Opraapwagen wint opnieuw terrein

Foto: Henk Riswick
Het tij is weer gekeerd doordat fabrikanten inzetten op verbetering van de techniek.Zo’n 15 jaar geleden had de opraapwagen behoorlijk terrein verloren ten koste van de hakselaar en de pers. Máár: het tij is weer gekeerd, omdat fabrikanten hebben ingezet op verbetering van de techniek.Hoeveel procent van het gras met opraapwagens van het land wordt gehaald, is moeilijk te zeggen. Echter, het aandeel is substantieel en heeft de afgelopen jaren vooral ten koste van de hakselaar steeds terrein gewonnen.De verkoop van opraapwagens voor oogst 2019 staat na de droogte van 2018 wat onder druk, maar het aandeel in de markt blijft stevig overeind - foto: Henk Riswick.Vooral verkoop tussen 40 en 45 kuubKwaliteit van voer en kostprijs zijn de twee factoren die de keuze bepalen. De moderne opraapwagen kan de kwaliteit van de hakselaar evenaren, maar de kostprijs en wat het beste past bij het bedrijf hangt van andere factoren af. Zoals de ligging van de percelen, grootte van de percelen, de al aanwezige mechanisatie en de personele bezetting.En ook persoonlijke voorkeur speelt mee. Niet iedereen heeft overal dezelfde mening over. Er is een mix van argumenten waardoor er ook markt is voor verschillende systemen.Gemiddeld genomen worden in Nederland jaarlijks een dikke 200 nieuwe opraapwagens verkocht, maar dit jaar zijn het er wat minder. Door de droogte van vorig jaar is er minder gras van het land gehaald en dat wordt gezien als de belangrijkste verklaring.Bij de opraapwagens en weidebouw-werktuigen zitten de verkoopaantallen dit jaar wat in de min; het gevolg van de droogte in 2018Een aantal leveranciers meent dat vooral loonwerkers dit jaar wat minder nieuwe wagens kopen. Anderen menen dat bij boeren die trend gelijk is. De totale markt wordt naar schatting voor 70 tot 80% door loonwerkers bepaald.De opraapwagens zijn gemiddeld genomen steeds groter geworden. De wagens van de belangrijke marktspelers zijn de afgelopen jaren ook steeds robuuster geworden, waardoor bij goed onderhoud de levensduur toeneemt.Tussen 40 en 45 kuub wordt het meest verkocht. In Nederland zijn maar beperkt betrouwbare cijfers over de verkoop van opraapwagens beschikbaar, laat Theo Vullink, van Fedecom – branchevereniging voor ondernemingen in landbouwmechanisatie – weten.Wel of geen doseerwalsen? De markt is 50-50 en blijkt regionaal te verschillen. Veel wind is nog wel eens een reden om van doseerwalsen af te zien - foto: Henk Riswick.Niet alle leveranciers melden namelijk hun verkochte aantallen bij Fedecom. Zolang de marktaandelen onderling niet al te sterk wisselen, geeft de registratie wel een redelijk beeld van de trend in verkochte aantallen.Bij opraapwagens en in zijn algemeenheid bij de weidebouw-werktuigen zitten die aantallen dit jaar wat in de min, bevestigt Fedecom. Maar die organisatie ziet ook de droogte van 2018 daarvan als belangrijkste oorzaak.Boer koopt grote wagenDe aanduiding boerenwagen versus loonwerkerswagen is inmiddels niet meer zo steekhoudend. De veehouder die besluit een nieuwe opraapwagen te kopen, heeft vaak ook een trekker van 150 pk of meer beschikbaar.Vooral grote veehouders kopen inmiddels zelfs wel grotere wagens dan de loonwerkers. Een typische boerenwagen heeft een houten bodem en een touwendek, terwijl de loonwerker vaker een type met een bredere pick-up en grotere banden en ook een weeginrichting zal kopen.Het valt leveranciers op dat ze de laatste jaren weer vaker een wagen voor zomerstalvoedering afleverenDe loonwerker investeert in extra’s om zich te onderscheiden. Maar: de grootste wagens gaan inmiddels zelfs vaker naar grote veehouders dan naar de loonwerker die ook bij kleinere bedrijven op een erf met minder ruimte uit de voeten moet kunnen.Wat lichtere wagens tot maximaal 40 kuub worden vanwege draagkracht vooral op veengrond nog verkocht, met Utrecht als belangrijkste gebied. Gingen er eerder nog 22,5 inch wielen onder de kleinere wagens, dat is nu vaker 26,5 inch.Dubbeldoel of combiwagen is een duidelijke trend. Vanwege gewichtsverdeling is een beweegbare voorwand dan extra van belang. Enkele leveranciers leveren inmiddels bijna niet meer anders - foto: Michel Velderman.Meer zomerstalvoederingHet valt de leveranciers op dat ze de laatste jaren weer vaker een wagen voor zomerstalvoedering afleveren. Vooral voor seizoen 2019 is dat aantal toegenomen. Het is geen megatrend, maar het is toch opvallend.Zomerstalvoedering is ook een reden voor sommige bedrijven om een gebruikte opraapwagen te kopen. Zo kunnen ze zonder al te grote investering eens proberen hoe dat uitpakt.De wijsheid dat voor zomerstalvoedering een systeem met balkeninvoer beter geschikt zou zijn dan een rotorsnijsysteem is door de techniek van de snijrotors inmiddels achterhaald.Hoewel ze bij een aantal fabrikanten nog wel leverbaar zijn, worden ze in de Nederlandse landbouw eigenlijk niet meer verkocht. Een wagen met houten bodem is bij een aantal leveranciers – onder andere bij Strautmann en Pöttinger – nog wel een mogelijkheid.De ultieme zomerstalwagen heeft een brede pick-up en brede tanden op de snijrotor om moes te voorkomenZij verkopen dit type wagens nog, maar zeker voor zomerstalvoedering komen alleen de wagens met een metalen bodem in aanmerking.De ultieme zomerstalwagen heeft een brede pick-up en brede tanden op de snijrotor om moes te voorkomen. Het perssap van vers gras is erg agressief en verklaart ook waarom de wagens die daarvoor gebruikt worden het relatief zwaar te verduren hebben.Hoewel de aandacht voor goed kuilvoer en een optimale benutting van voer van eigen land er altijd al was, merken leveranciers dat steeds meer veehouders daar ook het onderste uit de kan proberen te halen. Die trend verklaart de wens om grote banden te monteren.Ook opraapwagens worden steeds vaker van luchtdrukwisselsystemen voorzien - foto: Bart Nijs.De invloed van bodemverdichting op de grasopbrengst is op het oog niet altijd te zien, maar doet zich gelden. 26,5 inch banden zijn zowel voor boerenwagens als loonwerkers al bijna de standaard, terwijl ook 30,5 inch vooral door loonwerkers – inmiddels inclusief drukwisselsysteem – steeds vaker worden geleverd.‘Paarden’ voor de wagenZowel boeren als loonwerkers zetten steeds zwaardere trekkers voor de opraapwagen. Dat heeft ook consequenties voor de kwaliteit van het snijden, of eigenlijk voor de kans op het vermoesen van gras.Met meer pk’s kan meer materiaal door de snijrotor worden gewerkt, maar om vermoesen dan tegen te gaan hebben diverse fabrikanten de laatste jaren gewerkt aan een verbetering van de flow van het materiaal. Zo zijn ook de vingers van de snijwals verbreed.Een wagen die zowel als opraap- als silagewagen in te zetten is, is duideiljk de trendBijvoorbeeld bij Krone ging de breedte van de vingers op de snijwals van de RX en ZX vorig jaar om die reden van 17 naar 22 millimeter. Scherpe messen zijn een voorwaarde voor goed snijwerk en daarom is ook gewerkt aan systemen om makkelijk en snel messen te slijpen.Een wagen die zowel als opraapwagen als silagewagen is in te zetten, is duidelijk de trend. Loonwerkers kopen vrijwel niks anders, hoewel dat in het noorden van het land iets minder speelt dan elders.Een typische combiwagen is geschikt voor grote banden en heeft een zwaarder onderstel voor meer laadvermogen. Maar een 45 kuubs-wagen laadt in gras met 35% droge stof ook rond 18 ton waardoor een robuust onderstel geen overbodige luxe is.Een NIR-sensor boven de invoer van een Schuitemaker-opraapwagen (2014) - foto: Jan Willem Schouten. Beweegbare voorwand is trendVeel wagens zijn inmiddels standaard met metalen bodems uitgerust en bijvoorbeeld bij Krone en Schuitemaker is een opraapwagen standaard als dubbeldoelwagen gebouwd.Als opraapwagen kan er nog een touwenset op de wagen, maar bedrijven die de wagen ook veel als silagewagen inzetten, kiezen dan steeds vaker een afdeksysteem.Een beweegbare voorwand is een trend die al enkele jaren geleden is ingezet en die trend zet door. Leveranciers als Krone, Fendt (voorheen Lely) en Bergmann leveren standaard of anders toch overwegend wagens met een beweegbare voorwand.Dat geeft zo’n 4,5 kuub extra laadcapaciteit en verbetert de gewichtsverdeling, plus dat de beweegbare voorwand helpt bij het lossen. Strautmann en Pöttinger leveren nog geen wagens met beweegbare voorwand, maar herkennen de trend in de markt en gaan die ook volgen.Schuitemaker onderscheidt zich in de markt met een slepend geplaatste pick-upStrautmann levert nog dit jaar zijn eerste exemplaren en Pöttinger meldt dat het er aan zit te komen. Hoewel ze nut en noodzaak nuanceren. Bij een bewegende voorwand moet vanwege het ontbreken van een dwarsverbinding voorin de bovenbouw sterker worden geconstrueerd.Leveranciers die dit type nog niet in het programma hebben, zeggen dat het de levensduur van de wagen niet ten goede komt. Ook worden de extra kuubs niet optimaal benut, omdat de invoer het materiaal voorin niet goed kan verdichten.Schuitemaker onderscheidt zich in de markt met een slepend geplaatste pick-up. Door dat concept heeft Schuitemaker de bak op zich al wat verder naar voren staan waardoor ze de bewegende wand niet nodig hebben voor extra gewicht op de dissel.Gps is in de akkerbouw gesneden koek. De ultieme precisie op centimeterniveau is voor de grasoogst minder van belang, maar in de toekomst gaat ook de opraapwagen aan de gps - foto: Jan Willem Schouten.Wel wegen, nog maar weinig metenMeten is weten. Bij grote melkveehouders in het buitenland is het niet ongebruikelijk dat alle kuilvoer over de weegbrug gaat en dat ook iedere vracht wordt bemonsterd. Dan weet je wat er van het land is gekomen en je weet wat er aan voer in de kuil zit.
De techniek is inmiddels voorhanden om dat vergaand geautomatiseerd te doen en dit niet alleen per perceel, maar ook plaatsspecifiek geautomatiseerd vast te leggen.
Weeginrichting bij opraapwagen
Al in 2014 experimenteerde Schuitemaker met een NIR-sensor op de opraapwagen voor het bepalen van gehaltes in combinatie met een weeginrichting. Ook andere marktspelers deden er ervaring mee op.
Vooral loonwerkers kopen al vaak een weeginrichting bij de opraapwagen. Krone meldt zelfs 100 procent van de wagens aan loonwerkers met weeginrichting te leveren. Met een meerprijs van € 2.700 is dat als extra service naar de klanten nog te rechtvaardigen.
Wegen en meten van droge stof gebeurt, stelt Dries Gerbens, die bij Meinderts in Wergea (Fr.) Schuitemaker-wagens verkoopt. Maar een echte vlucht neemt het nog steeds niet.
Loonwerkers waren wel in beeld, maar als die het niet in hun tarief kunnen doorberekenen, zie je zoiets toch weer snel verdwijnen.
Veel ijklijnen nodig
Naar een weeginrichting wordt echt wel gevraagd, stelt Strautmann-importeur Zonna in Beilen (Dr.). Als de NIR-sensor beter praktijkrijp wordt, voorziet Zonna daar ook wel een trend in.
De techniek is inmiddels betrouwbaar, maar voor een betrouwbare NIR-meting zijn veel ijklijnen nodig. Daar ontbreekt het nog een beetje aan, maar dat zal in de toekomst gaan veranderen. Dan wordt het economische plaatje ook aantrekkelijker.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









