Vliegende start ProgrammaKalf

Foto: Henk Riswick
Denkavit zoekt de samenwerking met de melkveehouderij. De eerste resultaten laten vooruitgang in kalver- én melkveehouderij zien.Denkavit, specialist in jongdiervoeding, zijn visie op de kalverhouderij. Onderdeel ervan is het project ProgrammaKalf. Met Veal the Difference wil Denkavit een stap voorwaarts zetten in verduurzaming in de kalverhouderij én de melkveehouderij, een verbeterde samenwerking tussen melkveehouder en kalverhouder en meer rendement voor de hele kolom.175 melkveehoudersVanuit de melkveehouderij lopen de reacties op de visie van afwachtend tot positief, waarbij een kleine groep zelf Denkavit benaderde voor deelname. Inmiddels zijn 175 melkveehouders in Nederland en Duitsland in het project ProgrammaKalf gestapt met als doel niet alleen betere stierkalveren aan de kalverhouderij te leveren, maar ook hun eigen fokkalveren een betere start te geven.‘Een goede start zorgt er voor dat een vaars eerder afkalft’Goede biestgiftOp de melkveebedrijven ligt de focus op de eerste 14 dagen na de geboorte. In die periode is met een goede biestgift, de overgang naar melk, hygiëne en huisvesting nog veel te optimaliseren voor melkveehouders. “Het gaat niet alleen om de betere opbrengst voor een stierkalf. Een goede start zorgt er ook voor dat een vaars uiteindelijk eerder afkalft”, stelt Bert Eggens, hoofd vleeskalverhouderij bij Denkavit.Lees onderaan dit artikel de ervaringen van Roger Weber. Hij is assistent-bedrijfsleider op een Duits melkveebedrijf met 450 stuks jongvee.Hoger gewichtDe 175 melkveehouders die nu meedoen, hebben 15.000 kalveren geleverd, wat neerkomt op zo’n 300 per week. Nog geen grote aantallen, maar de deelname neemt nog steeds toe. De eerste cijfers uit Duitsland zijn zeer positief en vanuit de Nederlandse pilot komen ook zeer positieve reacties van deelnemende melkveehouders. Het gewicht van de kalveren na 14 dagen ligt op veel bedrijven gemiddeld tussen 5 en 10 kilo hoger dan bij aanvang van de deelname.‘Een daggroei van meer dan 800 gram is mogelijk’Vitaler kalfDoor de biestverstrekking te controleren en terug te koppelen krijgen veehouders ook een gezonder kalf. Bij de aan de kalverhouderij geleverde kalveren wordt het totale eiwitgehalte in het bloed gemeten; dit is een goede indicatie van de biestvoorziening. Ook vitaliteit is op basis van bloedwaarden te bepalen. Op basis daarvan krijgen melkveehouders gericht advies over het verbeteren van de biestgift, biestkwaliteit en de biestverstrekking. “Een daggroei van meer dan 800 gram is mogelijk, daarmee kan een kalf in 14 dagen van 40 naar 50 kilo groeien. Die extra kilo’s leveren uiteindelijk het geld op. Met een goede biestgift en 2 weken goed voeren wordt het kalf niet alleen zwaarder, maar heeft het ook een betere conditie”, legt Eggens uit. Met de bloedwaarden wil Denkavit meer gaan doen. Uit de eerste gegevens komen bijvoorbeeld al verschillen naar voren tussen zwartbonte, roodbonte en kruislingkalveren.Resultaten besprokenDe volgende stap voor de samenwerking met melkveehouders is de terugkoppeling van gegevens uit de kalverhouderij. Melkveehouders zijn nieuwsgierig naar de vorderingen van ‘hun’ kalf; onder meer groei en eventuele uitval. Alleen is het bij uitval nog puzzelen naar wanneer de uitval nog verband houdt met de eerste 2 weken bij de fokker. Nu worden de resultaten van de eerste meting bij aanvang (nulmeting) besproken met de deelnemende bedrijven. In deze nulmeting worden biestkwaliteit, werkwijze rond afkalven, hygiëne rond afkalven en voeren geïnventariseerd, op basis waarvan een plan van aanpak wordt opgesteld. Daarna worden de resultaten van de aanpak regelmatig geëvalueerd.
Artikel gaat verder onder de foto.Kalverhouder Kai-Uwe Flotthmann ziet grote verschillen in behandelingen bij kalveren van verschillende melkveebedrijven. - Foto's: Henk RiswickVerbeteringen diergezondheidDeze aanpak werpt in Duitsland al zijn vruchten af. Deelnemende bedrijven leveren zwaardere, gezondere kalveren op. Kalverhouder en afnemer van ProgrammaKalf-kalveren van het eerste uur Kai-Uwe Flotthmann ziet grote verbeteringen in de diergezondheid op bedrijven die aan het programma meedoen. De betere aanpak leidt in de kalverhouderij ook tot minder antibioticagebruik.Stap vooruit voor kalverhoudersIn Veal the Difference ligt de focus niet alleen op de zorg voor aanvoer van gezondere kalveren, ook in de Denkavit-vleeskalverhouderij zelf worden verdere stappen gezet in duurzame verbetering en optimalisatie van de resultaten. Afgelopen jaren heeft de hele kalversector al grote sprongen gemaakt met het terugdringen van het antibioticagebruik, maar om nog verder terug te kunnen, zijn nieuwe aanpakmethoden nodig.Door in een mestperiode van 27 weken 350 kilo ruwvoer te verstrekken worden de kalveren op een natuurlijke wijze gevoerdNieuwe D350-voerconceptDenkavit introduceerde het nieuwe D350-voerconcept; hierbij krijgen vleeskalveren onder andere meer ruwvoer. Door in een mestperiode van 27 weken 350 kilo ruwvoer te verstrekken worden de kalveren op een heel natuurlijke wijze gevoerd, wat een stabieler en gezonder kalf oplevert. Een tweede verandering is de invoering van het standaard grondig reinigen en professioneel laten ontsmetten van de stallen na elke mestronde. Dit verlaagt de infectiedruk in de stallen en verkleint de overdracht van ziektekiemen tussen koppels kalveren.Afname antibioticagebruikHet afgelopen jaar zorgden deze veranderen voor een verdere daling van zowel het antibioticagebruik als de uitval. De uitval daalde met 0,4% naar 2,8%. Het antibioticagebruik laat ook een flinke daling zien. In 2017 lag het aantal dierdagdoseringen (ddd) op 19,2 bij Denkavit volgens de SDA-normering. In 2016 was dat nog 21,5. Een vergelijking met het landelijk gemiddelde is nog niet te maken, omdat de cijfers in de loop van mei pas bekend worden. Maar de 21,5 ddd over 2016 was al lager dan de SDA-benchmarkwaarde van 23,7 voor blankvleesproductie. In 2016 lag landelijk gezien 6% van de kalverhouders in het rode actiegebied. Bij Denkavit zakte dat percentage afgelopen jaar tot 0.Betere aansluiting voerschema’sDe volgende stap binnen Veal the Difference is het verder aanhalen van de banden met de melkveehouderij. “De zuivel heeft nu ook in de gaten dat zowel vaars- als stierkalveren onderdeel zijn van de zuivelketen. De toekomst voor beide sectoren ligt in duurzame samenwerking; dit is een essentiële randvoorwaarde voor de license to produce”, vindt Eggens. De kalveren verdienen bijvoorbeeld een betere aansluiting tussen de gehanteerde voerschema’s van opfokmelken in de melkveehouderij en kalvermelken in de vleeskalverhouderij. Ook de toename van ad libitum voeren door melkveehouders zorgt voor een puzzel. Kalveren drinken ad libitum vlot 10 tot 15 liter per dag weg, in de kalverhouderij worden ze de eerste weken teruggezet naar de helft of minder.
Naam: Roger Weber (26). Plaats: Gustow (D.). Bedrijf: Agrargesellschaft Gustow mbH. 330 melkkoeien en 450 stuks jongvee op 2.500 hectare. Functie: assistent-bedrijfsleider.Vitaliteit kalverenMet Freundt keek Weber naar onder meer de vitaliteit van de kalveren. Die was te laag. Door de kalveren het vitaminen- en mineralenmengsel Vitalcure te verstrekken zijn de kalveren vlotter en volgens de cijfers van de verzamelplaats 2 tot 4 kilo zwaarder dan voor de andere aanpak. Uit het ProgrammaKalf-overzicht blijkt dat Agrargesellschaft Gustow laatste kwartaal 2017 kalveren van gemiddeld 48,5 kilo afleverde. Ook de kwaliteit van de biest is in een jaar sterk verbeterd. Het bedrijf scoorde bij de eerste bezoeken slecht, eind 2017 scoort nog maar 16% van de kalveren te laag (zie grafiek hieronder).Door verbetering van het biestmanagement zijn grote sprongen vooruitgemaakt in de biestvoorziening. Ruwvoergift verbeterenDe kalveren krijgen tweemaal daags 3 liter melk, in de eerste week koemelk, daarna kalvermelk. Die hoeveelheid lijkt te weinig, midden op de middag roepen de kalveren en zijn ze onrustig. “Misschien moeten we ze wel meer voeren”, overdenkt Weber. Dit moet hij overleggen met de bedrijfsleider en de eigenaar.Naast de melkverstrekking willen Weber en Freundt de ruwvoergift verbeteren. Vanaf 14 dagen al een TMR-rantsoen van gras, mais en stro.In de opfokstal staan goed ontwikkelde pinken dik in het stro. 5 jaar geleden bouwde het bedrijf 2 nieuwe jongveestallen. Een grote verbetering ten opzichte van de oude DDR-bouw. Weber merkt zelf ook dat de pinken in deze stallen beter groeien dan in de oude situatie.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









