Wim Thus, LTO: ‘Ik verwacht 10% krimp kalversector’

Wim Thus, LTO: Ik verwacht 10% krimp kalversector
De kalverhouderij staat met de discussie over stikstof en transportafstanden aan de vooravond van veranderingen. Grote uitdagingen die LTO-vakgroepvoorzitter Wim Thus toch met vertrouwen tegemoetziet.De kalverhouderij blijft bij de stikstofdiscussie niet, zoals bij de fosfaatwetgeving, buiten beeld. Begrijpelijk volgens LTO-vakgroepvoorzitter Thus: “Sectoren als de melkveehouderij en de varkenshouderij zijn relatief hard gegroeid, waar de kalverhouderij relatief kleinschalig is gebleven. Zo bleven we bij de fosfaatperikelen gevrijwaard. Dat wordt nu anders. Er waren wel ammoniaknormen, maar die zijn nooit goed vastgelegd. De bedrijven hebben veelal stallen met natuurlijke ventilatie. Dat maakt het ook lastiger. Luchtwassers willen we vermijden, dat is een end-of-pipe-oplossing. Het vraagt nog wel grondig onderzoek voordat we een werkbaar alternatief hebben.”De eerste ronde met alternatieve systemen is in Someren net afgerond. Komen de uitslagen niet te laat, gezien wat de provincie Noord-Brabant nu eist?“We hebben de afgelopen 10 jaar te weinig focus op ammoniakemissie gehad. Vooral ook omdat we heel veel energie op diergezondheid en dierwelzijn hebben gezet en niet op emissies. Er komen meer proefstallen maar ik ben bang dat we zeker in Brabant te laat zijn en de grote bedrijven toch aan de luchtwasser gaan. Mede daarom moeten we naar landelijk beleid met een haalbaar tempo en niet van dit versnipperde ad-hocbeleid hebben.”Die reductieplannen van 80% is een te hoog gegrepen doel. Het is eerder kapitaalvernietigingWat is hierin een reëel scenario voor de komende 5 jaar?“De in Noord-Brabant geëiste ammoniakreductie kan nu vrijwel alleen met een luchtwasser. Het is de vraag wat andere provincies gaan doen. Als we meer tijd krijgen om via de mestput ammoniak af te vangen, dan komen veel kalverhouders een heel eind. Met de systemen die nu in ontwikkeling zijn, is 50% te halen, maar dan moeten we niet alsnog een luchtwasser moeten gebruiken voor die andere 30%. Veel stallen zijn oud en hebben natuurlijke ventilatie. Die reductieplannen van 80% is een te hoog gegrepen doel. Het is eerder kapitaalvernietiging.Grote bedrijven zullen kiezen voor een luchtwasser. Zoals eerder gezegd, is het voor de bedrijven met een gemiddelde omvang niet betaalbaar. Met zijn allen proberen we versneld goedgekeurde systemen te krijgen. Voor sommige bedrijven zal het te laat zijn. Maar we sluiten ook niet uit dat de overheidsregelgeving alsnog realistischer wordt.”De helft van de Brabantse kalverhouders zou willen stoppen vanwege de strengere emissienormen. Wat betekent dat voor de rest van de sector?“Ik voorspel een gestage krimp van de sector. Laat het in Brabant eens om 30% van de plaatsen gaan. Een deel daarvan zal nog wel overgenomen worden door anderen. Dan zit je zomaar op 10% krimp van het landelijk aantal plaatsen. Wanneer we steun van de overheid krijgen om de stallen aan te passen en daarbij een verruiming toepassen van de minimale oppervlakte van 1,8 naar 2 vierkante meter, dan zou dat ook nog eens 10% minder plaatsen kunnen zijn.” Lees verder onder de fotoWim Thus (62) is sinds 5 jaar voorzitter van de LTO-vakgroep Vleeskalverhouderij en vanuit LTO afgevaardigde in de Stichting Brancheorganisatie Kalversector. Daarnaast is Thus sinds oktober 2019 ook directeur van Orgafert. - Foto: Van Assendelft FotografieWaar zet de sector de komende jaren, naast de huidige stikstofcrisis, nog meer op in?“We zetten nu ook vol in op de excretienormen. Voor de gestelde normen hebben we een jaar uitstel gehad, die kloppen nu niet. Zo ook met het CBS-overzicht van de mestproductie. De sector produceerde ineens 10% meer mest omdat er met de nieuwe normen is gerekend terwijl de sector amper gegroeid is in dieraantallen. Met name voor de roséhouderij is het een uitdaging om tot de juiste normen te komen omdat zij vooral met de forfaitaire excretienormen werkt. Dat moet wel aansluiten bij de praktijk.”Komen er net als bij andere sectoren dierrechten?“Nee, als je het mij vraagt komen die er niet. Daarvoor moet er wel een héél goede motivatie zijn. Marktbescherming? Daarvoor is het niet mogelijk. Fosfaat? Dat hebben we onder controle. Stikstof? Daar zijn andere routes voor waar we al mee bezig zijn. Je kunt je afvragen of een rechtensysteem het uittreden makkelijker maakt. Dat zou kunnen, maar het bemoeilijkt ook het ontwikkelen van bedrijven. Daarnaast moet je ook weer handhaving optuigen, Kijk eens naar de andere sectoren wat daar bij komt kijken. Nee, dan steek ik liever geld in ontwikkelingen waar kalverhouders wel wat aan hebben.”We moeten zorgen dat kalfsvlees een exclusief product blijft dat voor een brede groep consumenten aantrekkelijk isU verwees al naar een mogelijke krimp van het aantal kalverplaatsen. Dat betekent nog al wat voor de sector.“Ja, maar we hebben te maken met een fragiele vleesmarkt. De laatste jaren zie je dat de Zuid-Europese consumentenmarkt tanende is en nieuwe markten in de VS of China vallen nog niet mee. Bij rosé was de laatste jaren wel sprake van een groeimarkt, maar daar staat de afzet er ook slechter voor omdat rosé nu wel dicht bij de roodvleesmarkt komt. We moeten zorgen dat kalfsvlees een exclusief product blijft dat voor een brede groep consumenten aantrekkelijk is. Dus op kwaliteit blijven sturen en onderscheidend blijven.”Dat is de markt, maar hoe staat het met de maatschappelijke discussie?“Antibioticagebruik blijft een issue, we hebben flinke slagen gemaakt, maar moeten toch nog 20% reductie zien te halen. Daarvoor is het Kalfvolgsysteem zeker een instrument, omdat wij daarmee meer inzicht in die eerste 2 weken bij de melkveehouder krijgen en weten of en hoe een kalf al behandeld is. Ik schat dat vrijwel alle melkveehouders er wel achter staan omdat het voor hen ook extra informatie geeft, dit moeten we samen nog wel ontwikkelen. Onder de handel zit nog altijd wat meer weerstand. Die hobbels moeten we wegnemen.”Het is de vraag of we over 5 jaar nog kalveren uit de Baltische staten en Ierland halenEn de steeds terugkerende discussie over lange transporten?“Importen en lange transporten hebben we ook opgenomen in het sectorplan dat we met de overheid bespreken. Het blijft ook vaak terugkomen, dat hebben we gezien met Netwerk Grondig bij het tv-programma Zembla. We moeten zeker van verre transporten af, daar is al veel aan verminderd. Het is de vraag of we over 5 jaar nog kalveren uit de Baltische staten en Ierland halen. Denk maar aan de mogelijke krimp van het aantal kalverplaatsen. Nu komt al 80% van de importkalveren binnen een straal 500 kilometer weg. Voor onze sector is het zaak om de lat op het gebied van de kwaliteit van transport nog wat hoger te leggen. De andere kant van de discussie is wel dat de geïmporteerde kalveren vaak heel goed presteren.”Gaat minder import ook iets opleveren voor de melkveehouderij?“Als we ineens 20% minder kalveren zouden importeren, dan verwacht ik niet dat het een hogere nuka-prijs met zich meebrengt, eerder een lagere. Kijk maar naar de afbouw van het GLB. De toeslagrechten zijn van de kalverhouderij naar de grondgebonden sectoren gegaan. Voor een deel heeft de kalverhouderij dit verlies opgevangen door de verlaging van de nuka-prijzen. Wanneer de marge in onze sector daalt, zal dit ten koste gaan van de inkoopprijs van kalveren.”Het sectorplan is in september aan minister Schouten aangeboden. Hoe ver is het daarmee?“De minister was niet helemaal blij met het plan. We hebben een strak tempo voorgesteld voor de ammoniakreductie met daaraan een prijskaartje van € 100 miljoen. De minister heeft naar verluidt dat bedrag niet, daar moeten we nu het plan op aanpassen. Maar door de stikstofcrisis staan we in Den Haag met dit dossier nu even in de wacht.”SBK maakt geen deel meer van SKV uitMet het opheffen van de Productschappen werd de Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK) opgezet. De afgelopen 5 jaar groeide SBK uit tot een organisatie waar alle sectorpartijen in zijn vertegenwoordigd. SBK werd schemahouder van de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector (SKV). Maar om te veel verweving tussen partijen binnen beide organisaties te voorkomen, is er een aparte ketenborging opgezet. “Je kunt als sector niet je eigen vlees keuren”, stelt Thus. SBK en SKV wachten op de certificering via Ketenborging.nl waarna SKV na GMP+ de tweede organisatie wordt die via Ketenborging.nl geborgd wordt. Co-auteur: Marleen Purmer
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









