Veranderingen in rantsoen melkvee

Foto: Jan Willem van Vliet
De omgeving van de melkveehouderij verandert en rantsoenen van melkkoeien veranderen mee. De komende jaren ligt de focus vooral op meer en beter ruwvoer van eigen land. Maar er staat meer te gebeuren.Veranderingen in de melkveehouderij zijn van alle tijden, maar nu lijken wel veel ontwikkelingen samen te vallen. Zo hebben grondgebondenheid (65% eiwit van eigen land), circulaire landbouw en eisen uit zuivelconcepten, denk aan biodiversiteit en kruidenrijk grasland, de komende jaren invloed op de productieomgeving van bedrijven. Ze hebben ook direct of indirect invloed op de teelt van ruwvoeders en de samenstelling van het rantsoen.Lees verder onder de foto.Rantsoenen van melkvee zijn altijd aan verandering onderhevig en dat is in deze tijd niet minder. Productie en inzet van eigen geteeld ruwvoer worden nog belangrijker. - Foto: Jan Willem van VlietHet zijn niet alleen veranderingen van buiten; deels komen ze van binnen het bedrijf en is daar in meer of mindere mate al aandacht voor. Het is een gegeven dat op veel bedrijven de potentie van ruwvoer niet volledig wordt benut, wat voor een deel het gevolg is van tekortkomingen in het bodem-, ruwvoer- en voedingsmanagement. Aan de andere kant krijgen aspecten als bodemvruchtbaarheid en een gezonde veestapel meer aandacht dan voorheen.Een aantal deskundigen voorziet dat door dit alles de rantsoenen gaan veranderen. Natuurlijk zijn en blijven er verschillen in rantsoenen tussen bedrijven, maar de grote lijnen zijn helder. Ze staan in de kaders in dit artikel en zijn gebaseerd op de visies van Leo Tjoonk, kenniscoördinator ruwvoergewassen bij Agrifirm, Robert Meijer, manager marketing herkauwers bij ForFarmers, Alidus Hidding, adviseur bij VIB Consulting en Jan Dijkstra, universitair hoofddocent rundveevoeding bij Wageningen University & Research (WUR). Samengevat: meer en beter eigen eiwit, volop gebruik van mais en reststromen en inspelen op verschillen in graskuilen.Meer en beter eigen eiwitFoto: Koos GroenewoldEigen eiwit is de komende jaren een van de belangrijkste onderwerpen voor de voeding van melkvee. Op beperkte schaal komen nieuwe eiwitbronnen als veldbonen of soja, maar veruit de grootste winst is te halen uit meer en beter eigen geteeld gras. Het aandeel gras in rantsoenen zal toenemen, wat eisen stelt aan de kwaliteit en de verteerbaarheid. Het aandeel eiwit via mengvoer gaat omlaag.Mais blijft, ook in andere vormFoto: Michel VeldermanVoor een optimale benutting van (eigen) eiwit is energie belangrijk. Mais blijft daarom een belangrijk ingrediënt in de rantsoenen. In de vorm van snijmais, maar het aandeel geconcentreerde maisproducten, zoals MKS of CCM, neemt toe. Structuur komt uit andere bronnen en organische stof blijft op de akker. Energierijke producten zoals granen en sorghum die op bepaalde gronden beter te telen zijn, maken opmars.Meer variatie in graskuilenFoto: Hans PrinsenDoor met name de zuivelconcepten gaan meer veehouders werken met kruidenrijk en natuurgrasland. Dat vraagt specifieke bestemmingen in het rantsoen, met name voor droge koeien en jongvee. Aan de andere kant gaat de behoefte van de koeien meer sturend zijn voor de keuzes in ruwvoer en aanleg van kuilen. Dat kan leiden tot specifieke grasmengels of teelt van andere ruwvoeders die beter in het rantsoen passen.Volop gebruik van reststromenFoto: Jan Willem SchoutenDe veehouderij maakt al volop gebruik van reststromen en dat zet de komende jaren door. De potentie van reststromen uit de voedingsindustrie is veel groter dan wat nu wordt gebruikt, onder andere door regelgeving en logistieke beperkingen. Aan de gebruikerskant zijn grote bedrijven beter ingericht op het voeren ervan. Uiteindelijk bepaalt de markt (prijs en aanbod) de inzet van deze producten.Meer samenwerkenMeer voer van eigen grond dus. Om de ruwvoerteelt te verbeteren, verwacht Tjoonk van Agrifirm dat melkveehouders en akkerbouwers vaker gaan samenwerken, aangezien beiden daar voordeel van hebben. Ook komen andere gewassen in beeld om te voeren, zoals graan en voederbieten. “Graanteelt heeft voordelen ten opzichte van mais: het is eerder van het land, is te telen op moeilijke gronden en past goed in grasrijke rantsoenen.”Tjoonk voorziet een splitsing in productie van ruwvoer: een deel zeer effectief van hoge kwaliteit en een ander deel extensiever met minder voederwaarde. Daarbij komen meer gegevens beschikbaar, zoals voor plaatsspecifieke bemesting en modellen die grasgroei en -kwaliteit voorspellen. “Er is al veel, maar de komende jaren ligt de focus vooral op het praktijkrijp maken en hoe te beïnvloeden.”De positie van mengvoer/brok in het rantsoen is nog onzeker. Bij optimaal gebruik van eigen grondstoffen kan het aandeel omlaag. “We verwachten dat het op een deel van de bedrijven met 10% kan dalen. De crux is om de koeien rondom het afkalven blessurevrij te houden en de productiepiek zo lang mogelijk vast te houden.” In het juiste tempo moet de krachtvoergift omlaag en richting maximale ruwvoeropname.Paar tegenstrijdighedenDat rantsoenen veranderen, verwacht ook Meijer van ForFarmers. Hij spreekt echter over nuanceverschillen. Meijer ziet de grootste verbeteringen in meer en beter eigen ruwvoer. “Gras en mais hebben zich bewezen, daar moet de focus de komende jaren op liggen door wat we al doen, nog beter te doen.” Meer melk uit ruwvoer, waardoor de (eiwit)aanvoer uit krachtvoer naar beneden kan. “In het kader van kringlooplandbouw kijken wij ook naar extra mogelijkheden om reststromen te benutten in rantsoenen.” Eigen krachtvoer telen, is een optie voor bedrijven die ruim in de grond zitten.Er zijn wel wat tegenstrijdigheden, constateert Meijer. Denk aan de positie van mais: er is kritiek op mais en door de doelstelling 65% eiwit van eigen land zal er voor veel bedrijven minder ruimte zijn om mais te telen. “Maar mais is hard nodig om eiwit in de koe optimaal te benutten en dus stikstofverlies tegen te gaan. Daarnaast levert mais een belangrijke bijdrage aan vermindering van de methaanemissie.”Recent onderzoek toont aan dat de benutting van aminozuren door de koe veel flexibeler is dan we altijd dachtenIn tegenstelling tot de andere deskundigen verwacht Hidding van VIB Consulting dat het aandeel traditionele snijmais onder druk komt, als gevolg van een groter aandeel gras. Hij voorziet andere energiebronnen uit mais, zoals MKS of CCM of ten minste hoger hakselen van het gewas. In andere gewassen telen, gelooft Hidding niet. “Voldoende opbrengst is vaak een probleem.”Grote winst is volgens hem nog te halen rondom planmatig ruwvoer maken, waarbij meer rekening met de kwaliteit en herkomst en de behoefte van de dieren wordt gehouden. “We maaien nu vier of vijf keer en kijken dan wat we met het voer gaan doen. Dat moet andersom: wat is de behoefte en wat voor voer is daarvoor nodig?” Niet achteraf corrigeren, maar vooraf planmatig werken.Lees verder onder de foto.Het aandeel mengvoer kan op een deel van de bedrijven omlaag. Bijsturen op basis van de behoefte van individuele koeien blijft echter nodig. - Foto: Hans PrinsenInvloed andere mengselsNaast ontwikkelingen van buiten en binnen het bedrijf zijn kennis en (praktijk)ervaring factoren die invloed hebben op de richting van de toekomstige rantsoenen. Een hiaat is volgens Dijkstra van WUR de kennis over kruidenrijk en natuurlijk grasland. “We weten nauwelijks wat de invloed is van een andere samenstelling van de grasmengels op de vertering. Allerlei eigenschappen met betrekking tot de invloed van kruidenrijk grasland op de afname van methaanuitstoot of lagere stikstofexcretie worden geclaimd, maar die worden vrijwel nooit goed gemeten.”Een ander aspect waar kennis voor toekomstige rantsoenen over ontbreekt, is de exacte werking van het eiwitapparaat en met name de behoefte aan essentiële en niet-essentiële aminozuren. “Recent onderzoek toont aan dat de benutting van aminozuren door de koe veel flexibeler is dan we altijd dachten. Daar is nog veel meer kennis over nodig, mede omdat daardoor de stikstofexcretie fors kan afnemen.”Verder verwacht hij dat niet-kerende grondbewerking doorzet, maar er is nog weinig ervaring wat dit voor de snijmaisteelt betekent. Daar ligt ook een taak voor de plantveredeling. Dijkstra gelooft wel in meer eigen krachtvoerteelt, waarbij ook nieuwe toepassingen ontstaan, zoals strokenteelt in combinatie met gras/klaver.Voersystemen veranderen mee maar snel gaat het nietNiet alleen rantsoenen, maar ook voersystemen zijn aan verandering onderhevig. Vooral op grote bedrijven zal dit doorzetten.Besparing op arbeid en nauwkeuriger en vaker voeren zullen leiden tot een gestage toename van automatische voersystemen. Grote investeringen en inpasbaarheid zijn beperkingen voor een snelle toepassing. Afnemende kosten voor onder andere sensortechniek en bedrijfsontwikkeling kunnen het de komende jaren wel versnellen.Het aandeel TMR (totaal gemengd rantsoen) en PMR (gedeeltelijk gemengd rantsoen) op de grotere melkveebedrijven neemt langzaam toe, maar blijft relatief klein. Het hangt vooral samen met de groei van melkveebedrijven: hoe groter een bedrijf, hoe beter toepasbaar.Volautomatische (ruw)voersystemen voor individuele voedering gaan er komen, maar een brede praktische toepassing laat langer op zich wachten. Voedingsdeskundigen zijn verdeeld over nut en noodzaak om elke koe een individueel rantsoen te geven. Bovendien is bruikbaarheid bij beweiding al stukken minder.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









