Zeven melkveebedrijven besmet met leptospirose

Foto: Henk Riswick
Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) stelde in het tweede kwartaal van 2020 zeven leptospirosebesmettingen vast.Op de bedrijven zijn tweemaal achtereen antistoffen aangetoond in tankmelk. Een zogenoemde tankmelkomslag. Een achtste bedrijf is nog verdacht, maar daar kon geen tweede tankmelkonderzoek plaatsvinden, omdat het vee al was afgevoerd.Van zes bedrijven importeerden er drie dieren uit Duitsland. Twee andere bedrijven met een tankmelkomslag hebben vee van Nederlandse bedrijven gekocht, waaronder buitenlandse runderen. Vooraf screenenGD adviseert om dieren die uit het buitenland worden aangekocht en aangevoerd altijd vooraf te screenen, bij voorkeur als ze nog op het bedrijf van herkomst staan. Vervolgens een-op-een te transporteren naar Nederland en de dieren eerst vier tot zes weken in quarantaine te plaatsen. Want ook tijdens transport kan een besmetting plaatsvinden. Als de dieren direct na aanvoer zijn onderzocht, onderzoek de dieren dan aan het einde van de quarantaineperiode nogmaals. Zorg daarnaast bij voorscreening in het buitenland dat een gevoelige test wordt gebruikt. In het buitenland gebruikt men nog vaak de MAT-test. Deze test is veel minder gevoelig dan de ELISA die GD in Nederland gebruikt. Een half jaar na infectie kan de MAT-test alweer negatief zijn, terwijl de dieren nog wel infectieus zijn en de ziekte dus kunnen verspreiden. De adviezen gelden uiteraard ook voor dierverplaatsingen binnen Nederland als het herkomstbedrijf niet leptospirose-vrij is.Lichte verbetering infectieziekte IBRHet percentage melkveebedrijven dat de IBR status vrij of onverdacht heeft is in het tweede kwartaal van 2020 met 1% gestegen naar 76%. Dat meldt GD. In de voorgaande twee kwartalen lag het percentage op 75%. Bij de vleesveebedrijven die vrijwillig deelnemen aan het IBR-bestrijdingsprogramma is een tegengestelde beweging zichtbaar. Daar is nog 16% vrij of onverdacht, terwijl dat percentage in het eerste kwartaal 2020 op 19% lag en in het laatste kwartaal van 2019 op 20%.
Voor BVD geldt dat het percentage bedrijven dat vrij of onverdacht is gelijk is gebleven op 81%, ten opzichte van het eerste kwartaal 2020. In het laatste kwartaal van 2019 was dat 79%. Het percentage bedrijven dat voor paratuberculose de ‘PPN-status’ A heeft (onverdacht) ligt bij de melkveebedrijven stabiel op 78%.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









