Percentage vroeggeboorte in 2024 verdrievoudigd door BTV-3

BTV-3

Als gevolg van BTV-3 kregen melkveehouders vaker te maken met te vroeg geboren kalveren die kleiner ter wereld kwamen. Foto: Hans Banus


De uitbraak van het blauwtongvirus (BTV-3) in 2023 en 2024 leidde naast veel zieke dieren ook tot duidelijke vruchtbaarheidsproblemen bij koeien. Dit blijkt uit een verdiepingsonderzoek van de Royal GD.De vruchtbaarheidsproblemen uitten zich in een hogere afkalfleeftijd bij vaarzen (ALVA), langere tussenkalftijden, meer inseminaties en een lager non-returnpercentage binnen 56 dagen. Verder werd een toename in het aantal verwerpers, vroeggeboorten en niet-geoormerkte kalversterfte gesignaleerd. Het percentage vroeggeboorten verdrievoudigde in het vierde kwartaal van 2024 en het eerste kwartaal van 2025 ten opzichte van de voorgaande periode. Volledige vaccinatie van een melkveekoppel in 2024 kon een deel van de negatieve effecten beperken. Ook een hoge natuurlijke afweer tegen BTV-3 had een beschermend effect, waarbij een combinatie van natuurlijke afweer en volledige vaccinatie de hoogste bescherming bood.

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Langere tussenkalftijd

Het effect van een BTV-3-besmetting op andere vruchtbaarheidskengetallen bleef beperkt. De toename van het aantal inseminaties was beperkt. Wel steeg de ALVA gemiddeld tot maximaal 7 dagen. Ook de tussenkalftijd nam in 2025 met 8 dagen toe. Het effect van vaccinatie op deze kengetallen was echter beperkt. Wel ondervonden bedrijven met een natuurlijk hoge BTV-3-afweer in het voorjaar van 2024 beduidend minder nadelige effecten op deze kengetallen dan bedrijven waar de veestapel deze infectie nog niet zo vroeg had doorgemaakt.


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.