Romijn over fosfaat: zeg me niet dat het niet kan

Kees Romijn - Foto: Herbert Wiggerman

Kees Romijn - Foto: Herbert Wiggerman


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het melkveefosfaatdossier verdeelt boeren, politici, bestuurders en zuivelaars. Toch wist LTO-voorman Kees Romijn resultaat te boeken. "Het leek soms bijna onmogelijk."In de keuken voor het raam op zijn boerderij in het Zuid-Hollandse Langerak, leest Kees Romijn een stapel kerstkaarten door. Zijn telefoon ligt onaangeroerd voor hem. Ontspannen gaat hij zitten aan de ronde keukentafel. Nu de staatssecretaris het fosfaatreductieplan overneemt en borgt in een wettelijke regeling, is de derogatie 2017 binnen handbereik. "Was dat niet het geval geweest, dan zat ik nu hier niet zo rustig." Hoe zeker is het dat Nederland de derogatie dit jaar behoudt?"Brussel lijkt overtuigd van de geloofwaardigheid en effectiviteit van het fosfaatreductieplan van ZuivelNL, nu deze wordt verankerd in de Nederlandse wet. De Europese Commissie zal daarom de derogatie voor 2017 voor Nederland niet hoeven in te trekken. Die signalen krijgen wij uit Brussel. Ik verwacht dat Brussel medio januari uitsluitsel zal geven."Lees ook: LTO: derogatie 2017 is vrijwel zekerWat maakt dat Brussel nu overtuigd is?"Met het verankeren van het fosfaatreductieplan in een ministeriële regeling is aan een belangrijke voorwaarde van de Europese Commissie voldaan en is behoud van de derogatie binnen handbereik. Doel van het plan is behoud van de derogatie door de rundveestapel in 2017 te laten krimpen met 160.000 dieren. Dat hebben we anderhalf jaar geleden al beloofd. Nu gaat het ook echt gebeuren. Het is nu aan staatssecretaris Martijn van Dam om die bal in Brussel in te koppen."Kees Romijn, voorzitter LTO melkveehouderij - Foto: Herbert Wiggerman124 koeien en 59 hectareKees Romijn runt samen met zijn vrouw Cora een melkveebedrijf van 59 hectare en 124 melkkoeien. In 2009 bouwden zij een nieuwe stal met plaats voor circa 140 melkkoeien. Ze melken met twee melkrobots en hebben twee medewerkers in dienst die samen voor 40 uur per week meewerken. Romijn is als LTO-belangenbehartiger voor de melkveehouderij al actief sinds 2001. 70 procent van de melkveehouders is lid van LTO. Mede op initiatief van Romijn werkt ZuivelNL aan het fosfaatreductieplan. - Foto: Waarom gaat het fosfaatreductieplan wel werken?"De regeling is gebaseerd op een systeem van boetes. Melkveehouders die meer dieren houden dan ze mogen, betalen een boete berekend op basis van de gehele groei ten opzichte van 2015. De boete is een korting op het maandelijkse melkgeld en zodanig hoog dat het niet interessant is om meer koeien te houden dan mag. Daar komt bij dat het geborgd wordt in een ministeriële regeling. We kregen in december al signalen dat een AVV (algemeenverbindendverklaring) niet binnen twee maanden geregeld zou kunnen worden. Elke maand die wij moeten missen in de uitvoering van het plan maakt het lastiger de doelstelling te halen."Melkveehouders trokken zich ook niets aan van de superheffing."Dat klopt. Het verschil is dat de superheffing was gebaseerd op een vast bedrag van 27,5 eurocent per liter. Het was gemakkelijk om daaroverheen te melken. Dat is bij de systematiek van de boetes in het fosfaatreductieplan anders."Hoe beoordeelt u de staatssecretaris?"Het vertrouwen in Martijn van Dam was na het uitstel van de fosfaatrechten bij onze leden en bij mij tot een minimum gedaald. Juist in dit soort ingewikkelde Europese zaken is een zwaargewicht een must. Dat missen wij bij Van Dam. Door de wisseling van staatssecretaris heeft het melkveefosfaatdossier maanden lang stilgelegen. Dijksma had een goede positie in Brussel. Zij had er zeker meer bovenop gezeten. Van Dams stijl is anders. Met het borgen van het fosfaatreductieplan in de Landbouwwet neemt hij wel zijn verantwoordelijkheid voor ons."Martijn van Dam en Kees Romijn. - Foto: Ruud PloegHebt u wel eens getwijfeld aan het fosfaatreductieplan?"Ik heb me regelmatig flink zorgen gemaakt of het wel zou lukken om überhaupt tot een plan te komen. De verdeeldheid is heel groot bij de zuivel, politiek, bestuurders en melkveehouders. Het leek soms bijna onmogelijk om resultaat te boeken. Als de spanning zo hoog oploopt, ontstaan overal scheuren."Wat maakte dat u vertrouwen hield?"Mijn motto is: Zeg me niet dat het niet kan. Ik heb telkens de hoofdlijn vastgehouden en me niet laten meeslepen met individuele emoties van melkveehouders of bestuurders. De kracht van LTO is dat we allerlei type melkveebedrijven vertegenwoordigen. Dat dwingt ons altijd op zoek te gaan naar een zo evenwichtig mogelijk resultaat dat het sectorbelang dient. Ik koester de diversiteit in onze achterban."LTO wordt vaak verweten maar intern maar te blijven bakkeleien."Ja, dat is zo. Het heeft veel energie gekost om binnen LTO melkveehouderij de gelederen gesloten te krijgen en te houden. We hebben gezien dat het afgelopen jaar diverse one-issuepartijen in de melkveehouderij zijn ontstaan zoals Netwerk Grondig en Innovatief uit de Knel. Alleen LTO is wel de enige belangenbehartiger die zo breed is vertegenwoordigd en geworteld in alle politieke niveaus. We hebben om die reden ook veel kennis en specialisten in huis. Aan het fosfaatreductieplan hebben we vanuit LTO met een team van vier specialisten gewerkt. Wij stellen het sectorbelang altijd boven het individuele belang van een boer, regio of groep zonder de consequenties voor individuele boeren uit het oog te verliezen."Foto: Herbert WiggermanVoor 1 december konden leden hun lidmaatschap opzeggen. Heeft het fosfaatreductieplan LTO leden gekost?"Ja, het plan doet veel met onze achterban en dat zien we ook terug in het verloop van het aantal melkveehouders. Dat ligt boven het gemiddelde verloop van LTO melkveehouderij. De hoeveelheid melk die we vertegenwoordigen is echter al jaren gelijk en neemt zelfs iets toe. Het verloop heeft te maken met de situaties op de bedrijven en met hoe zij de rol van LTO beoordelen bij het oplossen van het fosfaatoverschot. Met de fosfaatrechten en fosfaatreductieregels van ZuivelNL komen we aan het voortbestaan van individuele bedrijven en dat raakt hen hard."Wat verwacht u van de vernieuwingen binnen LTO?"LTO gaat vanaf 2017 verder in een nieuwe vorm op landelijk niveau en met een nieuwe voorzitter, Marc Calon. Hij past in deze tijd en geeft de organisatie nieuwe energie. Dat is nodig. We willen de komende jaren meer gaan werken met een eigen agenda. Dat betekent ook dat we prioriteiten moeten stellen. Tegelijk zal LTO verder versterkt worden met specialisten op diverse beleidsterreinen. Als vakgroep krijgen we meer ondersteuning, kennis en slagkracht."U bent sinds 2011 vakgroepvoorzitter. Over twee jaar loopt uw tweede termijn af. Had u kunnen bevroeden dit voor de kiezen te krijgen?"Ik ben sinds 2012 officieel voorzitter, maar verving mijn voorganger Siem Jan Schenk sinds 2011. Het waren toen rustige tijden. In 2012 en 2013 melkten we in Nederland nog niet eens het quotum vol. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Ik heb nog niet nagedacht over het aflopen van mijn termijn in 2018. De komende twee jaar is er nog zoveel werk te verzetten. Daar richt ik me eerst op. Ik zie wel wat daarna op mijn pad komt. Ik heb wel extra uitdagingen nodig, naast het boeren."Welke speerpunten naast het fosfaatdossier heeft u nog meer voor de komende twee jaar?"Ik wil graag het dossier voor de dierziekten IBR en BVD afronden. Verder is de maatschappelijke acceptatie van de melkveehouderij een belangrijk punt, wetende dat de schaalvergroting niet stilstaat. Ook de klimaatverandering is een issue. Ik wil dat we als melkveehouderij en LTO weer onze eigen agenda gaan bepalen. We zijn de afgelopen jaren als sector uitgeleefd door politici en maatschappelijke organisaties. Telkens werden we verrast. Dat tij moeten we zien te keren om het heft weer in eigen handen te krijgen en onze eigen toekomst te bepalen."Foto: Herbert WiggermanHoe gaan melkveehouders om met de fosfaatreductieregels?"Ik merk dat de creativiteit bij melkveehouders opborrelt, oftewel ze onderzoeken hoe onder de regels uit te kunnen komen. Dat typeert het ondernemerschap en is niet erg. Het laat zien dat de noodzaak van de regels is geaccepteerd en dat ondernemers aan het rekenen zijn voor hun bedrijf." Een maas in de wet is de jongveeopfok."Ja dat klopt. Dit lijkt zo'n ontsnappingsroute. We werken aan een oplossing samen met het ministerie. De fosfaatreductieregels gelden nu alleen voor melkleverende bedrijven. Een oplossing zou kunnen zijn dat de regels gelden voor alle bedrijven met diercategorieën 100, 101 en 102. Ik verwacht dat Van Dam deze diercategorieën opneemt in de regeling die het ministerie nu maakt."De leden van de NMV hebben tegen het fosfaatreductieplan gestemd. Wat betekent dat?"Het is jammer. Individuele boeren kiezen altijd voor hun eigen belang zonder een idee te hebben van het alternatief. Het maakt onze positie iets minder stevig in Brussel, omdat we minder draagvlak hebben."Waarom is niet gekozen voor een ABC-prijssysteem zoals de suikersector doet?"We willen zo dicht mogelijk bij het aantal koeien blijven dat moet worden gereduceerd. We hebben gezocht naar een absoluut systeem dat direct stuurt op het aantal dieren en zodoende aansluit bij het stelsel van fosfaatrechten."

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.