PBL: landbouw- en voedselbeleid moet anders

Grondgebonden veehouderij is een belangrijke sector voor de economie. Zuivel en vlees zorgen echter ook voor hoge milieudruk volgens het PBL.
De landbouw- en voedingssector is goed voor 8% van de Nederlandse economie. Maar de milieudruk is groot. Ander beleid is nodig volgens het PBL voor het halen van duurzaamheidsdoelen.Het landbouw- en voedselsysteem is belangrijk voor Nederland. De sector is goed voor een toegevoegde waarde van bijna € 48 miljard, dat is ongeveer 8% van de Nederlandse economie. De landbouw is bovendien grootbeheerder van de leefomgeving. 60% van het landoppervlak is landbouwgrond.Maar het landbouw- en voedselsysteem is onvoldoende duurzaam om langetermijndoelen te halen op het gebied van klimaat, milieu en natuur. ‘Verandering van het landbouw- en voedselsysteem is nodig’ stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vast in de Balans van de Leefomgeving 2018.Tekst gaat verder onder grafiekHet PBL richt daarbij de pijlen niet alleen op landbouw en bijbehorende bedrijvigheid. Er ligt ook een forse opgave voor de consument. Circa 75% van de landbouwgrond voor het verbouwen van ons voedsel ligt in het buitenland, aldus het PBL. De Nederlandse voedselproductie is onlosmakelijk verbonden met internationale, vooral Europese, netwerken. Veel voedsel komt van ver, tegelijkertijd wordt veel in Nederland geproduceerd voedsel geëxporteerd.4 knelpuntenHet PBL noemt 4 knelpunten voor de huidige landbouw- en voedselsystemen:De daling van de broeikasemissies uit de land- en tuinbouw stagneert. Het PBL concludeert dat met alleen technische maatregelen de klimaatdoelen van Parijs niet te halen zijn in 2050;De huidige normen voor mestgebruik zijn niet scherp genoeg om overal de doelen voor schoon oppervlaktewater te halen. Het gaat daarbij om doelen vanuit de Kaderrichtlijn. Die hoeven overigens niet allemaal gehaald te zijn in het peiljaar 2027. Wel moet er dan beleid zijn ingezet dat uitzicht biedt op het halen van de doelen;De landbouw is een belangrijke veroorzaker van de afname van biodiversiteit, geeft het PBL aan. In de Balans wordt als indicatie daarvoor gewezen op de afname van boerenlandvogels en dagvlinders in het boerengebied, ondank de inzet van agrarisch natuurbeheer;Het huidige voedselbeleid wil voedselverspilling tegengaan en mensen laten overstappen op een meer plantaardig dieet. Deze aanpak heeft nog onvoldoende resultaat volgens het PBL. Om de ambities waar te kunnen maken, zijn systeemveranderingen nodig.Tekst gaat verder onder grafiekKrimp veestapel helpt weinigHet PBL wijst op de nog steeds relatief hoge milieudruk van de productie en consumptie van vlees en zuivel. Een van de verduurzamingsopties die her en der wordt genoemd, is een krimp van de veestapel in Nederland. Dat heeft echter een gering effect op wereldschaal en kan leiden tot verplaatsing van productie naar elders. Een veel groter effect zou een vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten hebben. Dan is de consument ook aan zet, maar verandering van consumentenpatronen is lastig te sturen, geeft het PBL al aan.De boeren zijn afhankelijk geworden van financiers, leveranciers van technologie en van de voedselindustrie en supermarkten in de voedselsectorVerandering complexHet PBL wijst er op dat veranderingen in de productiemethoden niet eenvoudig zijn. Jarenlang zijn boeren bezig geweest met het verbeteren van kostprijzen en efficiency. Dat was in de praktijk de belangrijkste manier om een inkomen te halen en boer te kunnen blijven. Het kost tijd om van die ingeslagen weg een andere richting in te slaan. ‘De boeren zijn afhankelijk geworden van financiers, leveranciers van technologie en van de voedselindustrie en supermarkten in de voedselsector’, schrijft het PBL. ‘Het vermogen om te veranderen is ingeperkt door de dominantie van de prijsconcurrentie.’Grondgebonden veehouderij is een belangrijke sector voor de economie. Zuivel en vlees zorgen echter ook voor hoge milieudruk volgens het PBL. - Foto: Ruud PloegGrote rol voor overheidVolgens het PBL is het voor zowel producenten als consumenten lastig om zelf vaste patronen te doorbreken. Daarom moet de overheid alle partijen duidelijk moeten maken dat het landbouw- en voedselsysteem aanmerkelijk duurzamer moet worden. Aangeven wat minimumeisen zijn en wanneer wordt ingegrepen als partijen problemen negeren. Het noodzakelijke debat zal in de eerste plaats moeten gaan over welke waarde in Nederland gehecht wordt aan de productie van voedsel. De overheid heeft dus een grote rol. Hoe die er uit gaat zien, wordt mogelijk komend weekend al duidelijk. Dan presenteert minister Carola Schouten de langverwachte landbouwvisie. Daarin zet de regering uiteen hoe ze de toekomst van de land- en tuinbouw en het voedselbeleid ziet. Wellicht zitten er ook al concrete voornemens in, bijvoorbeeld over de omvang van de veestapel.Agrocomplex goed voor € 48 miljard toegevoegde waardeVrijwel alle milieu-emissies, met uitzondering van fijnstof, zijn gedaald sinds 1990 (zie de grafiek hieronder). De toegevoegde waarde op de land- en tuinbouwbedrijven steeg bijna 50%. Maar in de afgelopen jaren is de uitstoot van broeikasgassen, het stikstofbodemoverschot en het verbruik van gewasbeschermingsmiddelen weer toegenomen.
De totale toegevoegde waarde in het agrocomplex was in 2015 € 48 miljard. Daarvan kwam € 9,5 miljard toe aan de land- en tuinbouwbedrijven (primaire productie). Bedrijvigheid rond de primaire bedrijven zijn op basis van de Nederlandse grondstoffen goed voor € 20,5 miljard toegevoegde waarde. Het aandeel van de primaire sector is het grootst in de glastuinbouw met 64% van de toegevoegde waarde op basis van binnenlandse grondstoffen. De grondgebonden veehouderij is de grootste sector. Het aandeel van de primaire bedrijven is in deze sector met 16% van € 8,6 miljard veel lager.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









