Akkerbouw

Achtergrond 3624 x bekeken 1 reactie

Kort groeiseizoen beperkt gewaskeuze

De Zeeuwse akkerbouwers Luc en Renate Korstanje boeren sinds 2001 in Letland. Baltische seizoenen zijn kort, maar de grond is er goed en goedkoop.

Letland, waar de euro nog wordt omarmd en splinternieuwe of ronduit slechte wegen leiden langs sporadische bebouwing, zoals pastelkleurige woonhuizen, uit natuurstenen opgetrokken boerderijen of vervallen sovjet-kolchozen, daar boeren Luc en Renate Korstanje.

De van origine Zeeuwse akkerbouwer – zijn Zeeuwse accent verklapt z’n roots – is akkerbouwer in hart en nieren. Zijn bedrijf op Zuid-Beveland werd hem eind jaren negentig wat klein, een advertentie van een Duitse makelaar attendeerde hem en zijn Oekraïense vrouw op de lage grondprijzen in Letland. Tegenwoordig doet de grond nog steeds slechts € 1.000 tot € 10.000 per hectare, afhankelijk van de kwaliteit en de infrastructuur.

Enkel graan: tarwe en gerst

Het was 2001 toen ze zich settelden in Jumprava, 80 kilometer ten oosten van de hoofdstad Riga. Het echtpaar kocht 600 hectare verdeeld over verschillende percelen, maar alles binnen een straal van 10 kilometer. De grond van Korstanje hoort bij de betere gronden. Er zitten wel wat stenen in en omdat het glooiend is, heeft het hier en daar een zandkop en in de laagtes een stuk turfachtige grond waar het nooit opdroogt. Sommige stukken zijn erosiegevoelig. Maar het is goed werkbaar, vindt Korstanje. “Het is zanderig, 10 tot 20 procent afslibbaar.” Daarop groeit enkel graan: tarwe en gerst. Meestal verbouwen ze ook koolzaad, maar wegens tegenvallende prijzen slaan ze een jaar over.

Groter verschil

Granen zijn lucratiever, al is het risico ook groter. Valt de kwaliteit tegen, dan lever je in Letland ­direct veel euro’s in. In Nederland is het verschil tussen maal- en voertarwe meestal maar 1 cent, in Letland minstens 4. Wintertarwe voor brood levert gemiddeld € 180 per ton op, voor voer maar € 140.

Dat geldt ook voor gerst. Voor brouwgerst mag het eiwitgehalte maximaal 11,5 procent zijn. Dan krijg je zo’n € 180. Anders hooguit € 150. Hoe hoger de prijzen, hoe groter de prijsverschillen tussen beide kwaliteiten, weet Korstanje inmiddels.

Aan die kwaliteit is weinig te doen. “Ik weet niet waar het aan ligt, het pakt elk jaar anders uit. Het ene jaar is alles beste kwaliteit, het andere jaar alles voergraan. De kwaliteit wijkt weinig af van die van de andere leveranciers aan de coöperatie. Dus het zal wel aan het weer liggen.” De akkerbouwer heeft alleen het moment van dorsen in zijn macht. Maar dan nog kan het weer roet in het eten gooien. “Dan ben je zomaar een week later en is alles toch weer voergraan.”

Lange strenge winters

De winters zijn streng en duren lang, met een vorstperiode van eind oktober tot minstens maart. Vaak zijn op 1 mei de zomergranen nog niet allemaal gezaaid. “Van die laatste kun je dan al niet veel meer verwachten.” Wintergranen geven een betere opbrengst, maar ook die moeten op tijd gezaaid worden, zodat het jonge gewas niet te klein de winter ingaat. Een winter zonder sneeuw als in 2013 kunnen ze helemaal niet gebruiken. Alle wintergranen en koolzaad waren uitgewinterd.

Het korte groeiseizoen geeft wisselende en lagere opbrengsten per hectare. Negen ton, zoals in Nederland, hebben ze nog nooit gehad. Zeven is het maximum. Nu staan de wintergranen er prachtig bij. Over het weer hebben ze nog niet te klagen gehad, al mag er binnenkort wel weer een buitje vallen. “Als het van nu af aan allemaal goed gaat, dan moeten we die zeven ton dit jaar toch kunnen halen.”

Gestopt met aardappelen

Bij hun komst in 2001 was pootgoed een van hun belangrijkste gewassen. “Ik liet pootaardappelen uit Nederland komen, die vermeerderde ik één keer en dan werd het verkocht als pootgoed voor consumptietelers.” De 10 hectare pootgoed was eigenlijk te weinig om te investeren in goede machines. En veel leverde het ook niet op. Het belang van kwaliteitspootgoed is in Letland nog niet genoeg doorgedrongen, zegt Korstanje. In een slecht jaar gebruiken boeren de restanten van het vorige jaar. De Letse overheid verplicht nu minimaal 10 procent van het pootgoed te vervangen, maar dat sorteert weinig effect. De vraag naar goed pootgoed stijgt nauwelijks. De teelt uitbreiden lukte dus niet.

 

Phytophthora

Ook lukte het Korstanje vaak niet zijn aardappelen phytophthoravrij te houden. Dat ligt volgens hem niet aan zijn vakmanschap. Hij wijt het aan de hoge ziektedruk en de moderne fungiciden. Die zouden volgens hem minder krachtig zijn dan vroeger. “Met maneb had ik nergens last van.”

De korte zomer maakt ook dat aardappelen en granen moeilijk te combineren zijn. “Het rooien valt altijd samen met het zaaien van de wintergranen. Als ik eind september een week aan het rooien ben, had ik ook 130 hectare kunnen inzaaien. Als dat een week opschuift, gaat het toch wat klein de winter in.” Reden om vorig jaar definitief met aardappelen te stoppen.

Marc van der Sterren

Eén reactie

  • Jan-Zonderland

    Die ouwe Deere rookt wel een beetje erg ;)

Of registreer je om te kunnen reageren.