‘Wake-upcall in Nieuw-Zeeland: hoe de nuance uit het stikstofdebat verdween’

Melkkoeien in Nieuw-Zeeland. Afbeelding ter illustratie. Foto: Andrea Disco
Het gouden strand is de plek waar ik deze column schrijf. Dat strand ligt in Nieuw-Zeeland op het Zuidereiland. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt tijdens een etentje met mensen die uit de omgeving van Christchurch kwamen. Al snel kwam het gesprek op het boeren in Nederland.
Tja, en dan moet je uitleggen hoe het zit met stikstof, de PAS-problematiek, de KRW. In Nieuw-Zeeland zou dat toch geen problemen opleveren? Voor de mevrouw met wie we tafelden, was dat het moment om me te laten weten dat ze zich zorgen maakte over de kwaliteit van het drinkwater. Hoezo dan, vroeg ik aan haar. Er waren te veel koeien, vertelde ze. Ik begreep haar niet. Zo’n weids land met veel natuur en ruimte. “Nou ja, niet in het hele land, maar op bepaalde plekken zijn er te veel koeien!” Een goede drinkwaterkwaliteit was haar grote zorg.
Nu herinnerde ik me van een vorig bezoek aan de Canterbury Plains (ook Zuidereiland, twee jaar geleden), dat er projecten waren waarin verschillende partijen samenwerkten om de kwaliteit van het water te verbeteren. Dat was natuurlijk niet voor niks. Er zijn grofweg drie problemen: nitraatvervuiling, afspoeling en het onttrekken van water voor irrigatie, dat de waterstanden verlaagt en het ecosysteem kan verstoren. Om deze problemen aan te pakken, moeten de boeren een plan van aanpak opstellen. Deze plannen moeten boeren helpen de risico’s te benoemen en maatregelen te nemen om deze risico’s in te perken. Het gaat dan bijvoorbeeld om een afrastering maken langs waterwegen of het aanbrengen van beplanting. Klinkt goed, vond ik.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









