‘Toekomstig mestbeleid: benut kracht van boer’

Foto: Jan Willem Schouten
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) schetste in een Kamerbrief de contouren van het toekomstige mestbeleid.LNV heeft vooraf het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gevraagd om verschillende denkrichtingen te onderzoeken op basis van de volgende ‘wensen’: het moet bijdragen aan de realisatie van kringlooplandbouw; een verbetering van de waterkwaliteit; een lagere fraudegevoeligheid; een lagere regeldruk;de handhaafbaarheid moet worden versterkt. Dat alles moet passen binnen het EU-beleid.Hoogwaardige meststoffen in de maakHet PBL heeft in een quickscan vijf verschillende denkrichtlijnen verkend. Op onder andere deze verkenning heeft de minister haar toekomstige mestbeleid geschetst. Kort door de bocht komt het er op neer dat de rundveehouderij grondgebonden moet worden, met een balans tussen voer en mest, en dat alle mest uit de intensieve veehouderij de verwerking in moet om zo een grondstof te verkrijgen voor een hoogwaardige meststof. Die meststof mag vervolgens weer in de kunstmestruimte aangewend worden en kan dus de huidige kunstmest gaan vervangen.Voor een aantal bedrijven zal dit vast prima werken, voor een groter aantal zeker niet. Geen enkel bedrijf is hetzelfde. Daarom is segmenteren naar intensiviteit en dat koppelen aan ‘veel’ of ‘weinig’ milieudruk, onwenselijk. Landbouwgrond naar beleidsdoelenDe Nederlandse veehouderij en akkerbouw behoren nog steeds tot de top van de wereld. Niet alleen op het gebied van maximale opbrengsten per vierkante meter grond, maar ook op het gebied van werken met de minste verliezen en daardoor ook de minste milieudruk per kilo product. Het intensieve karakter van de landbouw heeft voor ontwikkeling gezorgd, met voldoende mest en kunstmest konden we het potentieel van de grond pas echt gebruiken. Dat de beleidsdoelen voor natuur, asfalt en woningbouw er juist op gericht zijn om die landbouwgrond op te halen, maakt de opgave om te extensiveren er niet gemakkelijker op. En als je het zuiver bekijkt is, met het niet hebben van een eigen milieuruimte voor de landbouwsector, de deur open gezet om bijvoorbeeld nu stikstof op te halen en te gebruiken voor de uitvoering van alle andere beleidsdoelen, zonder eind in zicht. Voor een individuele boer is dat misschien prima, maar voor de sector is het een erg lastige opgave.Dat doen waar je goed in bent is een randvoorwaarde voor succesBenut eigen krachtHet PBL geeft extensiveren richting grondgebondenheid aan als een erg dure denkrichtlijn. Dat snappen we. Zeker met de grondclaims die er nu al liggen voor de andere beleidsdoelen. Dus waarom zo gemakkelijk afstappen van intensieve landbouw? Waarom niet de kracht gebruiken van het aanwezige ondernemerschap en bedrijfsspecifieke systemen om innovatie te versnellen? In de regio’s wordt al veel gedaan aan samenwerkingen. Een akkerbouwer heeft graag goede mest op zijn grond. De buurman die mais teelt, is te porren voor een meerjarige afspraak waarin mais voor mest het uitgangspunt is. De kracht van specialisten, als akkerbouwer, als varkenshouder of als melkveehouder, kan nog steeds beter worden benut. Dat doen waar je goed in bent is een randvoorwaarde voor succes. Dat betekent ook dat samenwerken met andere specialisten een ‘plus’ brengt. Iedere stap voorwaarts is ook een stap richting milieudruk verminderen. Grondgebondenheid is geen randvoorwaarde om te komen tot een lagere milieudruk per kilo geproduceerd product. Ondernemerschap is dat wel.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









