Levensduurkampioenen zonder oude dochters

Foto: Ronald Hissink

Foto: Ronald Hissink


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Stieren hebben al een fokwaarde voor levensduur voordat ze dochters aan de melk hebben. De meningen over de bruikbaarheid daarvan verschillen.Koeien die gezond oud worden en zonder problemen veel melk blijven geven, die wil elke melkveehouder. Naast goede verzorging en voeding biedt fokkerij mogelijkheden om vooruitgang te boeken op zowel productie als levensduur. Al ruim tien jaar is er een fokwaarde voor levensduur. De kampioenen voor dit kenmerk hebben een genetische potentie van +1.100 dagen of meer. Dat blijkt uit de fokwaardenoverzichten die coöperatie CRV drie keer per jaar publiceert.Zelfs de genomic-stieren hebben een fokwaarde voor dit kenmerk, ook al hebben ze zelf nog geen dochter aan de melk. Dat kan dankzij DNA-merkertechnologie.Betrouwbaarheid genomic-fokwaarde 55%De fokwaarde levensduur staat voor het aantal extra levensdagen ten opzichte van het gemiddelde, gerekend vanaf de start van de eerste lactatie. Als een stier met een fokwaarde van +700 dagen wordt gepaard met een koe die 0 scoort (gemiddeld), dan mag van het kalf +350 dagen levensduur worden verwacht. Dat komt overeen met een extra lactatie.Ook al is de betrouwbaarheid minder, genomic-stieren kunnen een goede bijdrage leveren aan fokken op levensdoel, stelt professor Roel Veerkamp. - Foto: Ronald HissinkIn de traditionele fokkerij worden fokwaarden berekend op basis van de prestaties van nakomelingen en andere verwanten. Hoe meer nakomelingen in de berekening, hoe betrouwbaarder de fokwaarde. Zonder eigen nakomelingen kan al een verwachtingswaarde worden bepaald, op basis van data van familie.DNA-analyse voegt een extra dimensie toe. In principe kan van elk dier meteen na de geboorte een genetisch profiel worden bepaald. Door dit te vergelijken met de profielen van een groot aantal dieren met een bekende fokwaarde, kan de genomic-fokwaarde worden geschat. CRV vergelijkt het DNA-profiel met genetische informatie in een referentiepopulatie van meer dan 135.000 dieren.De verwachtingswaarde heeft een betrouwbaarheid van circa 30%. Volgens CRV ligt de betrouwbaarheid van de genomic-fokwaarde voor levensduur rond 55%. De betrouwbaarheid van de genomic-fokwaarde is dus hoger dan de verwachtingswaarde, maar lager dan de fokwaarde op basis van nakomelingen, die kan oplopen tot 99% als een paar duizend dochters aan de melk is.Fokwaardeschatting verbeterd door andere weging resultatenAan de levensduurfokwaarde van jonge stieren hing een zweem van instabiliteit. Met name door kortstondige uitschieters van jonge stieren die voor het eerst een fokwaarde op basis van eigen dochters krijgen. De veranderingen per indexdraai waren te groot, zegt ook CRV. De eerste fokwaarde van een stier werd overschat. Dat lag aan de manier waarop deze tot voor kort werd berekend. In april 2018 is het model voor de fokwaardeschatting verbeterd. De weging van de resultaten van dochters in de eerste en tweede lactatie is aangepast.Schommelingen kleiner door invoering niet modelMet het nieuwe model zijn de schommelingen bij individuele stieren kleiner. Hoogleraar fokkerij en genomica Roel Veerkamp van Wageningen Livestock Research beaamt dat. “De schommelingen zijn nu beperkt. Honderd dagen meer of minder lijkt misschien gigantisch, maar op een totaal van negenhonderd of duizend valt dat wel mee.”Minder scherp op productie fokken doet meer voor de levensduurVeerkamp vindt de schommelingen geen reden om genomic-stieren per definitie te wantrouwen. “Je moet wel rekening houden met de betrouwbaarheid. Als die gering is, moet je niet op één paard wedden”, adviseert hij. “Als je maximale zekerheid wilt, kies je alleen stieren met een grote betrouwbaarheid van fokwaarde. Dan zijn de prestaties van meerdere lichtingen dochters bekend. Maar dat kost wel acht of negen jaar. Intussen wordt het genetisch niveau van jonge stieren steeds hoger. Wat heb je aan die extra betrouwbaarheid van de fokwaarde als je 150 punten NVI inlevert?”Koeien worden niet ouder ondanks fokwaarde voor levensduurDan de praktijk. Hoewel de fokwaarde voor levensduur al ruim tien jaar bestaat, wil de gemiddelde levensduur maar niet toenemen op Nederlandse melkveebedrijven. Veerkamp benadrukt dat dit grotendeels komt door externe factoren. Als melkveehouders vanwege de fosfaatwetgeving dieren moeten afvoeren, dan houden zij liever een veelbelovende jonge vaars aan dan een oude koe. Maar het komt niet alleen daardoor, ook de gewoonte om veel jongvee aan te houden, houdt de hoge vervangingssnelheid in stand, voegt hij toe.Lees verder onder de foto.Minder scherp op productie fokken, helpt beter om koeien oud te laten worden dan selecteren op de fokwaarde voor levensduuur, stelt adviseur Van Laarhoven. - Foto: Henk RiswickDesondanks vindt hij de fokwaarde voor levensduur heel waardevol. Door genetische aanleg presteren deze dieren beter. “We weten dat dochters van een stier met +1.000 het beter doen dan die van een stier met +500.”Adviseur Willem van Laarhoven is sceptischer over het nut van deze fokwaarde. Met zijn bedrijf Valacon adviseert hij veehouders die streven naar een langere levensduur. Van Laarhoven vindt dat veel veehouders zich blindstaren op productie. Hij adviseert zijn klanten gerichter op eiwit en functionele kenmerken te letten. “Een groot aantal liters is gemiddeld nadelig voor de levensduur”, stelt hij. “Koeien die de kilogrammen vet en eiwit halen uit hoge gehaltes slijten veel minder.”Een hoge NVI zou altijd het startpunt moeten zijnSelecteren op persistentie en laatrijpheid goed voor productieBij vervanging van dieren zouden veehouders veel meer op persistentie en laatrijpheid moeten selecteren. “Als je al op een productieniveau van 9.500 kilo zit en je gehaltes zijn goed, doe dan niet moeilijk over de productievererving. Een koe die gemiddeld produceert en een lactatie langer blijft lopen, heeft een beduidend hoger levenssaldo.” Minder scherp op productie fokken doet meer voor de levensduur, stelt hij. “Koeien met een minder hoge productiepiek en een langere persistentie ondervinden minder problemen tijdens de transitie. Laatrijpe dieren hebben meer tijd genomen voor een goede ontwikkeling.”‘Fokkerij is eigenlijk heel simpel’Professor Veerkamp stelt dat de belangrijkste kenmerken goed gebalanceerd zijn in index NVI. “Ik ben voorstander van fokken op NVI. Daarin worden de belangrijkste kenmerken ingewogen; niet alleen melkproductie, ook vruchtbaarheid, uiergezondheid enzovoort. Een hoge NVI zou altijd het startpunt moeten zijn. Binnen het aanbod dat daaraan voldoet, kun je kijken naar andere zaken die je belangrijk vindt voor jouw eigen fokdoel. Voor de een is dat exterieur, voor de ander extra accent op levensduur. Fokkerij is eigenlijk heel simpel.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.