Akkerbouw

Achtergrond 1207 x bekeken

Graanziektes te lijf met micro-organismen

Vlaamse onderzoekers bundelen hun krachten voor het ontwikkelen van nieuwe bestrijdingsmiddelen op basis van in de natuur voorkomende micro-organismen. Ze beginnen met middelen tegen schimmelziektes in granen en willen binnen drie jaar ten minste één marktrijp product voor graantelers presenteren. Uiteindelijk willen ze een leidende positie in de nieuwe generatie van biologische bestrijdingsmiddelen verwerven.

Aphea.Bio werd in juni gepresenteerd als spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), de Universiteit Gent en de Katholieke Universiteit (KU) Leuven. De jonge onderneming wil op biologische wijze de opbrengst van gewassen zien te verhogen én ze beter beschermen tegen bepaalde schimmelziektes.

De onderneming wist € 7,7 miljoen op te halen bij investeerders en kreeg nog eens een Vlaamse innovatie-subsidie van € 1,3 miljoen. Het geld moet voldoende zijn om binnen drie jaar ten minste één marktrijp product voor graantelers te presenteren. ‘Chief Science Officer’ Steven Vandenabeele heeft er vertrouwen in. De vraag naar duurzame gewasbeschermings- en groeibevorderende middelen neemt vanuit de maatschappij en politiek toe, aldus Vandenabeele.

Wat betekent Aphea eigenlijk?

“Aphea is de naam van een oud-Griekse godin die stond voor de landbouw en vruchtbaarheid. Er staat nog een tempel voor haar op een klein Grieks eiland voor de kust van Athene. Het was om eerlijk te zijn één van tientallen namen die we hebben overwogen.”

Het VIB is initiatiefnemer en investeerder in het project. Wat is het VIB exact?

“Het VIB is een onafhankelijk instituut voor biotechnologisch onderzoek ten behoeve van de farmaceutische industrie, de landbouw en industrie. Het is een non-profitorganisatie met een dubbel doel. Het VIB wil helpen wetenschappelijke kennis te vergroten en anderzijds de kennis tot waarde brengen, zodat geld kan worden verdiend en werkgelegenheid kan worden geschapen. Het VIB werkt nauw samen met Belgische universiteiten; ze selecteert de beste laboratoria en laat deze samenwerken.”

“Heel lang hebben boeren vertrouwd op chemische gewasbeschermingmiddelen, maar deze middelen staan onder druk”

Waarom richt VIB samen met de KU Leuven en de Universiteit Gent nu Aphea.Bio op?

“Eén van de manieren waarop VIB zijn basisonderzoek valoriseert, is het oprichten van nieuwe bedrijven. VIB zag een dergelijke opportuniteit in het technologieplatform dat uitgewerkt werd op basis van onderzoeksresultaten van professor Sofie Goormachtig, groepsleider aan VIB en Universiteit van Gent, aangevuld met de expertise van professor Jeroen Raes, groepsleider aan VIB en KU Leuven. Dit platform bleek de perfecte basis om een bedrijf op te richten. Het VIB ziet een kans in gewasbescherming en groeibevordering: heel lang hebben boeren vertrouwd op chemische gewasbeschermingmiddelen, maar deze middelen staan onder druk. Nieuwe inzichten maken dat veel middelen nu toch te toxisch worden bevonden, en het is ook steeds lastiger voor bedrijven nieuwe effectieve werkzame stoffen te vinden. Hierdoor ligt het risico op de loer dat bijvoorbeeld schimmelziektes resistenties gaan ontwikkelen, zodat de middelen niet meer werken. Daarom zijn de ogen gericht op biologische middelen. Het is een markt die volgens marktonderzoekers de komende vier tot vijf jaar kan verdubbelen tot een globale markt van meer dan € 10 miljard.”

Steven Vandenabeele van Aphea.Bio bekijkt maisplanten in de dakserre van een onderzoeksgebouw van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. - Foto: Camile Schelstraete
Steven Vandenabeele van Aphea.Bio bekijkt maisplanten in de dakserre van een onderzoeksgebouw van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. - Foto: Camile Schelstraete

En het VIB ziet een oplossing in biologische middelen. Hoe werkt het precies?

“Aphea.Bio ontwikkelt op basis van in de natuur voorkomende micro-organismen oplossingen om de opbrengst van gewassen te verhogen en ze beter te beschermen tegen bepaalde schimmelziektes. Planten, en specifieker de plantenwortels, interageren met micro-organismen, waarbij de plant koolstofcomponenten en suikerachtige componenten afscheidt die weer andere micro-organismen aantrekken. Soms bevordert de interactie de groei en soms versterkt het de defensie de plant.”

Dus wil Aphea.Bio in kaart brengen wat micro-organismen doen en een manier vinden om deze interactie teweeg te brengen?

“Ja, de VIB-spin-off bundelt middelen en expertise in plant-bacterie-interacties van de groep van professor Sofie Goormachtig in Gent met microbioom-expertise van de groep van professor Jeroen Raes in Leuven. Dus specialisten in plant-bacterie-interacties en specialisten die met DNA-sequenties elke bacterie of schimmelachtige in kaart kunnen brengen.”

Hoe wordt het middel uiteindelijk toegepast, en waarvoor en – tegen?

“Via een zaadcoating. Dus er hoeft niet gespoten te worden, maar gaat met het zaad de grond in. Aphea.Bio heeft nu twee onderzoekslijnen. We willen bestrijdingsmiddelen maken voor tarwe, tegen de drie belangrijkste schimmelziektes: fusarium, septoria en roest. Daarnaast richt Aphea.Bio zich op het maken van groeibevorderaars voor tarwe, mais en gerst.”

‘Doel is chemische middelen definitief te vervangen’

Vanwaar de keuze voor deze gewassen? Heeft dat met de technologie te maken of zijn er economische overwegingen?

“Het heeft geen technologische achtergrond. Tot nu toe worden biologische middelen vooral ontwikkeld met het oog op niche-gewassen zoals tomaten en fruit. Daarom ziet Aphea.Bio een kans in de markt voor middelen in deze graangewassen. Het zijn ook gewassen die wereldwijd op een enorme oppervlakte worden geteeld. Als Aphea.Bio een paar procent van die markt kan bedienen, is het al geslaagd.”

Met hoeveel mensen gaat Aphea.Bio aan de slag?

“Met een team van tien mensen, van wie twee afkomstig zijn van het laboratorium van professor Goormachtig. De overige werknemers zijn speciaal aangetrokken, ook uit het buitenland. Het is zeer specialistische kennis en dus werken we met mensen uit onder meer Frankrijk, Iran, het Verenigd Koninkrijk en Chili.”

Hoe verhoudt de kostprijs van biologische producten zich ten opzichte van chemische producten?

“Dat verschilt per toepassing, maar het is voor de fabrikant een fractie van de kosten die worden gemaakt voor chemische bestrijdingsmiddelen. Ik schat dat de kosten een factor 10 lager zijn, van onderzoek en ontwikkeling tot aan de marktintroductie. Dus wanneer de kosten voor een chemisch product worden geschat op circa $ 280 miljoen, is dat voor een biologisch product misschien $ 28-$ 30 miljoen.”

Steven Vandenabeele: "De markt van biologische middelen kan volgens marktonderzoekers de komende vier tot vijf jaar verdubbelen tot een globale markt van meer dan €10 miljard.” - Foto: Camile Schelstraete
Steven Vandenabeele: "De markt van biologische middelen kan volgens marktonderzoekers de komende vier tot vijf jaar verdubbelen tot een globale markt van meer dan €10 miljard.” - Foto: Camile Schelstraete

Maar per product kan het kostenplaatje sterk verschillen?

“Ja, wil je bijvoorbeeld één bacteriestam in de coating stoppen, of meerdere? In het laatste geval moeten dus ook meerdere stammen door de toelatingsprocedure. Dat kost tijd en geld. Maar je kan zeker zeggen dat de ontwikkeling van biologische producten echt een stuk goedkoper zijn. In principe moet zich dat doorvertalen naar boeren, maar dat hangt van de toepassing af. Welk volume is nodig om hetzelfde te bereiken als met chemische middelen? De ontwikkeltijd is ook een stuk korter. De grote spelers in chemische gewasbescherming rekenen zeker met een ontwikkeltijd van tien jaar, en in de biologische bestrijding wordt eerder gedacht aan vijf of zes jaar.”

De vraag is of ze ook net zo efficiënt zijn als chemische middelen.

“Het doel van Aphea.Bio is de effectiviteit van chemische middelen te evenaren, want daarop wordt je door boeren afgerekend, maar of dat lukt moet proefondervindelijk blijken. Het ultieme doel is chemische middelen definitief te vervangen, maar voorlopig zullen biologische producten vooral in combinatie met chemische middelen worden ingezet. Binnen één product of afgewisseld.”

Alweer enige tijd geleden hebben grote agrochemische bedrijven flink in biologische middelen geïnvesteerd. BASF kocht in 2012 voor ruim $ 1 miljard Becker Underwood in de VS en Syngenta kocht in hetzelfde jaar voor circa $ 500 miljoen Devgen. Toch heb ik het gevoel dat de bedrijven hun optimisme over de markt hebben getemperd.

“Biologische middelen zijn deels nieuw terrein voor ze, en het is ook zeker niet eenvoudig de productie van een biologisch middel op te schalen. Maar het is ook niet realistisch te verwachten dat je een bedrijf koopt en dan binnen enkele jaren een marktrijp product hebt; dat vergt gewoon tijd.”

‘De markt is groot en vraagt meer duurzaamheid’

Kan Aphea.Bio iets wat de grote spelers niet kunnen?

“Aphea.Bio kan sneller en beter de micro-organismen in kaart brengen. Toen BASF en Syngenta vijf jaar geleden die aankopen deden, stond de technologie op een ander niveau. Sindsdien is de kennis over hoe op een snelle manier DNA in kaart te brengen, heel snel verbeterd en hier heeft Aphea.Bio volgens mij een voorsprong. Daarnaast is het zo dat van de micro-organismen die je aantreft, maar 5 tot 10% kan worden geïsoleerd en opgegroeid. Alleen met die groep kun je een zaadcoating maken en testen. Wij hebben een technologie waarmee dat percentage naar 30 of 40% toe kan. Dat betekent dat Aphea.Bio veel sneller een grotere groep micro-organismen in kaart kan brengen en opgroeien om hun effecten op de plant te gaan testen.”

Aphea.Bio is een spin-off van een gerenommeerd instituut, maar ook een startup. Gewoon geld ophalen bij de bank is er niet bij. Wat is de slagingskans?

“Vanuit ons perspectief zeer goed. De markt is groot en vraagt meer duurzaamheid. Er dreigt een krapte aan bestrijdingsmiddelen te ontstaan en onze technologie geeft ons een voorsprong. Tegelijk: u heeft gelijk, het geld komt van investeerders en voor hen is dit hoog-risicokapitaal. Zij investeren vaak in 10 projecten tegelijk en gaan er vanuit dat misschien 1 of 2 het gaan redden. Maar ik geloof dat wij ze niet zullen teleurstellen.’

Of registreer je om te kunnen reageren.