Markt van bijproducten en losse grondstoffen blijft in beweging
De markt van bijproducten en losse grondstoffen voor de varkenshouderij is altijd in beweging. Daarbij kan de sector terugvallen op een aantal grote, stabiele stromen als tarwezetmeel en stoomschillen. Om de CO2-footprint te verlagen, wordt gezocht naar nieuwe stromen. Daarbij zijn nog wel wat hobbels te nemen.

Varkensbedrijven zijn grootafnemer van bijproducten en losse grondstoffen. De komende jaren zullen wel wat verschuivingen plaatsvinden, maar de grote stromen blijven beschikbaar. Mogelijk komen er ook nieuwe bij. – Foto: Hans Banus
De varkenshouderij was en is koploper op het gebied van gebruik van bijproducten en losse grondstoffen. Het totale gebruik aan bijproducten blijft groot en schommelt al jaren rond de 3 miljoen ton, van de totale 5,5 miljoen ton.
Economisch rendement was altijd de drijfmeer, maar bijproducten voeren draagt ook bij aan het verlagen van de CO2-footprint. Voer is per kilo varkensvlees namelijk verantwoordelijk voor 50 tot 70% verantwoordelijk van de CO2-uitstoot. Slachterijen en retailers ontwikkelen kengetallen hiervoor; vanaf 2026 wil CoViVa met praktijknetwerken varkenshouders meer gevoel erbij geven en hoe erop is te sturen. Voldoende beschikbare grondstoffen blijft dus belangrijk.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









