Home

Achtergrond 378 x bekeken

Nederlandse agribusiness zoekt groei in Zuid-Korea

Premier Mark Rutte is met staatssecretaris Martijn van Dam, voetbaltrainer Guus Hiddink en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven op bezoek in Zuid-Korea. Voor Nederland staat het land in de top 3 van belangrijkste exportlanden in Azië.

Zuid-Korea heeft 50 miljoen inwoners en is qua individuele rijkdom vergelijkbaar met Italië en Spanje. Het is een groeimarkt. De uitvoer naar Zuid-Korea groeide in de periode 2010-'15 met ruim 30%. De Zuid-Koreaanse economie groeit op de rug van bedrijven als Samsung, Hyundai en LG veel sneller dan in Europa, en de consument eet steeds vaker Westerse voeding.
De aanwezigheid van Hiddink moet deuren openen. Hiddink was in 2002 de hoofdtrainer van het Zuid-Koreaanse nationale voetbalelftal dat op het WK in eigen land de vierde plek wist te behalen. De aanwezigheid van Van Dam, die zichzelf internationaal landbouwminister mag noemen, heeft alles te maken met de belangrijke rol die landbouw in de export speelt.

EU heeft vrijhandelsverdrag met Zuid-Korea

De rol is de laatste jaren alleen maar belangrijker geworden. Dat kan verklaard worden door het afsluiten van een nieuw vrijhandelsverdrag, in 2011, dat gefaseerd een einde aan bijna alle invoerrechten maakt. De deal die de EU en Zuid-Korea afsloten, was niet onomstreden. Met name in Italië waren grote zorgen over concurrentie voor autobouwers. De agribusiness was fel voorstander, omdat de Zuid-Koreaanse landbouwers geen concurrentie vormen.

Steeds minder boeren in Zuid-Korea

In Zuid-Korea was de grootste angst dat de toch al beperkte landbouw nog verder in het gedrang zou komen. Boeren in Zuid-Korea werken vaak op kleine oppervlaktes en verdienen niet veel. De afgelopen decennia is de plattelandsbevolking sterk geslonken; jongeren zoeken hun heil in miljoenensteden. In de Zuid-Koreaanse politiek is de deal ook niet onomstreden, omdat het land strategisch kwetsbaar is door de grote importafhankelijkheid.

Sector profiteert van vrijhandelsverdrag

Marktvorsers berekenden dat het handelsverdrag de agribusiness in de EU jaarlijks circa €1,1 miljard zou opleveren. Met name de zuivel, de vleessector en de glastuinbouw zou kunnen profiteren van een gestage afbouw van alle importheffingen. Daarbij werd aangetekend dat de groei geleidelijk zou gaan, omdat tarieven over een periode van 5 jaar zouden worden geschrapt. Inmiddels zijn we 5 jaar onderweg en lijkt de sector inderdaad te profiteren.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat Nederland in 2011 voor €246 miljoen aan landbouwproducten uitvoerde naar Zuid-Korea. Inmiddels is dat bedrag toegenomen tot €304 miljoen. Een groei van ruim 20% dus, hoewel het bedrag nog altijd laag is in vergelijking met de export naar zo ongeveer alle EU-lidstaten individueel.

Zuivel profiteert het meest

De zuivel profiteert momenteel het meest. De export groeide van €80 naar €90 miljoen. De export van vlees steeg licht, waarbij het aandeel varkensvlees duidelijk toeneemt. De export van zowel bloemen en planten als groenten en fruit steeg met circa €5 miljoen. Dat de groei niet harder gaat, heeft onder meer te maken met specifieke productspecificaties of sanitaire- en fytosanitaire beperkingen die de Zuid-Koreanen soms hanteren.

Of de groei doorzet is de vraag. Ook de Verenigde Staten hebben sinds 2012 een vrijhandelsverdrag met de Koreanen, en zijn een duidelijke concurrent.

Of registreer je om te kunnen reageren.