Proeftuin tegen stikstofverliezen veengrond

Foto: Mark Pasveer
In het Westen werken 10 melkveehouders in de Proeftuin Veenweiden. Ze zoeken naar praktische oplossingen rond ammoniakemissie en bodemdaling.De veenweiden in het Westen van het land vormen een bijzonder gebied; er zit veel organische stof in de grond, wat tot veel mineralisatie en bodemdaling leidt. Op het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) in Zegveld wordt daarom al langer specifiek onderzoek gedaan naar hoe melkveehouders er beter op kunnen boeren.3 jaar geleden is daar bovenop de Proeftuin Veenweiden gestart. De Proeftuin is een initiatief van LTO Noord en het VIC en het wordt betaald vanuit een aantal overheden. In het driejarige project wordt praktijkonderzoek rondom bodemdaling en waterkwaliteit gedaan. Vooral ammoniakreductie door voer- en mestmaatregelen krijgt aandacht vanwege de landelijke noodzaak tot verlagen van de uitstoot; juist in de veenweiden voeren melkveehouders veel gras met ook nog eens een hoog aandeel ruw eiwit. Dat alles gebeurt op het VIC, 10 pilotbedrijven en nog eens 90 veehouders in studiegroepen. In totaal zijn dus 100 melkveehouders betrokken bij het project. De veehouders bevinden zich voornamelijk in Zuid-Holland en het Westen van de provincie Utrecht; de regio die als het Groene Hart bekend staat.Het veenweidegebied heeft een grondsoort met veel organische stof. Dat stelt specifieke eisen aan het gebruik maar ook het beheersen van processen is lastig in verband met veel mineralisatie. Via de Proeftuin willen veehouders daar meer grip op krijgen. - Foto: Herbert WiggermanDe Proeftuin begon in 2016 en bevindt zich dus in het laatste jaar. Volgens Barend Meerkerk, adviseur van PPP Agro Advies, is het belang van de Proeftuin door de ammoniakdiscussie in een stroomversnelling gekomen. PPP Agro Advies is één van de uitvoerende partijen. “Bedrijven dreigen in de knel te komen als de sector tegen 2030 niet voldoende ammoniak reduceert.” Meerkerk verwacht op basis van resultaten uit deze en de andere Proeftuin in het Oosten van het land dat met managementmaatregelen een ammoniakreductie van 25 tot 40% mogelijk is. De partijen willen met een specifieke campagne daar de komende tijd ook meer aandacht voor vragen.Verdunnen van mestDe afgelopen 2 jaar zijn op de 10 pilotbedrijven een aantal experimenten uitgevoerd. Eentje die er wat Meerkerk betreft uitspringt is het verdunnen van drijfmest. Het is een systeem dat in het veenweidegebied al veelvuldig wordt toegepast. Op 2 deelnemende bedrijven is bekeken wat het effect daarvan is op de grasopbrengst en -samenstelling. Dat is immers gunstig voor de mineralenefficiëntie. In het onderzoek is gekeken naar onder andere het droge stofpercentage in vers gras en VEM en ruw eiwit per kilo droge stof.Op de bedrijven is onderzocht welke verdunning van mest door toevoegen van water het beste resultaat oplevert. Daaruit bleek 2 delen mest en 1 deel water de hoogste opbrengst aan ruw eiwit en droge stof te geven. Nog minder mest ten opzichte van water gaf duidelijk mindere resultaten. Het effect is in de 2 eerste snedes van het jaar te zien. Deze methode liet ook de grootste ammoniakreductie zien.Water en drijfmest in 3 verhoudingenNaam: Wouter Beukeboom (46). Plaats: Hazerswoude Rijndijk (Z.-H.) Bedrijf: 170 koeien en 52 hectare grond, jongvee is uitbesteed. - Foto: Proeftuin VeenweidenWouter Beukeboom is 1 van de 10 pilotboeren uit het project. Op zijn bedrijf is onderzoek gedaan naar verdund drijfmest op gras brengen.De veehouder was eerst wat sceptisch over het project. “Ik was nog niet overtuigd van wat het ons bedrijf zou opleveren.” Hij vroeg zich vooral af wat hij voor al het extra werk zou terugkrijgen. Beukeboom deed toch mee omdat hij zich al langer bewust is van mineralisatie in de veengrond en de noodzaak om de stikstofefficiëntie te verbeteren. “Het denken in kringlopen triggert me. Er komt de komende jaren veel op de sector af op het gebied van reductie van broeikasgassen en ammoniak. Het is belangrijk dat we als sector zelf de bedrijfsvoering aanpassen en er ook wat aan kunnen verdienen.”Het verdunnen van drijfmest is al best gemeengoed in de regio en bedrijven zijn erop ingericht. Dat is op zijn bedrijf verder uitgezocht, onder andere met drie verschillende mengverhoudingen. De resultaten van het onderzoek geven Beukeboom meer handvatten om de mest efficiënter aan te wenden. Hij vindt dat typerend voor de Proeftuin. “Je moet de dingen gebruiken die bij je bedrijf passen.”Ondanks de positieve resultaten is de veehouder voorzichtig. “We moeten oppassen dat er geen dwangmatige maatregelen op de sector afkomen. Als pilotbedrijf wordt je soms met een scheef oog aangekeken.” Hij hoopt dat het enthousiasme van de 100 bedrijven uitstraalt naar de hele sector, zonder dat het direct tot dwingende maatregelen leidt. “Daarom is het sterk als boeren zelf het verhaal vertellen, om de rest mee te krijgen.”Thermometers in de bodemEen ander opvallend experiment is het meten van de temperatuur van de grond om meer inzicht te krijgen in de mineralisatie en het beter bepalen van het optimale bemestingsmoment. Dat onderzoek loopt dit jaar. Daarvoor zijn bij 70 veehouders thermometers in de bodem geplaatst. Een minimale bodemtemperatuur van 7 tot 8 graden Celsius lijkt nodig voordat met bemesting wordt begonnen. Dat is vooral gestoeld op praktijkervaring. “Die temperatuur is een compromis tussen de werking van de stikstof en het verkleinen van het gevaar van uitspoeling.” De resultaten zullen pas tegen het eind van het jaar bekend zijn.Mineralisatie van veengrond beperkenOm mineralisatie van de veengrond te beperken wordt ook steeds meer gewerkt met zogenoemde onderwaterdrainage: drainagebuizen in de grond houden het veen nat waardoor de mineralisatie minder snel gaat en minder stikstof vrijkomt. Ook het gras en rantsoen bevatten daardoor minder eiwit. Dit jaar wordt in Driebruggen bij een groep melkveehouders 300 hectare onderwaterdrainage aangelegd. Het verlaagt het stikstofverlies door ammoniak maar gaat ook inklinken van de veengrond tegen. “Uit eerdere onderzoeken blijkt dat de bodemdaling met zeker de helft afneemt.” Meerkerk schat de kosten op € 2.000 tot € 2.500 per hectare. “Dat lijkt veel geld, maar is veel goedkoper dan dijkverzwaring”, aldus de adviseur.Een ander interessante ontwikkeling om mineralisatie tegen te gaan is de inzet van kruiden. Met name smalle weegbree lijkt interessant. Op het VIC zijn daarvoor een aantal demovelden aangelegd. Er zijn nog geen concrete resultaten van bekend.Temperatuur en vochtgehalte van de bodem monitorenBartlo Hoogendijk (44). Plaats: Driebruggen (Z.-H.). Bedrijf: circa 90 koeien, 50 stuks jongvee en 38 hectare grond. - Foto: Herbert WiggermanVoor Bartlo Hoogendijk was meer grip op de mineralisatie een belangrijke reden om zich aan te sluiten bij de Proeftuin Veenweiden.“Ik was altijd bezig om de stikstof binnen het bedrijf beter te benutten. Daarom sprak het project me wel aan”, vertelt de veehouder Hij vond het echter lastig om het effect van mineralisatie mee te nemen in de bemesting. “Er is weinig bekend wanneer en hoeveel stikstof vrijkomt.” Op zijn bedrijf zijn daarom 2 jaar proeven gedaan om daar meer inzicht in te krijgen.Vorig jaar is geëxperimenteerd met verschillende bemestingsniveaus; dit jaar zijn de temperatuur en vochtgehalte van de grond gemonitord, in combinatie met een aantal nul-veldjes. Vooral die laatste proef geeft nieuwe inzichten rondom bemesting. “Ik ben er bewuster mee bezig. Ook al rijden andere veehouders met hun kunstmeststrooier, ik wacht een paar dagen omdat het dan beter is voor de opname van het gras.” Een betere stikstofefficiëntie moet ook leiden tot minder en stabieler ruw eiwit in het gras, waardoor de ammoniakuitstoot daalt. Overigens past Hoogendijk ook al jaren verdunning van drijfmest toe om de grasgroei te bevorderen en stikstofverliezen te beperken.De veehouder is enthousiast over de opzet de Proeftuin en vindt het jammer dat dit het laatste jaar is. “Ik hoop dat het nog een paar jaar doorgaat om nog meer inzichten te krijgen waar we iets mee kunnen.” Eén verbeterpunt: Hoogendijk zou graag zien dat de tien pilotboeren al eerder resultaten van de proeven en elkaars bedrijven zien. “Als we onderling vergelijken kunnen we ook meer van elkaar leren.”Via voeding is lastigerMeerkerk ziet met name voor de maatregelen rondom mestaanwending en bodem mogelijkheden om de doelen voor stikstofverlies en emissie te bereiken. De proeven om via de voeding de ammoniakuitstoot te beperken blijken tot nu toe lastiger. Dat kwam overigens ook al uit eerder onderzoek naar voren. “Het daadwerkelijk verlagen van de uitstoot van ammoniak en andere broeikasgassen door optimalisatie van het rantsoen is tot nu toe nog niet goed gelukt. Daar wordt dit jaar extra energie opgezet.” Hij benadrukt dat het altijd interessant is om eigen gras maximaal te benutten. Dat betekent een hoge grasopbrengst en kwaliteit. Met management zoals het juiste oogstmoment is daarmee nog veel te verbeteren.Dit is het laatste jaar van de Proeftuin. Deelnemers geven aan het project graag voort te willen zetten maar over of en hoe wordt op dit moment overlegd. Meerkerk is tot dusver positief over de aanpak van het project en medewerking van de partijen. “Ik merk veel draagvlak voor de Proeftuin, zowel bij de deelnemende veehouderijbedrijven als de betrokken organisaties. Hier gaan veehouders op veengrond hun voordeel mee halen. Zien is geloven.”Reductie vooral buitenDe 10 pilotbedrijven hadden vorig jaar gemiddeld 173 melkkoeien, bijna 80 hectare grond en 4,7 stuks jongvee per 10 koeien. Het ruw eiwitgehalte in van het totale rantsoen is 174 RE/KVEM en is daarmee licht stijgend. De TAN-productie (ammoniakaal stikstof; berekend via BEX) per 1.000 kilo melk is 11,7 kilo en ligt daarmee op hetzelfde niveau als in 2015.De bedrijven hebben tussen 2015 en 2017 de ammoniakemissie verlaagd met in totaal 19%. In 2015 lag de gemiddelde ammoniakemissie op 5.846 kilo op bedrijfsniveau; in 2016 op 4.822 en in 2017 op 4.733 kilo ammoniak.De grootste daling aan uitstoot is gerealiseerd op het veld; deze ging per hectare tussen 2015 en 2017 met 38,6% omlaag. Minder vooruitgang is geboekt met de emissie uit de stal; deze daalde per GVE slechts met 0,2% ten opzichte van 2015.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









