‘Procedure tegen de staat of tegen de collega?’

Foto: ANP
Zo’n vierhonderd boeren stapten deze week naar de rechter omdat ze willen dat het fosfaatreductieplan buiten werking wordt gesteld, net zoals dat eerder voor 51 ander boeren gebeurde. De staat waarschuwt: als deze boeren gelijk krijgen, kan dat extra druk op de anderen leggen.Een kleine vierhonderd melkveehouders willen via de rechter afdwingen dat voor hen het fosfaatreductieplan buiten werking wordt gesteld, net zoals dat in mei is gebeurd voor 51 melkveehouders. Staatssecretaris Martijn van Dam, en namens hem de landsadvocaten, proberen dat met alle macht te voorkomen. Want als deze vierhonderd het voor elkaar krijgen dat de heffingen niet mogen worden opgelegd, staat de volgende groep van melkveehouders binnenkort ook op de stoep bij de rechtbank.Niet langer drukDe staatssecretaris voert aan dat het risico bestaat dat het doel van het fosfaatreductieplan (vermindering van de productie van melkveefosfaat tot onder het productieplafond) niet wordt behaald als boeren niet langer de druk voelen van de (dreigende) heffing. De heffing van € 240 per te veel gehouden GVE (grootvee-eenheid) per maand kan behoorlijk in de papieren lopen. Verminderingsdoelstelling voor overige boeren groterAls alle boeren die procederen vrijgesteld worden van het fosfaatreductieplan, kan dat tot gevolg hebben dat de verminderingsdoelstelling voor de overige boeren groter wordt, aldus landsadvocate Pauline Huurnink woensdag tijdens de zitting. Daarmee gaf de landsadvocaat voeding aan het gevoel dat bij meer collega-melkveehouders speelt: de uitbreiders proberen hun gelijk te halen over de rug van de boeren die niet hebben bijgedragen aan de vergroting van de fosfaatproductie. De uitbreiders zeggen: wij procederen tegen de staat, niet tegen de collega’s.Voor de procederende boeren lijkt het algemeen belang (productieplafond niet overschrijden) ondergeschikt aan het eigen belang (de bedrijfsuitbreiding).Overleg tussen landsadvocaten en advocaten van de boeren tijdens een schorsing op de gang van de rechtbank in Den Haag. - Foto: Jan BraakmanDe groeiers claimen – vaak terecht – dat ze hun bedrijfsplannen hebben gerealiseerd binnen alle wettelijke kaders en dat ze hun verplichtingen aangingen voor de peildatum van 2 juli 2015. Zij kunnen er niets aan doen dat hun collega’s niet hebben uitgebreid.Geen toonbeeld van efficiëntieDe juridische procedures zijn geen toonbeeld van efficiëntie: drie zittingsdagen, vierhonderd procederende boeren, zeker tien duur betaalde advocaten aan de zijde van de boeren en nog eens vier aan de zijde van de staat. Dat alles voorgezeten door één rechter en aangehoord door één griffier die in al die zaken steeds dezelfde argumenten voorbij horen komen. De rechter pakt het nog het meest efficiënt aan door in elk geval wel in een keer uitspraak te doen (9 augustus).Ondertussen loopt er ook nog een hoger beroepszaak tegen de uitspraak van 4 mei. Die zaak zal pas half september worden behandeld, waarna het nog zeker zes weken duurt voordat er uitspraak komt. Dan is het inmiddels bijna 2018. Het eind van het liedje zou wel eens kunnen zijn dat de fosfaatreductie wordt behaald en de derogatie wordt veiliggesteld en dat een deel van de geïnde geldsommen wordt kwijtgescholden of terugbetaald – al is die gedachte volstrekt ongefundeerd.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









