Nieuwe kansen voor Jersey

Foto: Mark Pasveer

Foto: Mark Pasveer


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De Jersey staat in de belangstelling, nu de kaders waarin veehouders hun inkomen optimaliseren veranderen. Het aantal Jersey-inseminaties stijgt.Tot begin 2015 was het Jersey-ras voor veel boeren niet interessant. Het melkquotum maakte dat het ras met een hoog vetgehalte in de melk ervoor zorgde dat de output van melkeiwit per bedrijf minder groot was dan bij andere rassen die een nauwere vet-eiwitverhouding hebben. Nu krijgt het ras opnieuw kansen. Binnen de huidige kaders kan het interessant zijn om over Jersey na te denken. Joost Klein Herenbrink, die de belangen van Jersey binnen CRV behartigt, ziet dat het landschap verandert. “Veehouders kijken om naar andere rassen en binnen Holstein zien we een verschuiving naar de keuze voor melkrijke stieren. Iedereen stuurt op efficiëntere productie.”Import vanuit DenemarkenEnkele bedrijven schakelen al over op Jersey-sperma. Ook is een aantal nieuwe melkers meteen gestart met Jersey. De laatste 1,5 jaar is ook een flink aantal dieren uit Denemarken geïmporteerd. Dat stuwde het aantal inseminaties met Jersey met 10% tot 11.853. Het is daarmee nog wel het kleinste ras onder de buitenlandse melkveerassen, maar wel het enige ras dat nog een toename bereikt (zie grafiek hieronder). Op stierenkaarten van de belangrijkste ki-organisaties en importeurs zijn zo’n 70 stieren te vinden.Hoger saldoWalter Liebregts, directeur van Koole & Liebregts, stelt dat op veel bedrijven de Jersey op dit moment een economisch betere keuze is dan vasthouden aan Holstein. Hij is importeur van het Viking Red en van Viking Jersey. “Wij hebben een rekentool ontwikkeld en zien dat op 35% van de bedrijven met Jersey een veel hoger saldo te halen is. Dat kan oplopen tot € 30.000 voor een bedrijf dat met onderbezetting kampt en de 130 Holsteins omschakelt naar 175 Jerseys.” Het hogere saldo schrijft Liebregts toe aan lagere voerkosten, hogere melkprijs door veel hogere gehalten en minder mestafzet.'Voor de mestproductie kun je 30% meer Jerseys houden dan met andere rassen'.Nu is het niet zo dat een derde van de melkveehouders gelijk Jerseys gaat houden. Emotie speelt een rol. Niet elke veehouder neemt zomaar afscheid van het vee waarmee hij jarenlang gefokt heeft. “Verder moet het passen binnen het bedrijf. Je moet de arbeid en de ruimte ervoor beschikbaar hebben. Maar er zijn genoeg bedrijven die in de laatste jaren gebouwd hebben en die de stal nog lang niet vol hebben. Dan is Jersey interessant, want je mag binnen BEX een Jersey-koe voor 0,7 GVE tellen. Ofwel: voor de mestproductie kun je 30% meer Jerseys houden dan met andere rassen, inclusief Holstein”, stelt Liebregts. Zelf jongvee opfokkenGerard Scheepens, directeur coördinatie bij KI Samen, ziet ook de verhoogde belangstelling voor Jersey. Maar hij signaleert als aandachtspunt dat veehouders zich niet rijk moeten rekenen. “Want bij eigen Jerseys moet je wel zelf je jongvee opfokken, anders blijf je aan het importeren uit Denemarken. Veehouders met Holstein kunnen ook een slag maken op het gebied van fosfaat door eigen jongvee af te stoten.” Bij het houden van meer Jerseys ten opzichte van Holstein wordt de totale output een stuk hoger. Nu worden de melkproductie en de kilo’s vet en eiwit vaak een-op-een met elkaar vergeleken (zie tabel hieronder), maar als de melkproductie en de bijbehorende kilo’s vet en eiwit met een factor 1,3 worden vermenigvuldigd, dan betekent het nog altijd een kleine 1.000 kilo melk per koe per jaar minder, maar een hogere productie in kilo’s vet en eiwit.Jerseys geven minder melk dan Holsteins. De hogere gehalten compenseren dat deels. Foto: Mark PasveerWereldwijd gehoudenHet Jersey-ras staat bekend om hoge gehalten, efficiëntie, afkalfgemak en harde benen. Het ras komt wereldwijd voor, vooral in Scandinavië, de VS, Nieuw-Zeeland en Australië. In de VS is de Jersey doorgefokt op melkproductie. In de fokkerij wordt dan ook onderscheid gemaakt tussen de Deense en de Amerikaanse Jersey. De laatste zijn melkrijker, hebben lagere gehalten dan de Deense Jersey en zijn wat groter en scherper. CRV werkt ook met Amerikaanse Jerseys, maar geeft aan dat de organisatie daar een eigen fokprogramma heeft, veelal op basis van Deense bloedlijnen, waarbij meer gelet is op diergezondheid en gehaltes dan in de Amerikaanse fokprogramma’s.Lagere omzet en aanwasEr zijn ook nadelen die veehouders moeten wegen als ze aan Jerseys beginnen. Dat begint bij de omzet en aanwas. Die is rond € 100 per koe lager dan met Holstein. Voor Jan Klijnstra, kruisingsspecialist bij Xsires, een van de redenen voor het bedrijf om amper nog iets met Jerseys te doen. “Veehouders hikken aan tegen deze lage omzet en aanwas. Wij denken dat we met Noors roodbont een zeer goed alternatief hebben. Daarbij richten we ons ook meer op de driewegkruising.” Gangbare veehouders met Jerseys houden de schade op de post omzet en aanwas vaak beperkt door gesekst sperma te gebruiken op de koeien waar ze de kalveren van willen aanhouden. De rest gaat onder Belgisch Witblauw. Die kruislingkalveren brengen evenveel op als een zwartbont Holstein-stiertje. Jerseys zijn klein van stuk, maar kalven zeer gemakkelijk af, ook als dat van een kruisling is.'Jerseys moeten tot aan het eind van de lactatie flink gevoerd worden'.Gevoelig voor slepende melkziekteEen ander nadeel van de Jersey is gevoeligheid voor slepende melkziekte, vooral in het tweede deel van de lactatie. Dat komt nogal eens voor, omdat veehouders gewend zijn in de tweede helft van de lactatie de krachtvoergift af te bouwen. Jerseys zijn echter erg persistent. Omdat de melkgift nagenoeg gelijk blijft en de gehalten wel oplopen, stijgt de energiebehoefte. Daarom moeten Jerseys tot aan het eind van de lactatie flink gevoerd worden. Liebregts geeft aan dat dit de reden is dat Jerseys eigenlijk het best passen in een intensieve bedrijfsvoering. Scheepens geeft aan dat inteelt een punt van aandacht is. Mede daarom gebruikt KI Samen niet alleen Deense stieren, maar ook Engelse uit het Cogent-programma en Australische Jersey-stieren.Bodemvrijheid van de uierDe lagere omzet en aanwas en gevoeligheid voor slepende melkziekte zijn met goed management te ondervangen. Dat geldt minder voor de bodemvrijheid van de uier, de afstand tussen de onderkant van de uier en de grond. Niet dat de Jersey heel diepe uiers heeft, het is meer dat de poten zo kort zijn. In sommige robotsystemen is de bodemvrijheid cruciaal en dan kan het zijn dat sommige oudere koeien voortijdig het veld moeten ruimen. In een melkstal is de bodemvrijheid eigenlijk geen probleem.KringloopWijzerRekening houdend met een paar nadelen, kan de Jersey op sommige bedrijven dus best aantrekkelijk zijn om binnen de gegeven kaders het bedrijf economisch optimaal te laten renderen. Klein Herenbrink van CRV geeft aan dat de Jersey niet voor niets in andere landen of continenten een flink aandeel van de markt heeft. Ook Scheepens twijfelt niet aan toename van het aandeel van het ras in Nederland. In hoeverre dit gaat gebeuren hangt mede af van de verdere invulling van de wettelijke kaders, met name de mestwetgeving. Als daar een systeem komt waarbinnen de KringloopWijzer een vaste plek krijgt, heeft de Jersey in Nederland zeker kansen. Ki-organisaties en importeurs merken dat de interesse van veehouders er is, maar dat ze vaak even afwachten tot er meer duidelijkheid is.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.