RVO weigert uitbreiders ‘fosfaatrechtenbeloning’

Foto: Bert Jansen
Volgens RVO is er geen sprake van een individuele disproportionele last bij een Brabantse melkveehouder.De boer heeft 380 melkkoeien en 244 stuks jongvee vergund gekregen op zijn grondgebonden bedrijf. Echter had hij op de peildatum van 2 juli 2015 die niet allemaal op zijn bedrijf staan, maar 248 melkkoeien en 226 stuks jongvee. De overige fosfaatrechten zijn verdampt. De belangrijkste reden daarvan was dat melkveehouder nog bezig was met het aanpassen van een in 2014 aangekocht tweede bedrijf. Hij had hier al € 2,5 miljoen voor geïnvesteerd in grondgebonden groei. De melkveehouder vindt dat het stelsel van fosfaatrechten zeer ingrijpende financiële en bedrijfseconomische gevolgen heeft voor zijn bedrijf. € 2,5 miljoen geïnvesteerdIn een uitspraak van eind november had het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) RVO opgedragen binnen 14 dagen met een beter onderbouwd oordeel te komen over de individuele disproportionele last omdat niet alle belangen en omstandigheden zijn meegewogen. Door dat achterwege te laten, had RVO in strijd gehandeld met het motiveringsbeginsel.Volgens RVO – in een nieuwe beslissing van 7 december jl. – is er geen sprake van inbreuk op het eigendomsrecht, volgens artikel 1 Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De overheid mag eigendom reguleren als dat in het algemeen belang is. Regulering kan zonder schadevergoeding, aldus RVO. Ook is niet ieder vermogensverlies aan te merken als een disproportionele last, stelt RVO. Uitbreiding voor rekening van melkveehouderOok het argument dat de melkveehouder aanvoerde dat deze maatregel niet voorzienbaar was, veegt RVO van tafel. “Voorzienbaarheid ziet op de vraag waar een melkveehouder redelijkerwijs rekening mee had kunnen houden. Of de individuele melkveehouder het stelsel daadwerkelijk had voorzien, is daarbij niet relevant”, schrijft RVO in de nieuwe beslissing. Uitbreiding hoort in beginsel voor rekening van de melkveehouder te blijven.Dat de veehouder door de forse investeringen nu de continuïteit van zijn bedrijf in gevaar ziet komen, is volgens RVO ook niet doorslaggevend om anders te oordelen over zijn fosfaatrechten. De keuze te investeren – ondanks de voorzienbaarheid – is voor eigen rekening, aldus RVO.GelijkheidsbeginselMelkveehouders die omvangrijke investeringen hebben gedaan tegemoetkomen zou er volgens RVO op neerkomen dat die uitbreiders ‘beloond’ zouden worden, ondanks de signalen over productiebeperkende maatregelen. Dat zou in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel, stelt RVO, en onaanvaardbaar zijn omdat de ‘beloning’ voor grootschalige uitbreiders ten koste gaat van niet-uitbreiders. Volgens de Rijksdienst zou het compenseren van deze groep veehouders tot een generieke korting van fosfaatrechten voor alle melkveehouders kunnen leiden. Advocaat Pieter Boomaars van Corten Advocaten in Breda, die de melkveehouder juridisch bijstaat, laat weten het er niet bij te laten zitten. Volgens Boomaars heeft RVO naar een bepaald doel toe geredeneerd, namelijk alle risico’s bij de boer neerleggen. Art. 1 EP EVRM is volgens hem hiermee niet getoetst. Boomaars kondigt aan opnieuw naar het CBb te stappen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









