Veel leed bij melkveehouders na einde melkquotering

In aanloop naar het einde van de melkquotering en daarna volgde een enorme investeringsimpuls in de melkveehouderij. - Foto: Jan Willem van Vliet
Vijf jaar geleden kwam er eind aan de melkquotering. Dit gaf de melkveehouderij een enorme impuls, maar er is ook heel veel geld en energie verspild. Nog steeds is het herstellen en bijsturen.Bevrijdingsdag noemden veel melkveehouders het eind van de melkquotering in april 2015. Op weg in de trekker naar Den Haag of elders bij een blokkade is er misschien met een smalende lach op de lippen aan teruggedacht. Want, hoezo bevrijding? Melkveehoudersleed!Het einde van de melkquotering is een virtuele verlossing gebleken, want andere beperkingen voor de sector bleven of dienden zich aan, terwijl de quotering als psychologisch herkenbare barrière misschien nog niet eens zulke kwade kanten had. Alleen de bedrijfsontwikkeling heeft er mogelijk van geprofiteerd, maar de vraag is of dat onderaan de streep ook zo veel meer heeft opgeleverd. Want, is de marge meegegroeid, of het maatschappelijk krediet? Miljard kilo melk erbijHet zijn vragen die de melkveehouderij aan zichzelf kan voorleggen. Natuurlijk niet alleen in Nederland, maar ook in de omringende landen van de EU, maar voor de eenvoud wordt het hier even tot Nederland beperkt.Wie kijkt naar de feiten, ziet dat de productiedrang na 1 april 2015 al snel uitliep op een valse start. In het eerste gebroken jaar werd er wel gas gegevens, maar was de zaak met + 600 miljoen kilo nog niet direct volledig op stoom. In 2016 werd er nog een tandje bij gedaan en kwam er al rap een miljard kilo meer melk bij. Daarmee kwam de Nederlandse melkproductie in totaal op 14,3 miljard kilo. Lees verder onder de tabel. Lagere melkprijs door grotere aanvoer melkDat kon de zuivelindustrie echter niet aan. Met name FrieslandCampina wist zich geen raad met de aanzwellende melkleveringen, bracht allerlei afremmingsmechanismen in stelling en ging leden zelfs betalen om niet te leveren. De enorme aanvoer zorgde daarbij voor een lagere melkprijs en een verwatering van de winst. Ook bij de rijksoverheid gingen de alarmbellen af, want die zag de mestproductie ook omhoog gaan en vreesde voor problemen op milieugebied, met name bij de Europese Commissie. Zo werd 2017 het jaar van het fosfaatreductieplan, het opruimen van circa 80.000 koeien en terugsnoeien van melk- en mestproductie. Veel melkveehouders zagen hun groeiplannen doorkruist. Echter, was het dat alleen maar. BedrijfsbeëindigingenBevrijdingsdag heeft ook tot een enorme investeringsimpuls geleid, mede aangemoedigd door de zuivelcoöperaties en de banken. Het is een impuls die achteraf bezien voor een flink deel in rook is opgegaan. Hoeveel geld daarmee is gemoeid, lijkt nog niemand te hebben becijferd. Maar, al is regelmatig voor niets geïnvesteerd (want eerst gas gegeven, daarna gedwongen weer afgeremd), de financieringslast ervan is gebleven en dat heeft het gemiddelde kostenniveau in de melkveehouderij wel verder opgedreven. En op individueel niveau tot knelgevallen en bedrijfsbeëindigingen. Dat is zeker een erfenis van de post-quotum euforie. Lees verder onder de grafiek. Schaalvergroting melkveehouderijDat de bedrijfsontwikkeling door dit alles stagneerde, hoeft geen verder betoog. Voor het eerst in jaren steeg na 2017 het aantal hele grote melkveebedrijven ook niet meer, evenmin als de gewone trend van schaalvergroting. Een enkeling durfde zelfs de conclusie aan dat de tendens naar steeds groter misschien wel snel voorbij zou zijn. Dat lijkt een voorbarige conclusie. De laatste tijd is er, na een pauze, weer sprake van een verdere groei van het aantal grotere bedrijven, al is dat dan in een iets rustiger tempo dan daarvoor. Milieugrenzen in zicht door groei melkveehouderijWat in Nederland gebeurde na het einde van de quotering, gebeurde ook in een reeks andere Europese landen. In Noord-Duitsland groeide de melkproductie, in Ierland, in Denemarken en in Polen. Niet overal leidde dit tot dezelfde combinatie van problemen als in Nederland. Een gedwongen krimp van de melkveestapel en groeistops voor de melkaanvoer waren uniek voor Nederland, maar overal zette de snelle groei van de melkplas de opbrengstprijzen en de marges onder druk, terwijl regelmatig ook milieugrenzen in zicht kwamen. Alleen in Polen lijkt nog onverminderd ruimte voor meer productiegroei. Lees verder onder de grafiek. Sanering kleinere bedrijvenIn Nederland zal de melkproductie komende jaren naar verwachting nog wel verder groeien, maar in een veel rustiger tempo en mede rekening houdend met de randvoorwaarden die van toepassing zullen zijn op gebied van milieu en met de maatschappelijke wensen. Daarbij tekent zich ondertussen ook een stille sanering af van veel kleinere en middelgrote melkveebedrijven in diverse regio’s van het land. Dat gebeurt met name in het Zuiden en Oosten. Dat gebeurt weer vanwege een combinatie van factoren. In deze gebieden is de melkveehouderij gemiddeld intensiever dan in de rest van het land. Veel bedrijven moeten, om grondgebonden te worden, zorgen dat ze via koop of pacht meer grond aan zich binden. Maar is de ruimte daarvoor? Noord-BrabantDaarbij speelt in een provincie als Noord-Brabant mee dat de melkveehouderij de overheid vaak tegenkomt, hetzij vanwege de rol van de overheid op de grondmarkt, hetzij vanwege allerlei andere beperkende regels. Bovendien moeten de intensieve melkveebedrijven in deze regio leven met een extra handicap. Omdat het voor hen moeilijker is om weidegang toe te passen, en daarmee dus ook te kunnen profiteren van een reeks extra toeslagen die met weidegang zijn verbonden, missen ze broodnodige inkomsten. Ze vechten als het ware een strijd op twee of meer fronten.Ook de melkveebedrijven in de veenweidegebieden moeten het hoofd bieden aan diverse uitdagingen, maar die lijken op korte termijn toch minder heftig dan waarmee de intensieve melkveebedrijven op zand voor staan. Betaalde natuurdienstenDe logische gevolgtrekking uit deze schets is dat het toch weer de grote, efficiënte melkveebedrijven zullen zijn die de beste overlevingskansen hebben, mits ze beschikken over voldoende grond. Schaalvergroting en nog meer efficiënte om het gestage verlies aan marge te compenseren. Zo was het altijd en zo lijkt het ook zo te blijven. Of toch niet helemaal in de Nederlandse context?De discussie in Nederland gaat hier uiteindelijk al heel lang over. Kleinere en middelgrote bedrijven zouden naast hun melk- of andere productie ook andere activiteiten moeten ontplooien om een redelijk inkomen te blijven verdienen. Ze zouden meer betaalde natuurdiensten moeten verrichten. In de praktijk blijkt dat idee nooit een echt duurzaam verdienmodel te zijn geworden voor een brede groep bedrijven. Mooi voor degenen op weg naar de uitgang, maar niet iets om structureel een deel-inkomen uit te halen. De vergoedingen zijn te laag en de overeenkomsten ook te veranderlijk.Van weide naar emissies naar biodiversiteit?De ontwikkelingen in de melkveehouderij, vooral na het einde van de melkquotering, heeft het imago van de sector uiteindelijk geen goed gedaan.
Daar hoeft niemand heel veel woorden aan vuil te maken, of je de sector een goed hart toedraagt of niet. Beelden van schaalvergroting, verdere vergroting van de efficiëntie en technologisering doen het nu eenmaal niet erg veel goed als het gaat om voedselproductie. De aaibaarheidsfactor is cruciaal en moet hoog worden gehouden. Met inzet van veel krachten is de trend naar steeds meer opstallen wel gekeerd in de melkveehouderij. Nederlandse melk kan moeilijk meer worden neergezet als ‘stalmelk’, zelfs al komt misschien nog wel bijna een kwart van alle melk van bedrijven die geen of weinig weidegang toepassen. Het gevecht om de emissiereductie is nog in volle gang, maar die strijd kan de melkveehouderij ook gaan winnen.
Melkveehouderij versus natuur
Diverse perspectiefvolle oplossingen zitten in de pijplijn of worden uitgerold. Denk aan voeradditieven en technieken om mest emissiearm te gebruiken of zelfs te kraken. De volgende uitdaging is om de melkveehouderij natuurvriendelijker te maken. Dat is geen eenvoudige taak, want het roept bijna als vanzelf allerlei weerstanden op. Zie de discussie bij FrieslandCampina over de samenwerking met Natuurmonumenten. Echter, als er betere vergoedingen zouden komen en langlopende afspraken gemaakt kunnen worden in een ‘gedepolitiseerde’ omgeving, met alle terreinbeheerders in Nederland, zouden de zaken wel eens heel anders kunnen lopen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









