Overleven.

  • agratax(1)

    De gedachte "Morgen wordt het wel weer goed" lijkt me niet de enige drijfveer om door te gaan als boer. Een boer wil werken ook zonder verdienste en die kans ontneemt hij zich als hij stopt met zijn bedrijf (zijn vrees) Hier komt bij dat er in de dertiger jaren en ook nu weer niemand op een boer zit te wachten. Een boer is zelfstandig en zal niet eenvoudig (in zijn ogen) zinloze opdrachten aanvaarden. Hiermee is hij voor de meeste werkgeves (lees managers) niet acceptabel hoe goed hij ook is. Dus ploegt hij voort tot de buitenwereld (bank, leveranciers) hem dit beletten.

  • abjongeneel

    Dit verhaal is duidelijk te algemeen en te populistisch .
    De tijd en maatschappij en politieke verhoudingen waren toen héél anders, vele gezinnen in de crisisjaren hadden steeds minder geld om nog wat boter en vlees en andere eerste levensbehoeften te betalen.
    Dat niet alleen hier, maar ook in vele afzetlanden
    De Europese landen waren in protectie gevechten gewikkeld en ieder land had zijn tariefmuren voor buitenlandse waar. en die werden om eigen boeren te beschermen snel hoger
    Vervolgens speelde vele landen haasje over met devaluatie van hun munt, dat om goedkoper te worden en concurrentie voordeel bij de afzet te behalen, terwijl Nederland tot het laatst (onverstandig) stug aan de gouden standaard vasthield , en daardoor werden tot eind 1936 onze (landbouw)producten in het buitenland verhoudingsgewijs steeds duurder.
    Nazi Duitsland volgde een geheel eigen politiek , en zo zou nog véél meer te vertellen zijn.
    Maar wat populisme doet het blijkbaar goed.

  • Welinkm

    @abjongeneel Een mooie aanvulling!

  • oorspronkelijk

    daarna W.O.2 oprichting E.E.G.bracht met subsidie weer groei 1958
    Mansholt de linkse motor heeft later erkend dat er toen teveel is gestimuleerd.
    gevolg door politiek moeilijke keuzes in 1983 pas ingrijpen in de markt superheffing en in 1986 pas mestwet

  • Parel

    We kennen voedselbanken na 2000.
    Toen bijvoorbeeld het Sint Vincentius en andere liefdadigheidsinstellingen.
    De laatste jaren neemt het aantal daklozen in Nederland toe. Inmiddels wordt dat aantal geschat op 60.000. Jaarlijks ca. 5.000 meer.
    De armoede rukt ook in 2016 op. Digitale armoede: Mensen die daar niet mee om kunnen gaan of onvoldoende, missen financiële voordelen. Een oerwoud aan regeltjes, daar kan een digitale leek maar ook een minder geschoolde totaal geen wijs uit.
    En als je al geld tekort komt voor voedsel, is er dan nog geld om de digitale wonderen anno 2016 nog te bekostigen?
    Er is meer armoede in Nederland onder de mensen, ook boeren en tuinders, dan een regering lief is.
    Maar zoals een mens daarmee niet te koop loopt, zo loopt ook de regering er niet te koop mee. Zeker niet als er over 6 maanden verkiezingen zijn. En de politieke partijen?

  • bankivahoen

    Grote verschillen tussen bevolkingsgroepen gaan meestal niet lang goed , dat zie je al verschillende jaren zo en zal verergeren. De punten die jij aanstipt # Parel# zijn inderdaad een zeer belangrijke oorzaak daarvan.

Laad alle reacties (4)

Of registreer je om te kunnen reageren.