Meer aandacht voor vlees spekt portemonnee

Foto: Herbert Wiggerman
De melkveehouderij zet veel slachtkoeien af. De vleesproductie zou volgens Wageningen UR de CO2-footprint van de sector moeten drukken. Meer aandacht voor vlees kan ook de portemonnee spekken.Er is in de melkveehouderij als vanzelfsprekend veel aandacht voor het verhogen van de melkproductie. Dit zorgt direct voor een stijging van de inkomsten en wie wil dat nou niet? In de praktijk gaat dit wel vaak ten koste van de vleesproductie. De vraag is of dit zowel uit financieel als duurzaamheidsoogpunt wel zo verstandig is, en blijft?Wagenings onderzoeker Theun Vellinga ging tijdens een recente bijeenkomst van de MRIJ-studieclub in Gassel dieper op dit onderwerp in. Geen van de tientallen aanwezige MRIJ-veehouders bleek aan de basisnorm van duurzaamheidskenmerk PlanetProof van minder dan 1.200 gram CO2-equivalent per kilo melk te voldoen.Lees het verhaal van Edwin en Anita Heijdra over afmesten van melkkoeien.CO2-footprint per kilo melkBij het berekenen van de CO2-footprint per kilo melk zou volgens Vellinga ook rekening moeten worden gehouden met de productie van vlees op het melkveebedrijf. Onder de huidige meetsystematiek loont een hoge melkproductie namelijk nog wel om de CO2-footprint per kilo melk te verlagen. Dat is de reden dat de gemiddelde CO2-footprint, zoals berekend in opdracht van de Duurzame Zuivelketen, de afgelopen jaren daalde.Reken je op sectorniveau de CO2-footprint van vlees (inclusief de kalvermesterij) en de import van vlees van elders mee, dan wordt het verhaal anders. Inclusief de extra emissie van broeikasgassen door import, kunnen dubbeldoelrassen als MRIJ en Blaarkop zich volgens Vellinga qua CO2-footprint prima meten met hoogproductieve Holsteins.Opbrengsten gelijk of hogerOok financieel levert meer focus op vlees melkveehouders voldoende op. Op basis van cijfers uit de studiegroep van Blaarkop-veehouders concludeert Vellinga dat de opbrengsten gelijk of zelfs wat hoger uitvallen in het voordeel van dubbeldoelrassen. Dit heeft onder meer te maken met een betere robuustheid, minder diergezondheidskosten en betere mogelijkheden voor het afmesten van zowel de koeien als kalveren.Focus niet uitsluitend op dubbeldoelrassenDat er meer valt te verdienen op uitstootmelkkoeien blijkt ook uit het initiatief van Heijdra Vleesvee (lees meer hierover onderaan dit artikel). Opvallend is dat hier de focus niet uitsluitend ligt op zogenoemde dubbeldoelrassen maar ook op ‘gewone’ Holsteins. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, blijken uitstoot-Holsteins prima af te mesten. Het bedrijf heeft zich een aantal jaren geleden gespecialiseerd in het afmesten van deze categorie dieren en weet het vlees in het hogere segment aan de man te brengen. Daarbij wordt met een afmestperiode van minimaal 120 dagen de levensduur verlengd en helpt het de CO2-footprint te verkleinen. De veehouders, Edwin en Anita, vinden het jammer dat deze voordelen nu nog niet worden beloond in de melkveesector. Opvallend is trouwens wel dat het ze, ondanks positieve reacties van afnemers, nog steeds veel moeite kost voldoende aanbod van uitstootkoeien te vinden. Ook al beuren leverende veehouders een flink hogere prijs.Lees verder onder de foto.Slachtkoeien gaan in de regel via de veemarkt, verzamelplaats of rechtstreeks naar het slachthuis. - Foto: Anne van der WoudeUitstootkoe niet in de etalageEvident is dat de productie van vlees op de meeste melkveebedrijven nog steeds van ondergeschikt belang is. De term ‘uitstootkoe’ zegt in die zin genoeg. Ook de meeste zuivelbedrijven hanteren een strikte scheiding tussen melk en vlees. Op zich is dat laatste goed te begrijpen. Dierwelzijnsorganisaties hebben het maar wat graag over ‘uitgemolken koeien’. De term past uitstekend in de anti-veehouderijretoriek die een aantal organisaties bezigt en zou alleen maar negatief uitstralen op de zuivel. Eerlijkheidshalve voldoen uitstootmelkkoeien ook niet direct aan het ideaalplaatje dat veel burgers voor ogen hebben. Het zijn nou niet de koeien die je direct in de etalage wil zetten. Tegelijk kan een te afhoudende opstelling suggereren dat de sector wat te verbergen heeft. Dat dat niet het geval is, blijkt uit reacties van de beroepsorganisatie voor dierenartsen KNMvD en vleesbedrijf Vion (zie kaders onderaan dit artikel).Afvoer goed geregeldHoewel volgens deskundigen de afvoer van uitstootkoeien in Nederland in de basis goed is geregeld, zijn er wel degelijk verbeterpunten. In de regel gaan koeien direct van een melkveebedrijf, al dan niet via een verzamelplaats of veemarkt, naar het slachthuis. De praktijk leert dat er veel variatie is in kwaliteit van afgevoerde koeien. Loop over een willekeurige veemarkt of verzamelplaats en je krijgt een aardige indruk. Deze variatie heeft natuurlijk alles te maken met de verschillende redenen voor afvoer. Een deel van de veehouders kan zich afvragen of zij op de huidige manier hun uitstootkoeien het beste tot waarde brengen. Daarbij komt de vraag of een bepaald type uitstootkoe niet teveel negatief sentiment oproept bij de consument, ook al is er volgens deskundigen niets mis met de slacht- en transportwaardigheid van het dier.JongveeDuidelijk is dat er gemiddeld genomen nog wel het een en ander valt te optimaliseren aan het uitstootbeleid van melkkoeien. Zeker nu jongvee op veel bedrijven niet meer in overvloed beschikbaar is. Want concurrentie van een verse vaars blijkt in veel gevallen nog steeds een belangrijke beweegreden om afscheid te nemen.Meer geld in de portemonnee in combinatie met klimaatwinst. Wie kan daar nou tegen zijn?KNMvD: Keuring goed geregeldDe beroepsorganisatie voor dierenartsen KNMvD is duidelijk. “Alleen dieren die slacht- en transportwaardig zijn, mogen het veebedrijf levend verlaten”, zegt Erwin Hoogland (45), voorzitter cluster landbouwhuisdieren. In Nederland is de keuring voor en na de slacht volgens hem goed geregeld en geborgd. Wet- en regelgeving zorgen voor basisniveau en dat is volgens de dierenarts hoog in Nederland.
Over deze basiseisen waaraan een slachtwaardig rund moet voldoen is onder dierenartsen weinig discussie. Hij begrijpt dat burgers daar soms anders over denken. “Een koe die er voor een gemiddelde burger niet best meer uitziet, kan zeker gezond zijn. Mager is bijvoorbeeld niet hetzelfde als ingevallen. Dat zijn verschillende dingen.”
Aangevoerde runderen zijn volgens de dierenarts per definitie gezond al is er natuurlijk wel verschil in conditie. “Bij een conditiescore van 1 kun je natuurlijk wel vraagtekens zetten, maar uiteindelijk nemen de veehouder en de dienstdoende dierenarts van de NVWA de beslissing.”Terugkoppeling slachtgegevensOok Vion, Nederlands grootste vleesverwerker, geeft aan dat veehouders voldoende aandacht hebben voor de afvoer van koeien. Er is volgens het vleesbedrijf niet zozeer sprake van één gemiddelde kwaliteit van aangevoerde runderen. Voor de verschillende kwaliteiten zijn er verschillende markten.
Opvallend is dat Vion geen voorkeur uitspreekt voor een bepaalde kwaliteit wat betreft bevleesdheid. Wel werkt de onderneming samen met dierenartsen en melkveehouders aan een programma om slachtgegevens terug te koppelen. Dat dit voor veehouders kan lonen blijkt bijvoorbeeld uit de daling van het aantal keuringsopmerkingen over de lever.
Na de slacht kan tijdens de keuring in de lever worden gezien of er leverbot aanwezig is in de weilanden waar de koe graast. Op zich is leverbot een onschuldige parasiet, maar deze gebruikt wel energie
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









