Wat zijn de korrelopbrengsten per ras en per regio?

De proefoogstmachine aan het werk op een van de proefvelden van Agro Transfer Seed. - Foto: Staphyt
Eind november zijn de eerste resultaten van Agro Transfer Seed verzameld. Boerderij meldt de resultaten per proefveld per ras.Van de 200.000 hectare mais die in Nederland wordt verbouwd, wordt een derde ingezaaid met Europees toegelaten rassen. Deze rassen zijn niet onderzocht in het officiële onderzoek uitgevoerd door WUR Open Teelten, dat cijfers genereert voor de Aanbevelende Rassenlijst. De proeven van Delphy leverden wel de nodige informatie van een aantal van deze Europese rassen.In 2018 voerde Delphy voor de laatste keer het onderzoek naar snij- en korrelmaisrassen uit. De resultaten werden 21 jaar lang gepubliceerd via www.delphy.nl/maisrassenwijzer.De proefoogstmachine aan het werk op een van de proefvelden van Agro Transfer Seed. - Foto: StaphytNieuwe organisatieNadat Delphy meldde het maisrassenonderzoek te stoppen, werd een nieuwe organisatie en een nieuwe naam geïntroduceerd om het programma, in aanpaste vorm, voort te zetten onder de naam Agro Transfer Seed. KWS, Pioneer en euroCORN zijn de eerste deelnemers. Zo blijft onafhankelijk onderzoek van maisrassen, ook die niet op de nationale lijst staan, in stand. In de nieuwe stichting wordt het onderzoek van Europees geregistreerde rassen voortgezet.De eerste twee jaar is onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de korrelopbrengst van maisrassen. De resultaten tonen welke rassen interessant voor de teler zijn in de verschillende regio’s.SnijmaisMaisrassenonderzoek voor het gebruik als snijmais is in 2018 en 2019 niet uitgevoerd. Wel zijn er veel gebruikelijke rassen voor snijmais ook in het korrelmaisrassenonderzoek in 2019 en 2020 meegenomen. Reden is dat in die situatie het maisras zijn volle potentie kan laten zien met betrekking tot zetmeel- en eiwitproductie.De volledige tabellen staan onderaan dit artikel (klik op 'Resultaten maisrassen')ResultatenIn de tabellen hierboven staan de resultaten per proefveld en per regio en grondsoort (zie kader), verdeeld in tabellen voor de twee vroegheidsgroepen zeer vroeg/vroeg en middenvroeg/middenlaat. Staphyt voert onderzoek uit en verwerkt de resultaten. Dit is een Frans bedrijf dat veel rassenonderzoek voor derden over heel Europa verricht vooral op gebied van mais en granen.RassenDe vroege rassen zijn onderzocht op acht locaties; de middenvroege op vijf. De vroege rassen zijn 31 september en 1 oktober geoogst. De middenvroege rassen zijn geoogst in de laatste week van oktober. In de tabel staan de opbrengsten en vochtgehalten per ras en per locatie. Hoe minder vocht een ras bevat, hoe vroeger het ras is. De opbrengsten zijn omgerekend naar 15% vocht om de rassen vergelijkbaar te maken.Gemiddelde per locatiePer locatie wordt het gemiddelde vermeld van alle beproefde rassen, alsook het gemiddelde per ras in werkelijke opbrengsten en in verhoudingsgetallen. Bij de beproefde rassen is geen legering waargenomen en ook zijn er geen significante verschillen voor stengelrot waargenomen. Na de doorstart van het onafhankelijk maisrassenonderzoek zullen mogelijk vanaf seizoen 2021 ook weer meerdere kweekbedrijven veelbelovende nieuwe rassen aanmelden voor beproeving bij Agro Transfer Seed.Regio en grondsoortIn het onderzoek naar de Europees geregistreerde rassen krijgen de telers een neutraal beeld van de eigenschappen en prestaties van het ras onder Nederlandse omstandigheden en in verschillende gebieden. Het voorbeeld daarbij is Duitsland. Daar is naast een nationale rassenlijst ook een rassenlijst per regio.
Verschillen binnen Nederland en België
Agro Transfer Seed is ervan overtuigd dat ook binnen Nederland en België verschillen zijn in de prestaties van rassen, afhankelijk in welke regio deze geteeld zijn. De onafhankelijke vergelijking biedt snel een correct inzicht in de kwaliteiten van een ras en de geschiktheid ervan voor een land of regio.
Verschil in grondsoort
Zo wordt er verschil gemaakt tussen bijvoorbeeld Noord- en Zuid-Nederland/België maar ook in grondsoort. Er zijn rassen die op de hogere zandgronden in het Zuiden wel tot afrijping kunnen komen, maar dit in het Noorden op lagere, koude grond niet halen. Dat voorkomt dat telers een niet passend ras kiezen op basis van nationaal gemiddelde cijfers.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









