Zomerbemesting kalium in gras vaak vergeten

De structuur van veel kalimeststoffen is anders dan die van KAS. Let daarom op de afstelling van de kunstmeststrooier. - Foto: Peter Roek

De structuur van veel kalimeststoffen is anders dan die van KAS. Let daarom op de afstelling van de kunstmeststrooier. - Foto: Peter Roek


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Door de overschotten kalium uit het verleden zijn veel veehouders niet meer gewend om kalium te bemesten op grasland. Die tijden zijn veranderd.De hoeveelheden organische mest die op grasland worden gebruikt, zijn in de loop van de jaren sterk afgenomen. Nu wordt er vaak nog maar rond 60 kuub drijfmest per hectare uitgereden. Daarbij zijn ook nog eens de gehalten in rundveedrijfmest sterk gedaald. Ook van kalium. Werd vroeger nog gerekend met ongeveer 6,5 kilo kalium per kuub, tegenwoordig is het kaliumgehalte gedaald tot gemiddeld 5,4. Met 60 kuub maal 5,4 kilo kalium wordt er via drijfmest 324 kilo kalium gegeven. “Dit is echter een gemiddelde. Als je geen precisiebemesting toepast, maar wel preciezer wilt bemesten, is een analyse van de beschikbare drijfmest noodzaak”, vindt Mark de Beer, ruwvoerexpert bij Groeikracht. Zeker als de gehaltes lager blijken te zijn en er is niet al teveel mest beschikbaar komt de kaliumvoorziening voor de grasgroei onder druk. Gras aangewezen op bodemvoorraad kaliumEen maaisnede gras onttrekt ongeveer 100 kilo kalium. Uitgaand van een gemiddelde drijfmestgift is dat dus net voldoende voor drie snedes. Voor de overige snedes (maai of weidesnede) is het gras dan aangewezen op de bodemvoorraad. “Ik hou er niet van om een bodemvoorraad op te gebruiken. Beter is om een gedoseerde en passende bemesting toe te passen op basis van mestanalyse, bodemanalyse en onttrekking”, stelt De Beer. Vooral opletten bij derde snede en daarnaDennis Klein Koerkamp, productmanager Veehouderij bij Eurofins Agro, denkt dat met de bemesting van de eerste en tweede snede met organische mest veelal wel voldoende wordt gegeven. Het is vooral voor de derde en latere sneden van belang dat er ook voldoende plantbeschikbaar kalium aanwezig is. Zeker met de natte februarimaand in gedachten schat hij in dat er flink wat kalium op lichtere zandgrond is uitgespoeld. “Daar zal een kaliumtekort het eerst voorkomen en dat kost opbrengst.”Lees verder onder de foto.De structuur van veel kalimeststoffen is anders dan die van KAS. Let daarom op de afstelling van de kunstmeststrooier. - Foto: Peter RoekOmgerekend naar jaaronttrekking wordt bij 12 ton drogestofopbrengst en een kaligehalte in de kuil van 30 gram per kilo droge stof al ruim 430 kilo kali (K2O) opgenomen uit de bodem. Als er uitspoeling heeft plaats gehad, is dus een correctie nodig van 100 kilo kalium omdat de drijfmestgift ontoereikend is. In veel gevallen zullen veehouders kiezen om met kali-60 de bemesting op peil te brengen. “Dat kan prima”, zegt De Beer, “maar hou er rekening mee dat kali-60 chloorhoudend is en dus enige zoutschade kan geven. Zijn voorkeur gaat daarom uit naar kali-40. Dat is chloorarm en door de iets lagere concentratie is het qua hoeveelheid ook iets makkelijker te doseren. Bij grotere correctiehoeveelheden is het zinvol de gift over twee sneden te verdelen. Scepsis over strooien kali en over mengmeststoffenDe adviseurs zijn terughoudend in het advies voor strooien van kali op weidepercelen. Dit in verband met de antagonistische (verdringende) werking op magnesium, waardoor kopziekte bij melkvee op de loer ligt. Ook zijn adviseurs terughoudend met het adviseren van strooien van mengmeststoffen. Veel kalimeststoffen bevatten ook magnesium en of natrium en bij voldoende voorraad van die nutriënten is een extra gift met deze meststoffen weggegooid geld.Gebruik informatie uit verledenUit de graskuilanalyses uit het recente verleden kan al heel goed een indruk worden verkregen hoe het bemestingsniveau de behoefte dekte. Bij ongewijzigd beleid op gebied van grondgebruik en bemesting is hetzelfde te verwachten bij de toekomstige kuilanalyses.
Kijk bijvoorbeeld naar het kaliumgehalte in graskuilen. Dat vormt een beeld van de kaliumbeschikbaarheid vanuit de bodem. Het streven is naar een kaliumgehalte in graskuilen van 30 tot 34 gram per kilo droge stof.
Volgens Mark de Beer, ruwvoerexpert bij Groeikracht, kun je er bij een lagere waarde dan 30 van uitgaan dat het gewas eigenlijk een tekort aan kalium heeft gehad. Als je dat regelmatig ziet bij al je graskuilen, of juist alleen bij de latere snedes, dat weet je waar tekort een rol speelt.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.