Nederland blijft een bijzonder fokkerijland

Foto: Henk Riswick
De Nederlandse fokkerij speelt momenteel geen grote rol. Verwachtingen zijn dat de Nederlandse fokkerijfilosofie wereldwijd steeds belangrijker wordt.De tijd van Sunny Boy, Celsius en Labelle was voor Nederland een topperiode als fokkerijland. Dat soort stieren zijn er nadien niet meer geweest. Is dat een teken dat Nederland geen rol meer speelt op het internationale fokkerijtoneel? De meningen daarover zijn verdeeld.Momenteel worden enkele stieren bij buitenlandse KI’s als stiervader benut, maar dat zijn geen grote aantallen. Datzelfde geldt voor interessante Nederlandse koefamilies, die links en rechts over de wereld beloftevolle stieren opleveren. De hoofdmoot als fokkerijland blijft de export van sperma van Nederlandse stieren. Exacte cijfers zijn niet bekend, schattingen wijzen op een kleine twee miljoen doses per jaar.Onze Holsteins zijn wereldberoemdDirecteur Erik Gostelie van Veepro Holland, de belangenbehartiger voor export van rundvee, embryo’s en sperma, is van mening dat Nederland uitermate goed uitstraalt dat het nog steeds een fokkerijland is. “Onze Holsteins zijn wereldberoemd en vormen prima ambassadeurs voor onze melkveehouderijsector. Nederland heeft op tijd de omschakeling ingezet naar het fokken van een duurzame koe. In veel landen ligt de focus vooral op soms extreem hoge melkproducties. Ons land heeft veel meer de aandacht voor gehalten in de melk behouden en koppelt dat aan een langere levensduur van de koeien. Kijk alleen maar hoeveel koeien jaarlijks de grens van 100.000 kilo melk of 10.000 kilo vet en eiwit passeren. Daarin zijn we echt uniek.” ‘Nederland heeft veel meer de aandacht voor gehalten in de melk behouden en koppelt dat aan een langere levensduur’Gostelie merkt ook dat de bovengemiddelde liefhebberij voor fokkerij van Nederlandse veehouders indruk blijft maken in het buitenland. Een ander sterk punt is volgens hem de goede samenwerking van partijen die heel veel informatie koppelen om de koe nog beter te maken. “Dat betekent dat wij de meest aangepaste koeien hebben die voldoen aan de maatschappelijke vraag die er nu is.”Als fokkerijland valt Nederland op door veel koeien die de 100.000 kilo grens passeren. Op de laatste twee NRM’s stonden deze oude dames volop in de schijnwerpers. - Foto: Henk RiswickGehalten en niet te grootOok CRV is positief gestemd. Joost Klein Herenbrink vindt Nederland nog steeds een fokkerijland. “We merken dat er internationaal steeds meer interesse komt voor hogere gehalten in de melk. Daarmee hebben we onder andere in de VS een goed imago. Nederland blijft onderscheidend in zijn fokdoel. De focus op extra gezondheidskenmerken, zoals klauwgezondheid, in combinatie met een goede productie en een hoge levensduur, maakt dat onze stieren voor een breed publiek interessant zijn.” Daarnaast zet CRV nu bewust stieren in die maximaal een hoogtemaat van 104 hebben. Daar is animo voor. Klein Herenbrink: “Internationaal zijn er heel weinig KI-organisaties die zich daar op richten. Vaak richten zij zich vooral op de totaalindex, maar veehouders focussen zich daarop juist steeds minder. Bedrijfsspecifiek kijken welke onderdelen extra aandacht behoeven in de fokkerij, wordt steeds belangrijker voor de individuele boer.”‘Bedrijfsspecifiek kijken welke onderdelen extra aandacht nodig hebben wordt steeds belangrijker’CRV ziet de laatste jaren vooral sperma van echte gehaltenstieren als Stellando en G-Force de grens over gaan. Maar ook de jonge stieren Danno, Vitesse en Magister zijn veel gevraagd. Jaarlijks zet de coöperatie 1,7 miljoen doses in het buitenland af, waarvan 57 procent genomic-geteste stieren. De belangrijkste landen zijn Duitsland, Tsjechië, Brazilië, USA en Denemarken.Enkele CRV-stieren worden in het buitenland als stiervader ingezet. Recentelijk kregen Finder en Whatsapp kansen in Scandinavië, Duitsland en Frankrijk. Amerikaanse KI-organisaties hebben bijvoorbeeld Abel en Hotline als stiervader ingezet.Export is mooi meegenomenKI Kampen vindt Nederland internationaal niet echt een fokkerijland. Nederlandse stieren worden amper als stiervader ingezet. “Zelf zijn we hier helemaal niet mee bezig. We willen niet de hoogste genomic-stier fokken, maar de Nederlandse boer van goede stieren voorzien. Wanneer het buitenland dan iets in die stier ziet, is dat mooi meegenomen” geeft Gerard Vosman aan. Toch vormt de export volgens hem een niet onbelangrijk deel van de omzet. Aantallen noemt hij niet, maar belangrijke landen zijn volgens hem Duitsland, Zuid-Amerika en Oceanië.‘Niet de hoogste genomic-stier fokken, maar de Nederlandse boer van goede stieren voorzien.’Dikke gehaltenstier Big Winner is absoluut hun nummer één voor export. Daarnaast doen de Fries Hollandse stieren het goed in onder andere Nieuw-Zeeland, Ierland en Zuid-Amerika. Vosman: “Van dit oer Hollandse ras gaat echt een veelvoud van wat we in Nederland verkopen de grens over.”

Stieren met ronde aAa-codesNa Sunny Boy, Celsius en Labelle heeft Nederland jarenlang geen enkele rol van betekenis gespeeld op het internationale fokkerijtoneel, vind Gerard Scheepens van KI Samen. Daar komt mogelijk verandering in. “Het klinkt arrogant, maar daar gaan wij, en eerlijk gezegd ook Veecom en KI Kampen voor zorgen. Dat komt omdat wij keuze hebben in stieren met ronde aAa-codes. Niet één ronde stier op de kaart maar tien of twintig stuks. Daarin zijn we uniek in de hele wereld. Om deze reden krijgen we wekelijks nieuwe klanten in met name Duitsland. Daar worden veehouders ook wakker en zoeken ze ronde stieren. Bij heel veel grote organisaties vinden ze die amper.”Een student zette bij KI Samen de aAa-codes van de jonge stieren, die eind 2016 wereldwijd zijn geanalyseerd, op een rij. Van 29 KI-organisaties waren dat 589 HF-stieren. Zij verdeelde de stieren in de 8 aAa-groepen: 123, 126, 234, 135, 345, 246, 156 en 456. Liefst 387 stieren (66%) zitten in de groep 234! Stieren die allemaal dezelfde soort bouw door geven. Bij Duitse KI-organisaties RSH en RUW zaten alle jonge stieren in de groep 234. Wereldwijd kregen slechts 18 stieren een 6 in de code. En daarvan staat de helft in Nederland; van de 64 jonge stieren die hier zijn geanalyseerd.‘Nederlandse triple-A veehouders durven anders te denken dan de grote meute. Zij redden daarmee het Holstein-ras’Scheepens geeft aan dat de KI Samen-stieren Malki (aAa 165) en Norwin RF (aAa 462) nu in Duitsland als stiervader zijn ingezet. “Het buitenland zoekt naar meer variatie. Stieren die andere kwaliteiten in de koe kunnen brengen dan die zogenaamde toppers met een hoge totaal index. Ik denk dat de redding van het Holstein-ras moet komen van de groep triple-A veehouders in Nederland. Die spelen een unieke rol, zij durven anders te denken dan de grote meute.”Bijzonder fokkerijlandZo blijft Nederland toch een zeer bijzonder fokkerijland met opvallende eigenschappen. De bovengemiddelde liefhebberij, aandacht voor gehalten, nu wat kleinere Holsteinstieren fokken, de kracht van Fries-Hollandse stieren en de vraag naar rondere stieren. Ons land doet het in ieder geval anders dan de rest.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









