Zonnepark vraagt beetje geluk en veel geduld

Laatst bijgewerkt:
Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Zonneparken op landbouwgrond. Ondanks veel discussie en verzet neemt het aantal gestaag toe. Tegelijk stroomt het elektriciteitsnet letterlijk vol. Waar kan het nog en hoe regel je dat?Het elektriciteitsnet raakt op steeds meer plaatsen vol. Dat komt vooral door de grootschalige ontwikkeling van zonneparken, merken netbeheerders en adviseurs. Er wordt fors geïnvesteerd in uitbreiding van de netten, maar dat kost jaren. “Dat leidt ertoe dat veel initiatieven nu niet gerealiseerd kunnen worden”, aldus Jochem Besten, projectleider duurzame energie bij adviesbureau ROM3D. Bovendien gaan initiatieven vaak gepaard met maatschappelijke discussies en dilemma’s voor boeren.RendabelToch zijn er veel boeren met interesse voor een zonnepark. Zo ook akkerbouwer Jan Reinier de Jong in Odoorn (Dr.). Afgelopen najaar kreeg hij – na uitspraak van de Raad van State – ‘eindelijk’ groen licht voor de aanleg van zonnepark Daalkampen (25 hectare). “Ik ben altijd op zoek naar nieuwe kansen. En het levert ook nog eens goed geld op.”Geld blijkt een belangrijk motief. Vooral in gebieden met minder-productieve gronden – zoals veen- of natuurgronden – liggen kansen. In het gunstigste geval kan zo’n zonnepark € 6.000 tot € 8.000 per hectare per jaar opleveren. In combinatie met windenergie zelfs € 10.000. “Voor een hectare zonnepark kunnen boeren in de meeste regio’s vijf hectare terug huren. In die zin is het een logische keuze”, aldus Besten.Jan Reinier de Jong (45) is akkerbouwer op 115 hectare in het Drentse Odoorn. Hij baalt van de discussie en bouwvertraging van het park door schaarste op het net. - Foto: Jan Willem van Vliet‘De beperkte netcapaciteit zorgt voor enorme frustratie’Akkerbouwer Jan Reinier de Jong uit Odoorn (Dr.) gaat in samenwerking met de gemeente een zonnepark van 25 hectare realiseren op voormalige landbouwgrond. Soepel loopt dat echter niet. Maatschappelijke kritiek en schaarste op het net gooiden roet in het eten.

In mei 2012 is De Jong het traject gestart met de gemeente. “Dat zegt meteen genoeg hoe de procedures verlopen zijn”, vervolgt De Jong. Er kwam kritiek van natuurorganisaties en een omwonende. Uiteindelijk is de subsidieaanvraag in de najaarsronde van 2018 gehonoreerd. In oktober vorig jaar heeft de Raad van State groen licht gegeven.

Maar de bouw is nog niet begonnen. “Nu de aanvraag en subsidie eindelijk rond zijn, is er geen capaciteit meer op het net van Enexis.” De Jong hoopt dat de bouw volgend jaar kan beginnen. “Toevallig heeft Enexis nu net een klein deel toegewezen.” Vooral het laat ingrijpen van netbeheerders frustreert De Jong: “Het is hetzelfde als de wanneer Nederlandse Staat duizenden strooiwagens zou inkopen, maar het strooizout zou vergeten.”

Het park wordt gebouwd op voormalige agrarische grond, die overigens niet van De Jong zelf is. 17 hectare daarvan wordt belegd met panelen, 8 hectare wordt natuur. De gemeente wilde er aanvankelijk huizen bouwen, maar dat gaat voorlopig niet door. “Toen klopte ze bij mij aan, aangezien ik al enige tijd bezig was met duurzame energie in de vorm van zonnepanelen op het dak.”

Kansen grijpen
De Jong: “Ik ben altijd op zoek naar nieuwe uitdagingen en kansen, ook buiten de landbouw. Dat moet natuurlijk wel wat opleveren. Daarvoor ben ik ondernemer.” En dat doet het ook. “Hoeveel is moeilijk te zeggen, maar het levert meer op dan de gangbare akkerbouwgewassen in het gebied waar wij boeren.”

Of De Jong ook een zonnepark op eigen landbouwgrond zou plaatsen? Ja, maar zijn eigen percelen komen veelal niet in aanmerking. Wel is De Jong initiatiefnemer van de zogeheten zonneakkerpoule. “In samenwerking met vijftien andere boeren en GroenLeven in Heerenveen hebben we onze minst productieve grond (veen) op een hoop gegooid en opgegeven bij de gemeente als zonnepark.” De aanvraag voor dit park ter grootte van 60 hectare is inmiddels goedgekeurd, al is ook hier kritiek van natuurorganisaties.

Al met al kan een park financieel aantrekkelijk zijn voor een boer, maar de frustraties en verloren tijd aan netbeheerders krijg je er gratis bij. “Het is uiteindelijk een keuze van de boer zelf. Ik ben nota bene ook gewoon boer, en kan me goed voorstellen dat collega’s het zonde vinden. Overigens worden in kritische tijden – zoals nu met het coronavirus – minder urgente zaken opzij geschoven en voedsel(productie) weer op nummer één gezet. Lang niet altijd verkeerd.”Is er plek op het net?De website van de netbeheerder checken is de eerste stap voor wie zijn kansen wil verkennen. Kaarten geven op die websites in een oogopslag weer waar nog ruimte is. “Bij twijfel altijd contact opnemen met de netbeheerder”, aldus Besten. Als er na aanvraag van een transportindicatie voor de SDE-subsidie een indicatie van de netbeheerder verschijnt, dan is er ruimte. Dat betekent echter niet dat er ruimte gereserveerd wordt. De daadwerkelijke aanvraag voor een overeenkomst moet ook nog ingediend worden. Als er in tussentijd andere partijen eerder opdracht geven, dan kan het zijn dat de capaciteit vergeven is.
Op 35 ha grond van maatschap Gooiker uit Wilp (Gld.) komt een zelf ontwikkeld zonnepark met 117.000 panelen. De bouw is in volle gang. Zo’n 600 schapen moeten het gras onder de panelen kort houden. In het najaar moet het park operationeel zijn. - Foto: Koos GroenewoldEen luchtfoto van het park. Zichtbaar zijn de geraamtes waar de panelen op komen. Het park moet 12.000 huishoudens van energie gaan voorzien en wordt aangesloten door netbeheerder Enexis. Met luchtfoto’s houdt de projectleider de voortgang in de gaten. - Foto: Bart ClarijsEr is plek. En dan?Dan kun je twee dingen doen: zelf handelen, of een projectontwikkelaar inschakelen. De tweede optie is op contractbasis. Een ontwikkelaar kent de risico’s en werkwijzen. Je hoeft alleen je land beschikbaar te stellen. Check dat contract dan wel goed op valkuilen en je rechten.De eerste optie is zelf handelen, waarbij je zelf beheerder bent over grond en park. “De meeste boeren kiezen optie twee, want zelf handelen vraagt om een flinke investering in iets wat niet je dagelijkse bezigheid is. Ook lang niet iedere boer heeft een paar ton op de plank liggen, want 10 à 15% van de financiering moet je zelf opbrengen”, aldus Besten.Netbeheerders investeren fors in nettenDe schaarste op de netten in Nederland is goed zichtbaar. Veel gebieden kleuren rood. Investeringen zijn nodig om aan de toenemende vraag te voldoen. Netbeheerder Liander (Gelderland, Noord-Holland, Flevoland, Friesland en Zuid-Holland) investeert dit jaar € 882 miljoen om knelpunten op te lossen. Vorig jaar investeerde de netbeheerder ruim € 800 miljoen in de netten. Uitbreiding kost echter veel tijd vanwege lange vergunningtrajecten. “Ook staat de uitvoering van het werk onder druk door een tekort aan technici. Hierdoor lopen de wachttijden op”, aldus Liander.

Ook netbeheerder Enexis (Groningen, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg) trekt extra geld uit. Met ruim € 43 miljoen wil Enexis 11 mobiele middenspanningsstations aanschaffen, goed voor ongeveer 1 gigawatt extra vermogen. Dat is volgens de netbeheerder genoeg om 1.000 hectare zonnepanelen op aan te sluiten. Juist omdat de stations mobiel zijn kunnen ze snel gerealiseerd worden. Daarmee wil Enexis de wachtlijst voor duurzame projecten zo snel mogelijk verkorten. Deze investering is bovenop de € 250 miljoen die bedoeld is voor netwerkuitbreidingen voor het aansluiten van duurzame projecten op land.

Minder problemen op het net doen zich voor bij netbeheerder Stedin, die het grootste deel van de provincie Zuid-Holland en regio Weert in Limburg beheert. Buiten beperkte capaciteit op enkele plaatsen zijn er geen plekken waar het net compleet vol is. Ook Stedin investeert de komende jaren in nieuwe transformators, het verzwaren van transformators en het plaatsen van schakelaars.

Ook TenneT investeert de komende jaren ieder jaar € 4 tot 5 miljard in de duurzame energietransitie. Met name netuitbreiding- en onderhoud krijgen aandacht. TenneT beheert de hoogspanningstransportnetten in Nederland en Duitsland. Via onderstations wordt de (hoog)spanning omlaag gebracht, zodat deze uiteindelijk beschikbaar komt voor dagelijks gebruik. In totaal beheren zeven regionale netbeheerders de netten, waarvan Liander, Enexis en Stedin de grootste zijn.Maar als je het zelf doet, dan begin je met een vergunningaanvraag bij je gemeente, mits zonneparken onderdeel van het gemeentelijk beleid zijn. Tegelijkertijd vraag je de SDE-subsidie aan. Dan komt de vraag: wie gaat het bouwen? Daar zijn meerdere opties mogelijk. Denk aan bedrijven als Engie en Powerfield. En wie gaat de stroom afnemen? Denk aan Eneco en Vattenfall. En wie financiert het project? Vaak kom je bij de bank terecht. Kortom: als je het zelf doet, kost dat tijd, veel overleg en kapitaal.SDE-subsidieBelangrijk onderdeel van het bedrag onderaan de streep is de SDE-subsidie, die via RVO.nl aan te vragen is. In de komende ronden komt er echter minder SDE-geld beschikbaar. Dan moet het geld ook onder CO2-reducerende projecten verdeeld worden. Besten: “Je ziet dat de animo voor zonneparken daardoor daalt. Dat zie je echter niet terug in de bouw van parken, want die procedures zijn al tijden geleden gestart en hebben nu groen licht.”Ook uit subsidierondes van voorgaande jaren blijkt dat de aantallen aanvragen voor zonprojecten steeds toenemen. Mogelijk gevolg van de groei is dat de kostprijs van de panelen daalt, aldus Besten. De overheid kan dan eventueel beslissen dat er minder subsidie nodig is, en voorrang geven aan CO2-reducerende maatregelen – zoals CO2-opslag onder de grond – bij de toekenning van subsidiegelden.SDE-subsidieIn verband met de krappe ruimte op het net is bij een aanvraag voor SDE+-subsidie een indicatie nodig dat er transportcapaciteit beschikbaar is voor de stroom. Dit voorjaar was de laatste inschrijfronde voor de SDE+-subsidie. De opvolger heet SDE++. Over voorwaarden en openstelling wordt binnenkort meer duidelijkheid verwacht.Dubbel gevoelOok al is het financieel aantrekkelijk om zonnepanelen te plaatsen waar dat kan, toch gaat het ook met een dubbel gevoel, wanneer grond uit productie genomen wordt. Dubbel ruimtegebruik met plek voor zon en landbouw zou dat nadeel ondervangen. Maar tot op heden is dat niet erg succesvol. “Het beperkt zich met name tot wat schapen onder de panelen”, aldus Besten. Het is eerder de vraag hoeveel grond je als samenleving wilt inzetten voor zonneparken. Het benutten van daken op nieuwe en bestaande gebouwen is wat betreft gebruik van de beschikbare ruimte efficiënt, maar het realiseren van zonneparken op gronden biedt ontwikkelaars momenteel veel meer voordelen.Een kaart van de netcapaciteit in Friesland. - Illustratie: LianderSucces leidt tot verzetIn Nederland zou volgens het Klimaatakkoord ongeveer 2% van de landbouwgrond ingezet moeten worden voor zonneparken. Dat is zo’n 40.000 hectare. Die oppervlakte is nog lang niet gerealiseerd, maar er wordt door projectontwikkelaars hard naartoe gewerkt. “Er zitten letterlijk duizenden hectares zonnepark in de pijplijn. Het groene geld is er blijkbaar voor”, aldus Besten.Maar daarmee neemt de maatschappelijke druk tegen zonneparken toe. Burgers, natuurorganisaties, maar ook boeren zijn kritisch over landschapsderving en verlies van de waarde van landbouwgrond. Een snelle blik op Rechtspraak.nl levert meerdere tientallen rechtsprocedures op tegen de initiatieven. Wie aan een park begint, moet dus rekening houden met een lange voorbereiding.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.