Akkerbouw

Nieuws 2088 x bekeken 5 reacties

LTO pleit voor individueel mineralenbeleid op bedrijfsniveau

Colijnsplaat - LTO wil van een generiek mestbeleid naar individuele verantwoordelijkheid voor de teler. Dat zei Adrie Bossers, voorzitter van de vakgroep akkerbouw ZLTO tijdens de open dag van coöperatie CZAV en proefboerderij Rusthoeve in Colijnsplaat.

De bemestingsnormen en de gebruiksvoorschriften uit het vijfde actieplan Nitraatrichtlijn zijn volgens LTO te streng. Dat zorgt volgens Bossers voor verlies aan bodemvruchtbaarheid en zet de opbrengsten onder druk. "We komen zo in een negatieve spiraal terecht. Minder bemesten, betekent minder aanvoer van organische stof waardoor de mineralenverliezen weer toenemen."

Samen met akkerbouwvakbond NAV en met wetenschappelijke ondersteuning van Wageningen UR ontwikkelt LTO een set alternatieven voor het vijfde actieplan. Zogenoemde equivalente maatregelen. De teler kan hiermee op bedrijfsniveau zijn eigen mineralenbeleid voeren. Maatwerk dus. Het ministerie stelt hierbij wel twee duidelijke randvoorwaarden: de mineralenverliezen mogen niet groter zijn dan bij een generieke regelgeving en het moet op vrijwillige basis zijn. Een teler moet ook kunnen blijven kiezen voor de generieke regelgeving.

Drie equivalente maatregelen

Door equivalente maatregelen te nemen, kan een teler in eerste instantie voor de vijftien grootste akker- en tuinbouwgewassen extra stikstof en fosfaatruimte krijgen. Om meer stikstof te mogen gebruiken, geldt de eis dat de gewasopbrengst bovengemiddeld moet zijn. Vergelijkbaar met de huidige stikstofdifferentiatie voor fritesaardappelen en suikerbieten op klei. De extra ruimte zou dan niet met drijfmest ingevuld mogen worden.

Voor extra fosfaat geldt dan ook een aantoonbaar hogere gewasopbrengst. De extra ruimte zou ingevuld moeten worden met bodemverbeteraars als compost, vaste mest van graasdieren en kunstmest, maar niet met drijfmest. En het Pw-getal moet lager zijn dan 55.

Een tweede, mogelijke maatregel is het op bedrijfsniveau beperken van de drijfmestgift en in plaats daarvan stikstof te geven in de vorm van kunstmest of mineralenconcentraat. En in ruil daarvoor extra stikstof te mogen gebruiken.

Een derde equivalente maatregel die LTO voorstelt is rijenbemesting in mais, waarvoor de teler dan ten opzichte van volvelds toediening extra stikstof- en fosfaatruimte krijgt.

LTO pleit voor een snelle invoering van deze equivalente maatregelen. Het uitgewerkte voorstel ligt bij de minister. Bossers ziet deze voorstellen als een eerste aanzet naar een bemestingsmodel dat zich door moet ontwikkelen.

Laatste reacties

  • vanmeertrading


    Een heel goed plan op hoofdlijnen! Echter ik begrijp niet waarom de extra ruimte niet met drijfmest zou kunnen worden ingevuld. Dit zou zeker mogelijk moeten zijn!

  • maxisprint


    De eerst 2 equivalente maatregelen zitten veel te complex in elkaar

    Het is ook onbegrijpelijk dat de N bemestingsadviezen van de grote fritesindustieen voor de meeste fritesrassen wel tot 30 - 40 N hoger liggen dan de N-normen van RVO

  • John*

    de gedachte is goed.. jammer dat het meteen verpakt moet worden in drie acties i.p.v. de boer wat ruimte te laten zodat die zijn vakmanschap en creativiteit op een positieve manier in kan zetten.

  • joohoo

    ALLEMAAL LEUK EN AARDIG MAAR IK HEB MIJN FOSFAAT GEHALTE 30% ONDER DE LANDELIJKE NORM GEKREGEN 'VOLGENS BLGG'.
    aL DIE GEGEVENS MOGEN NIET GEBRUIKT WORDEN IN DE KRINGLOOPWIJZER EN ALS AKKERBOUWER MAG IK MAAR DE HELFT UITRIJDEN DAN EEN MELKVEEHOUDER OP HET ZELFDE GEWAS.
    hET VERLAGEN VAN FOSFAAT VIA HET VOERSPOOR IS DE GROOTSTE MISKLEUN VAN DE LAATSTE JAREN. NOG LOS VAN DE GEVOLGEN OP VOLKSGEZONGHEID.

  • alco1

     De intensie is uitstekend. Maar waarom weer zo moeilijk doen! Gewoon een herintroductie van de minas met jaarlijkse grondmonsters als bewijs.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.