‘Verband tussen weidevogels en insecticiden niet hard’

Jelmer Buijs
Het rapport over een mogelijk verband tussen gebruik van bestrijdingsmiddelen en achteruitgang in aantallen weidevogels, heeft heel wat losgemaakt. Auteur Jelmer Buijs geeft toe dat er geen verband aangetoond is, maar vindt de gevonden hoeveelheden insecticiden wel alarmerend.Auteur Jelmer Buijs benadrukt dat de aanwezigheid van 134 verschillende bestrijdingsmiddelen verontrustend is. Hij vindt dat boeren, en zeker de mengvoerindustrie, de metingen serieus moeten nemen. Buijs zegt dat landbouwgrond in de toekomst misschien wel niks meer waard is door verontreiniging.Jelmer Buijs onderzocht samen met Margriet Mantingh van WECF Nederland een mogelijk verband tussen hoeveelheden insecticiden en de afname van aantallen weidevogels. - Foto: Jelmer BuijsWie is de initiatiefnemer en wat is aanleiding geweest voor het onderzoek?“Het idee is afkomstig van mijzelf, en van Margriet Mantingh namens milieuorganisatie WECF Nederland. Ik ben zelf vogelliefhebber en zie in het landelijk gebied het aantal weidevogels zeer sterk afnemen. Toen ik de uitslagen van mestmonsters uit Noord-Holland en Gelderland zag, schrok ik daarvan. Vandaar dit onderzoek.”Stichting Agri Facts (Staf) beweert dat de gevonden waarden onder de limietwaarden (MRL’s) blijven. Klopt dat?“Ja, dat staat ook in ons rapport. Het probleem is dat deze Europese normen gericht zijn op humane gezondheid en diergezondheid. Niet op ecologische gezondheid. Voor bestrijdingsmiddelen in bodem en mest bestaan, op een enkele uitzondering na, geen normen. De European Food Safety Authority (Efsa) die de MRL-normen voor voer (en voedsel) opstelt, heeft niet tot taak om insecten in het weiland te beschermen.”Wat zou die ecologische limietwaarde dan moeten zijn?“De normen voor insecticiden in krachtvoer moeten met een factor van minimaal 1.000 omlaag om insecten en weidevogels een kans te geven. Hoe meer insecticiden een koe binnenkrijgt, hoe minder kevers in de mest aanwezig zijn.”Jullie doen uitspraken over kevers in de mest op basis van 20 bedrijven. Volgens Staf is er veel ruis, en de steekproefomvang is klein. Klopt dat?“Ja. Het gaat om de significantie van de test. Die was licht significant. Het klopt dat de resultaten onderling sterk verschillen, maar we kunnen niet anders dan constateren dat er minder kevers te vinden zijn bij hogere gehalten insecticiden. Wellicht halen we het wetenschappelijk vakblad Nature niet. Dat vraagt om een grotere steekproef, tijd en geld.”Kun je dan concluderen dat de afname van weidevogels veroorzaakt wordt door insecticiden?“Nee, maar de aanwijzingen zijn sterk. De resultaten wijzen erop dat hogere concentraties bestrijdingsmiddelen een langdurig negatief weide-ecosysteemeffect hebben. Het kan niet anders dan dat de insectenpopulaties hier sterk door worden beïnvloed. Met 1 onderzoek kun je geen beleid veranderen. Dit onderzoek is meer oriënterend bedoeld. Ik hoop dat partijen het grootschaliger oppakken.”Maar naast de bodem spelen ook andere factoren mee in weidevogeloverleving, zoals predatie.“Dat hebben wij ook beschreven. Onderzoek van Sovon toont aan dat het probleem niet in de ei-fase zit, maar in de periode erna, wanneer de opgroeiende kuikens insecten nodig hebben. Die zijn er niet. Volgens ons onderzoek komt dat dus door te hoge gehaltes insecticiden, waarvoor geen ecologische limietwaarden zijn gesteld.”Daar is de boer de schuldig aan?“Nee. Boeren kunnen er weinig aan doen. Zij werken vaak zeer zorgvuldig. Ons onderzoek toont aan dat geen van de deelnemende boeren weet wat voor stoffen in het mengvoer zitten. Dus ook niet of deze slecht zijn voor insecten en weidevogels. Als een boer 20 ton krachtvoer koopt, zit er geen briefje bij dat er 1.200 microgram bestrijdingsmiddelen per kilo krachtvoer in zit.” Hoe kan het dat verschillende media al voor de officiële publicatie op 7 april berichtten over jullie onderzoek?‘’Zij hebben vroegtijdig telefonisch contact met mij opgenomen. Daar heb ik hen deze informatie gegeven. Het rapport is naar geen enkel medium gestuurd.”Staf zegt dat zij het rapport niet ter controle kregen voordat het naar de media werd verspreid. Klopt dat?“Ja. Wij hebben het rapport naar niemand verstuurd voor 7 april. Ik vind Staf een lobbyclub met een eenzijdige visie die specifiek op zoek is naar fouten in methodiek. Ik had ook nog nooit van hen gehoord trouwens.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









