Raadsels over oprukkende ritnaalden

Laatst bijgewerkt:
Een perceel mais met veel plantuitval door ritnaaldenvraat. Bij droogte komen de ritnaalden harder af op verse plantwortels. In mais gaan ze plantje voor plantje af in de rij.

Een perceel mais met veel plantuitval door ritnaaldenvraat. Bij droogte komen de ritnaalden harder af op verse plantwortels. In mais gaan ze plantje voor plantje af in de rij.


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De larven van de kniptor lieten vorig jaar een recordaantal maispercelen mislukken. Waarom de druk van ritnaalden al enkele jaren sterk toeneemt is voor experts een raadsel.De biologie van het beestje klinkt zo overzichtelijk. Kniptorren zijn van april tot en met juni actief en zetten dan hun eitjes af op vochtige grond in dichte gewassen, zoals grasland en klaver, in perceelsranden en graszaad en granen. De larves die daaruit voortkomen noemen we ritnaalden. Ze leven vier tot vijf jaar in de bodem en doen zich tegoed aan gewasresten en plantenwortels. Pas dan verpoppen ze zich tot kever. Schade door ritnaalden op gescheurd graslandOmdat de eitjes worden afgezet op gras, treedt schade door ritnaalden traditioneel vooral op in gewassen op gescheurd grasland. Als er veel ritnaalden zijn, hebben kiemplanten van mais en andere zaaigewassen in het voorjaar te lijden van vraatschade aan de wortels. In aardappels zorgen ritnaalden in de zomer voor aangetaste knollen met gangen en rotte plekken, wat de kans op afkeuring van grote partijen met zich meebrengt. Steeds vaker schade in het eerste jaarLange tijd konden telers ervan uitgaan dat schade pas in het tweede jaar na scheuren optrad. De ritnaalden zouden het eerste jaar leven van de restanten van de oude zode en zitten dus onderin de bouwvoor. Maar in de afgelopen jaren komt schade steeds vaker al meteen in het eerste jaar voor. En de schade is per geval ook groter. Zitten er ritnaalden in een plantenrij, dan gaan ze plantje voor plantje af en vallen er grote gaten in het perceel. Schade in maispercelen door ritnaaldenAfgelopen voorjaar kregen ook veel maispercelen zonder grasvoorgeschiedenis te maken met forse schade door ritnaalden. En dat klopt eigenlijk niet meer met de bestaande inzichten over het insect en zijn larven. De eitjes worden immers afgezet op gras en als er op een perceel al langer dan vier jaar geen gras groeide in het voorjaar- en zomerseizoen, komen er normaal gesproken geen ritnaalden voor in een perceel. Lees verder onder de fotoEen perceel mais met veel plantuitval door ritnaaldenvraat. Bij droogte komen de ritnaalden harder af op verse plantwortels. In mais gaan ze plantje voor plantje af in de rij. - Foto: Arjan LasscheVanggewassen vraagtekenAdviseur Gerard Abbink van Groeikracht zag in zijn regio Oost-Nederland een recordaantal percelen mais mislukken door vraatschade van ritnaalden. Veel veehouders zagen zich genoodzaakt het perceel over te zaaien. Wat opviel was dat de schade niet beperkt bleef tot gescheurde percelen. Ook op percelen mais, die verbouwd werd na tijdelijk grasland, kwam ritnaaldenschade voor. Nog vreemder was het om schade te zien op percelen die continu als bouwland functioneren. Abbink: “Onder meer zagen we dat op een proefperceel waar van de gezaaide 100.000 zaden uiteindelijk 40.000 plantjes stonden. Dan is je gewas echt mislukt. 60.000 plantjes is het minimum om nog een renderende oogst snijmais binnen te halen.” Op het proefperceel was al zestien jaar geen gras meer geteeld. En tussen de akkerbouwgewassen stond al die tijd in elk geval geen noemenswaardig gras op het land in voorjaar en zomer en dus is het een raadsel waar de ritnaaldeninvasie vandaan kwam.Schade door het weerBehalve de vele ritnaalden, speelde het weer een rol bij het ontstaan van veel schade. De mais werd in april vroeg gezaaid, maar kreeg het begin mei wekenlang te koud. Bij gunstig weer zouden de jonge plantjes makkelijker door de aantasting heen groeien. Wellicht spelen de zachte winters de ritnaalden in de kaart, waardoor de druk in het voorjaar zo hoog is. Het uitblijven van vorst kan meespelen, omdat de ritnaalden dan hoger in de bodem blijven, maar ook het feit dat vanggewassen in de winter blijven groeien en er in het voorjaar een flink gewas op het veld staat. Het veelgebruikte Italiaans raaigras is een waardplant. Er stond dus vaak gras op het veld met verse en eetbare wortels. De ritnaalden komen van nature af op CO2-productie van groeiende gewaswortels. Mijn idee is dat de verspreiding van ritnaalden toeneemt, omdat er gewoon heel heel veel van zijnAbbink: “Het kan een waardplantverhaal zijn, maar je blijft met de vraag zitten hoe er ritnaalden belanden op een plek waar de kniptor normaal gesproken geen eitjes afzet. Mijn idee is dat de verspreiding van ritnaalden toeneemt, omdat er gewoon heel heel veel van zijn. Je ziet ook de druk van engerlingen veel groter worden. Toename van deze plaaginsecten kan samenhangen met de zachte winters. Maar een andere verandering waar we tegelijk mee te maken hebben, is dat we minder effectieve middelen hebben voor zaadcoating en het insect dus minder bestreden wordt.” Wetenschappelijk onderzoek nodigOnderzoeker Hilfred Huiting van WUR spreekt ook van een nieuwe situatie. Hij verwijst naar de hiervoor uitgelegde biologie van de kniptor en ritnaald. “Ritnaaldenschade zonder graslandgeschiedenis kunnen we niet verklaren met wat we er nu over weten. En vanggewassen staan niet op het veld op het moment dat kniptorren eitjes afzetten. Of en hoe dat een rol speelt weten we niet”, zegt hij. De laatste wetenschappelijke update waar de adviezen op gebaseerd zijn, stamt van zo’n twintig jaar terug. Het is kennelijk tijd voor nieuw onderzoek naar de mogelijke veranderingen in het gedrag van de insecten. “Wellicht zijn de dieren eerder en anders actief, of hebben we er nieuwe soorten kniptorren bij gekregen die zich anders gedragen en op andere plekken eitjes afzetten.”Lees verder onder de fotoRitnaald in een maiswortel. Een vlot groeiende kiemplant groeit er vaak wel doorheen en na het vierblad-stadium is een maisplantje niet meer stuk te krijgen door de ritnaald. - Foto: Arjan LasscheRitnaalden opsturenHuiting deed vorig jaar de oproep aan telers om ritnaalden op te sturen en gegevens aan te leveren over de geschiedenis van die percelen. Die oproep herhaalt hij nu. “We gebruiken 2020 om te inventariseren wat er in het veld aan de hand is en we gaan door de literatuur, om te zien of we iets missen. Op basis daarvan willen we in 2021 een plan klaar hebben voor onderzoek dat antwoorden moet opleveren.” Wie ritnaalden wil sturen kan Huiting e-mailen: hilfred.huiting@wur.nl. AardappeltestHuiting adviseert maistelers om in april vooral eerst te kijken of ritnaalden in de bodem voorkomen. Een simpele test met doorgesneden aardappelknollen kan nuttige informatie opleveren. Graaf op vier plekken enkele halve aardappelen in, markeer de plek en kijk tien dagen later of er ritnaalden bijzitten, of dat er gaatjes in de aardappelen zijn geboord. Is dat zo, dan weet je zeker dat ritnaaldenvreterij op de loer ligt. Als er geen gaatjes in de aardappelen komen, is die kans kleiner, hoewel het geen zekerheid geeft. Het lastige is dat de keuze voor behandeld zaad dan al niet meer te maken valt, vanwege de besteltermijnen. Geen voorstander van standaard gebruik zaadcoatingHuiting en Abbink zijn beiden geen voorstander van standaard gebruik van zaadcoating. De huidige middelen beperken de schade wel, maar zijn minder effectief dan hun voorgangers. Zaadcoating heeft een licht negatief effect op de kiemkracht van het zaad, dat groter wordt naarmate het er langer op zit. Vraag bij gebruik dus wanneer de coating erop is gezet en maak behandelde partijen op. Huiting wijst op de mogelijkheid van later zaaien. “Mais die een vlotte start maakt met warmte in de bodem, is het minst gevoelig”, zegt Huiting. “In het vierblad-stadium zijn de plantjes al veel minder gevoelig voor een ritnaald.” Abbink is daarover sceptisch. “Acht van de tien jaar is vroeg zaaien het beste. Echt laat zaaien is sowieso een drama met bevruchten in de kritieke warme en droge periode.” Akkerbouw mist middelenAkkerbouwers zien afgelopen jaren in zaaigewassen veel meer plantuitval als gevolg van ritnaalden. Lang groenblijvende vanggewassen en droge voorjaren spelen een rol, legt Agrifirm-teeltspecialist Erwin Boogaard uit. Kniptorren zetten hun eitjes ook af in granen, de vanggewassen zijn waardplanten en droogte in het voorjaar maakt dat de ritnaalden harder op zoek gaan naar gewaswortels.
Maar het verschralende middelenaanbod is de hoofdoorzaak van toenemende plaagdruk. Boogaard: “Zaadcoatings tegen aaltjes waren afdoende tegen ritnaalden. De middelen die we nu nog hebben, zijn minder effectief.”
In aardappelen viel de schade tot nog toe te beperken door gebruik van Mocap-granulaat bij het poten, maar die toelating is per 2020 vervallen. Te vrezen valt dat er dus meer aardappels in de zomer worden aangetast door ritnaalden. Vooral bij fritesaardappelen leiden de gangetjes en rotplekken in knollen tot afkeuring.
Wat overblijft is bestrijding van het probleem ‘aan de voorkant’, zegt Boogaard. Dat kan door in granen en grasland vallen met feromonen te gebruiken om vast te stellen of er kniptorren vliegen. Zo nodig is dan met gerichte bespuiting met insecticide te voorkomen dat het tot ei-afzet komt. “Dat heeft vervelende kanten, omdat je daar alle insecten mee raakt. Dus, alleen doen als het nodig is.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.