Zo hou je de klauwen gezond

Laatst bijgewerkt:
Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Nog steeds zijn klauwproblemen de belangrijkste reden tot afvoer van melkkoeien. Welk bekapregime zorgt voor een goede klauwgezondheid en wat zijn de effecten?De verwachting dat schaalvergroting de klauwgezondheid ten goede zou komen, blijkt een illusie. Klauwproblemen zijn een gezondheidsprobleem. Een goed klauwbekapregime kan een hoop ellende voorkomen. Maar ondanks alle aandacht en projecten zijn de resultaten met de klauwgezondheid de laatste jaren niet aansprekend verbeterd. Toch zijn er wel resultaten geboekt. Digiklauw laat zien dat het aantal zoolzweren en stinkpootaandoeningen sinds het ontstaan van het programma is gehalveerd.Het is vooral een gebrek aan koecomfort en onwetendheid dat problemen veroorzaakt. “Een lage infectiedruk, het behandelen van individuele koeien, een goede weerstand en goede hygiëne zijn de sleutels tot een goede klauwgezondheid. Eigenlijk heel simpel”, zegt Marcel Drint, rundveedierenarts bij het Nederlands Klauwgezondheid Centrum. Hij houdt zich sinds zes jaar bezig met klauwproblemen. Lees verder onder het kader. Zo hou je de klauwen gezond► Alles draait om het stressvrij omgaan met koeien. Als je ze opjaagt (met bijvoorbeeld opdrijfhek) dan gaan koeien zich verzetten en draaien. Dat zorgt voor problemen aan de klauwen.
► Goede en voldoende ligbedden geven rust en dat voorkomt klauwproblemen.
► De wachtruimte is een bron van problemen. Beperk daar de wachttijden. Een uur is het maximale om de klauwen zo min mogelijk te belasten. Twee uur zorgt voor drukproblemen.
► Een opdrijfhek is geen stressfactor. Maar hoe je er mee omgaat wel.
► Maak met de dierenarts, klauwbekapper, voervertegenwoordiger en de veehouder één klauwbekapregime.Plan van aanpak klauwgezondheidDe verschillen tussen bedrijven zijn enorm en een standaard protocol is er niet. Een plan van aanpak opstellen met de veearts, klauwbekapper, voeradviseur en veehouder kan helpen met het behalen van doelen en het verbeteren van klauwgezondheid.Met strategisch bekappen voorkom je de meeste problemen. Met deze methode bekap je de koeien net voor de droogstand, drie maanden na afkalven en de incidentele probleemkoeien. Deze methode resulteert op den duur in een betere klauwgezondheid, stelt Menno Holzhauer, rundveedierenarts en gespecialiseerd in klauwgezondheid bij Royal GD. Maar niet elke veehouder kan hiermee uit de voeten. Daarom kiezen sommige veehouders ervoor om het hele koppel in één keer te laten verzorgen. Lees verder onder de foto‘s. Swipe voor meer foto‘s.
“Een goede klauwgezondheid levert je uiteindelijk meer op dan dat het je kost”, zegt klauwverzorger Jos van Krieken. - Foto's: Henk RiswickDoor de fosfaatrechten hebben boeren minder mogelijkheid om koeien aan te kopen. Daarom is de klauwgezondheid voor veehouders een groter punt van aandacht.KoecomfortVolgens Drint is koecomfort een onmisbaar onderwerp in relatie met klauwproblemen. “Wat je ziet als een koe kreupel loopt, is al een klinische kreupelheid. Subklinisch is bijvoorbeeld een zoolbloeding. Dit kom je pas tegen wanneer je goed bekapt.”Dat een koe veertien uur per dag moet liggen om onder andere de klauwen te ontlasten is geen nieuwtje. Toch hebben veel koeien niet het comfort wat ervoor zorgt dat ze de veertien uren liggen. Dit kan veel problemen veroorzaken.DigiklauwVoor het vastleggen van klauwproblemen en bekapte koeien kunnen veehouders meedoen aan Digiklauw. Dit programma bestaat sinds 2007. Het is een samenwerking tussen de GD en CRV. Voor een tarief van € 6 per kwartaal per bedrijf kunnen veehouders daaraan meedoen. Digiklauw werkt als een dataregistratiesysteem. De klauwverzorger legt zijn bevindingen erin vast. Dit helpt bij planmatig werken om klauwen te verbeteren.Het totale aantal klauwproblemen is met 20% afgenomen. Mortellaro heeft nagenoeg geen daling of stijging in voorkomen laten zien. “Dit is blijkbaar minder goed onder de knie te krijgen”, zegt Pieter van Goor, foktechnicus bij CRV. Wel is de ernst van de klauwaandoeningen minder geworden. “Waar we voorheen vaak een score 3 (ernstig) zagen, is dit nu vaker een 2 (matig) of 1 (aanwezig).”
“Bekappers hebben veel ervaring en komen allerlei aandoeningen tegen in de praktijk. Zij zien trends en kunnen hier hun behandelingen op aanpassen", zegt De Wit.Sommige veehouders kunnen bekappen deels zelf. Zij laten de klauwverzorger bijvoorbeeld één keer per jaar komen en houden het voor de rest zelf bij.Mechanische en infectieuze aandoeningenDe manier van klauwbekappen is afhankelijk van het type aandoening. Een mechanische aandoening behandel je anders dan een infectieuze aandoening. Stinkpoot, Mortellaro en tussenklauwontsteking vallen onder infectieuze aandoeningen. Voorbeelden van mechanische aandoeningen zijn zoolzweren en wittelijnaandoeningen.Volgens Holzhauer zijn Mortellaro en stinkpoot gerelateerd aan seizoenen. De bacterie die stinkpoot veroorzaakt, is op nagenoeg alle melkveebedrijven aanwezig. De aanwezigheid van de aandoening is direct gerelateerd aan contact met mest. Stinkpoot komt daarom vooral veel voor aan het einde van de stalperiode. Met bijvoorbeeld langere wachttijden en minder goede ligboxen zal stinkpoot meer voorkomen. Onderzoek uit de vorige eeuw toonde al aan dat stinkpoot bij permanente weidegang verdwijnt. Ook een regelmatige klauwverzorging en een droge leefomgeving hebben een preventief effect.WeidegangWeidegang heeft een gunstig effect op Mortellaro en stinkpoot. Voor Mortellaro geldt dat de bacterie vaak geïntroduceerd wordt via aankoop van dieren. Meer dan 90% van de melkveebedrijven heeft last van de aandoening.Mortellaro treedt vooral op in de eerste drie maanden na afkalven. De meeste wittelijnaandoeningen worden gezien vanaf twee tot vier maanden na afkalven. Na vier maanden laten zoolzweren zich meestal zien.Mortellaro kan op andere momenten in de lactatie ook optreden. Bijvoorbeeld door een opkomende infectie. Dit speelt vooral een rol nadat een dier eerder Mortellaro heeft doorgemaakt. Een deel van de koeien geneest namelijk volledig en een ander deel blijft drager. Deze laatste dieren zijn erg ‘belangrijk’ voor het voortbestaan van de infectie op een bedrijf. Daarbij is een voortdurende instroom van gevoelige dieren (vaarzen) in een koppel ook van belang.Tussenklauwontsteking is vooral een aandoening bij jonge melkkoeien. De komst van deze ontsteking is niet afhankelijk met een bepaald seizoen. KoppelbekappenEr zijn twee opties van bekapregimes die je kunt handhaven volgens Holzhauer: koppelbekappen;strategisch bekappen.Holzhauer: “Koppelbehandelen doe je aan het einde van de stalperiode én aan het einde van de weideperiode. Deze strategie is erop gebaseerd dat de koeien aan het einde van een lange stalperiode met sterke klauwen de weide ingaan en ook met gezonde klauwen de winterperiode ingaan.”Met dit preventief bekappen hebben koeien na zes maanden minder aandoeningen en waren deze minder ernstig. Nadeel van deze strategie is dat koeien bekapt worden op een moment dat het gezien haar lactatiestadium niet heel hard nodig is.Het voordeel van koppelbekappen is dat alle klauwen ‘glad’ zijn en de ruimte in de tussenklauwspleet maximaal is. Het gebruik van een desinfectie- of ontsmettingsmiddel leidt tot een betere penetratie en is daarom effectiever.Het voordeel van koppelbekappen is dat alle klauwen 'glad' zijn en de ruimte in de tussenklauwspleet maximaal is.Strategisch bekappenZoals eerder aangegeven voorkom je met strategisch bekappen de meeste problemen. Hierbij gaat maandelijks een aantal koeien de klauwbekapbox in. Dit gaat dan om de koeien die de droogstand ingaan, de kreupele dieren en de koeien die drie maanden geleden hebben gekalfd. De meeste problemen komen namelijk in de derde lactatiemaand om de hoek kijken. “Een nadeel kan zijn dat veehouders kreupele dieren laten wachten tot het moment dat de klauwverzorger komt. Als koeien langer dan een paar dagen moeten wachten op hun behandeling, is dit ongunstig voor de genezing, productie en dierwelzijn”, zegt Holzhauer. Dieren die later drachtig worden dan gepland, lopen kans om het een langere periode zonder behandeling te moeten doen. Dit geeft een verhoogd risico op te lange of afwijkende klauwen.VoetbadenVoor doorloop potenbaden of voetbaden geldt dat een koppelbehandeling het beste werkt. Potenbaden zet je in om voornamelijk Mortellaro, en eventueel stinkpootaandoeningen te voorkomen. Dit geldt zowel voor dieren die het niet gehad hebben als dieren met een chronische vorm van Mortellaro. Een potenbad is dus geen behandeling. Met open wonden door een potenbad gaan is namelijk nogal pijnlijk. Mortellaro behandel je lokaal. Dit laat je drie tot vijf dagen genezen. Dan laat je de hele koppel door een potenbad gaan. Doe dit wekelijks want een herinfectie vindt binnen tien dagen plaats. Maar ook dit is bedrijfsspecifiek. “Er zijn ook bedrijven die nooit een potenbad gebruikt hebben en geen problemen met bijvoorbeeld Mortellaro hebben”, vertelt Drint.Met een rubbervloer slijten de klauwen minder, dus je moet meer bekappen. Met een betonnen vloer slijten klauwen meer dus moet je ze niet kort knippen.Plan van aanpakVolgens Bedrijfsverzorging AB Zuid-Nederland betaalt de gemiddelde veehouder tussen de € 3.000 en € 5.000 per jaar voor de gevolgen van klauwproblemen. De grootste kostenpost is misgelopen melkgeld. Dit beslaat 44% van de kosten. Vervanging staat op de tweede plek met 22%. Hierna volgen een verlengde tussenkalftijd door het niet laten zien van de tocht, arbeid, weggegooide melk door behandeling van het vee en andere kosten.“Wanneer je de status van de klauwen goed bijhoudt, dan kan je de problemen goed onder controle houden”, zegt Wil Bos, klauwverzorger en instructeur bij Rundveepedicurecentrum Groningen. Stategisch bekappen helpt bedrijven vooruit. “Het is een stabiele factor want het dwingt je om bewust bezig te zijn met de klauwgezondheid.” Strategisch bekappen begint altijd met een nulmeting. “We bekappen alle koeien en beginnen daarna met een maandelijkse sessie”, zegt Bos. “Het draait om het bijhouden. Met goed en juist gebruik van een voetenbad moet het raar lopen als je Mortellaro en stinkpoot niet onder controle kunt en blijft houden.”Het onderhoud van klauwen moet passen in de stal. Met een rubbervloer slijten de klauwen minder dus je moet meer bekappen. Met een betonnen vloer slijten klauwen meer, dus moet je ze niet kort knippen.Tot 50% van de klauwproblemen heeft te veel impact op de diergezondheid“Doordat de bedrijven almaar groeien, moet je preventief werken”, zegt Drint. Want hoe meer koeien je hebt, hoe minder tijd per dier je kan besteden. Een plan hebben is noodzakelijk om het niet tot een probleem te laten komen. “Tot 50% van de klauwproblemen heeft te veel impact op de diergezondheid”, zegt Drint. “Dit belemmert de koe te veel.” Maak één plan, samen met de dierenarts, klauwbekapper, voervertegenwoordiger. Beslis gezamenlijk wat de goede keuzes zijn om de klauwen gezond te houden. Met structuur, zoals het maandelijkse bekappen, kun je problemen voor zijn.Het aantal zoolzweren en stinkpootaandoeningen is sinds het ontstaan van Digiklauw gehalveerd. Aan dit programma doet 10% van de melkveehouders mee. Digiklauw kan helpen bij het planmatig werken om de klauwgezondheid te verbeteren.Meer aandacht voor klauwgezondheidBedrijfsverzorging AB Zuid-Nederland vertegenwoordigt en ondersteunt een paar honderd boeren met de klauwverzorging.
“Het interval van klauwverzorgen kan verschillen van twee keer per jaar tot elke zes weken”, geeft Arjen de Wit, planner bedrijfsverzorging AB Zuid-Nederland aan. De hoeveelheid klauwproblemen zijn leidend in de keuze van veehouders. “Sommige veehouders kunnen bekappen deels zelf. Zij laten AB bijvoorbeeld één keer per jaar komen en houden het voor de rest zelf bij.”
Het is volgens De Wit gebruikelijk om in het voorjaar en het najaar te bekappen. In het voorjaar net na de stalperiode, als de koeien net een paar weken buiten lopen. “Het voorjaar laat een piek van bekappen zien. De klauwen zijn dan wat zachter en dan zijn ze makkelijker te bewerken”, zegt De Wit.

Behandelplan
Klauwverzorgers kunnen in overleg met de dierenarts of de bekapper een behandelplan maken. “Bekappers hebben veel ervaring en komen allerlei aandoeningen tegen in de praktijk. Zij zien trends en kunnen hier hun behandelingen op aanpassen.”
Klauwverzorger Jos van Krieken van AB Zuid-Nederland merkt dat er meer aandacht is voor klauwgezondheid. “Vaak krijgen boeren het advies om standaard elke zes maanden te bekappen. Wij doen het liever elke vijf maanden. Dan zit je er korter op en kun je meer problemen voorkomen.”

Zomerperiode
Na de warme periodes van afgelopen zomer komt er wel eens klauwbevangenheid om de hoek kijken, zegt van Krieken. “Koeien hadden aanvankelijk wat problemen met de voeropname. Dit kan resulteren in klauwproblemen.” Een tip is volgens hem om voldoende structuur aan te bieden in het rantsoen. “Hiermee heb je minder kans op problemen als bevangenheid.” Bij het warme weer een pensbuffer in de vorm van biotine bijvoeren kan ook. “Omdat de koe tijdens hitte te weinig herkauwt, maakt zij te weinig natriumbicarbonaat aan. Dit kun je compenseren met biotine”.
Ook is het volgens hem goed om altijd met de opbrengst van bekappen te rekenen, en niet alleen met de kosten. “Een goede klauwgezondheid levert je uiteindelijk meer op dan dat het je kost.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.