Leveranciersclubs maken sterk en verplichten

Foto: Roel Dijkstra
Leveranciersverenigingen, of Producentenorganisaties (PO’s in EU-jargon) zouden ‘geen potentieel’ hebben in Nederland. Opeens echter zijn ze volop in beeld. Helpen ze de veehouder?Het nieuws, begin 2019, dat leveranciers van Bel Leerdammer een eigen leveranciersvereniging wilden oprichten, kwam als een verrassing. Dit instrument uit het ‘Melkpakket’ van de Europese Commissie – in 2013 van kracht geworden – was tot dan toe niet aangeslagen in Nederland. Volgens een Europees rapport uit 2016 had het (volgens de Nederlandse gevestigde zuivel) 'geen potentieel' in Nederland.Particuliere zuivelindustrieDe bedoeling van de Producentenorganisaties (PO’s) was dat de melkveehouders in de EU zich sterker konden opstellen tegenover de (particuliere) zuivelindustrie. Vooral in Frankrijk, en ook Italië, leidde dit tot de oprichting van een hele reeks nieuwe PO’s. Die moesten namens de boeren onderhandelen over betere contracten. Met enige vertraging bereikte het PO-golfje ook België, en kregen particuliere verwerkers als Danone en FrieslandCampina (FC) er mee te maken. FC geldt in België vooral als particulier. Het heeft er slechts een handvol leden, maar enkele honderden leveranciers. Aan de echte coöperaties ging het verschijnsel grotendeels voorbij, omdat zij zelf al bundelingen zijn van producenten, zo wordt geredeneerd. Hierover lijkt het laatste woord intussen niet meer gezegd.Optie voor ruim een derde van de melkVolgens Europese gegevens uit 2016 kwam toen 36% van de totale Europese aanvoer (de niet-coöperatieve aanvoer) in aanmerking voor het maken van collectieve contractafspraken tussen producentenverenigingen en verwerkers. In Nederland ging het om 15% van de aanvoer.In Duitsland leidde het Melkpakket niet tot grote veranderingen, omdat veehouders zich daar vanouds al sterk hebben gebundeld in allerlei ‘Erzeugergemeinschaften’. Het Melkpakket gaf hen alleen nog een aantal extra instrumenten in handen. Ook elders in de EU hebben de producentenorganisaties ‘hun volledige potentieel nog niet bereikt’, zo staat te lezen op de website van de Europese Commissie. In totaal waren er eind 2017 bijna 330 erkende PO’s actief in de hele EU, waarvan 165 in Duitsland. Deze PO’s waren goed voor 13% van de totale EU-melkaanvoer. Dat betekent dat nog 23% van de melkaanvoer bij te winnen viel.Kenmerk van de PO’s sinds het Melkpakket is dat ze zich vooral per verwerker hebben gebundeld.Dutch Dairymen BoardDe European Milk Board, de koepelorganisatie van alternatieve melkveehoudersbonden zoals de Dutch Dairymen Board (DDB), heeft geprobeerd dit stramien te doorbreken met de oprichting van ‘faire melk’-initiatieven, maar deze poging is tot nog toe weinig succesvol gebleken. Vorig jaar moest de Duitse faire-melkorganisatie zelfs bijna een faillissement aanvragen. In Nederland bleek een zelfde initiatief na goed een jaar al niet meer levensvatbaar. Alleen in België loopt de afzet van ‘faire melk’ redelijk goed.Lees verder onder de foto.Coöperatie DOC Kaas is sinds de bedrijfsfusie met DMK in wezen ook een soort leveranciersvereniging, maar wel één met een substantieel aandeel in zuivelonderneming DMK, samen met coöperatie DMK. - Foto: Reina de VriesWisselende resultatenNu de Nederlandse melkveehouderij ook kennis gaat maken met het verschijnsel van de leveranciersverenigingen, is het goed om in beeld te brengen wat hun lotgenoten in Frankrijk en België teweeg hebben gebracht. Een van de belangrijkste verlangens onder melkveehouders zelf was dat ze hen een betere en stabielere melkprijs zouden brengen. Is dit gebeurd?FrankrijkIn Frankrijk blijken de resultaten wisselend. Aanvankelijk bleek het ook moeilijk om serieus met de zuivelindustrie in gesprek te komen. Grote spelers als Lactalis en Danone leken zich er met wat mooie woorden van af te willen maken. En nog steeds is niet helemaal helder wat de PO’s werkelijk hebben bereikt bij hen. Melkveehouders zijn nog altijd niet erg tevreden over de melkprijzen en vanuit de PO’s van beide bedrijven wordt weinig gecommuniceerd.Duurzame melkstroomBij de Groupe Bel ligt dat wel iets anders. Hier zijn de melkveehouders erin geslaagd om langlopende afspraken te maken over stabiele en bovengemiddelde melkprijzen. En ook met een nieuwe Franse wet in de hand (Loi Egalim) hebben de particuliere leveranciers van coöperatie Laïta hun achterstand in beloning voor de melk grotendeels kunnen wegwerken. De PO’s bleken echter niet alleen een instrument waar de boeren wat aan hebben, ook voor de verwerkers blijken de PO’s handig. Maak je afspraken met het bestuur van de PO, dan maak je immers ook afspraken met de andere aangeslotenen. Zo slagen de Franse verwerkers er in om snellere stappen te zetten bij onder meer de verduurzaming van de melkstroom. In België is relatief minder veranderd.Nederland is laatbloeier met oprichting leverancierscollectievenNederland is relatief laat met de oprichting van PO’s.Niet dat ze een onbekend iets zijn, maar het Europese ‘Melkpakket’ leidde niet direct tot extra bundeling of nieuwe contractrelaties. Het leek of er inderdaad ‘geen potentieel’ was voor PO‘s. Dat was voordat de Leveranciersvereniging Leerdammer Collectief (LVLC) zich begin 2019 aandiende.Lees verder onder de foto.Het LCLV wil volgens voorzitter Corné Vermaat niet tegenover Bel Leerdammer staan. - Foto: Herbert WiggermanWisselende reacties bedrijvenNu lijkt de situatie in een stroomversnelling gekomen. Leveranciers van Vreugdenhil, A-ware en zelfs leden van FrieslandCampina voelen zich geïnspireerd door het LVLC en willen ook aan de slag. Vanuit de bedrijven wordt wisselend gereageerd. Bel Leerdammer lijkt te twijfelen of het zich geïntimideerd dan wel gestimuleerd moet voelen.De directie is gewend de richting aan te geven. Rond 2011 had ze aangegeven dat ze uitsluitend nog met leveranciers wilde overleggen via de klankbordgroep. Alle oude vertegenwoordigingen zouden daarin moeten opgaan. De leveranciersverenigingen in de Gelderse Vallei en in de IJsselstreek telden hun knopen. Ze waren overbodig geworden.Bij Royal A-ware lijkt er juist helemaal geen angst voor de komst van een PO.FrieslandCampinaEn bij FrieslandCampina? Feitelijk kan het niet; een PO binnen een coöperatie. Bij een deel van de leden is de stemming echter zodanig dat men de opties toch wil onderzoeken, om de ‘echte’ boerenstem weer te laten klinken, buiten de strak geregisseerde kanalen om. Op internet wordt er volop over gediscussieerd. De traditionele belangenbehartigers staan aan de zijlijn. De melkveehouders willen hen er niet bij hebben, want te ingezogen door de gevestigde orde, zo klinkt het.Frankrijk is de bakermat van de nieuwe PO’s zoals de EU ze erkentDuitsland mag de meeste PO’s hebben in de hele EU; het was in Frankrijk waar de grootste veranderingen plaatsvonden in de relaties tussen leveranciers en (particuliere) verwerkers. Hier werden ook de meeste nieuwe PO’s opgericht. De eerste was er al in 2011, nog voordat het Melkpakket formeel klaar was. Nu bestaan er een kleine 50. Na een moeizame start worden nu ook vergaande afspraken gemaakt, over bijvoorbeeld een vaste melkprijs voor langere tijd, over het volume en over zaken als weidegang en voer. Anders dan in Nederland is er ook goed contact tussen de PO’s en boerenbonden en steunt men elkaar over en weer. Dat is vooral omdat de bonden zich vanouds meer met prijzen en inkomens bemoeien dan in Nederland. In Nederland bemoeien met name LTO, maar ook NMV zich amper met markt en prijs.PO’s België spreken met één stem, maar hebben geen echte machtBelgië kent sinds 2013 enkele leveranciersverenigingen: PO Bestemelk en PO Dairycam, voor achtereenvolgens de leveranciers van Danone en FrieslandCampina (FC). Ook hier zijn ze opgericht omdat de leden het gevoel hadden dat ze te weinig stem hadden in het overleg met hun verwerkers. Dat is sindsdien iets veranderd, maar niet wezenlijk, zo wordt erkend. Johan Hillen van Bestemelk: “Het grote voordeel is dat we met één stem spreken, maar we zijn geen eigenaar van de melk.” Hans de Ruyter van Dairycam wil de macht van een PO niet overdrijven: “Wij krijgen financiële steun van de EU, maar eigenlijk hebben we geen macht. Als leden van FC te veel melk leveren, krijgen wij 10 cent korting. Toch moeten we exclusief aan FC leveren en moeten we mee met zaken als weidemelk en andere extra eisen.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









