Lagere fosfaatnorm niet per se beter voor de boer

Foto: Ton Kastermans
Nederlandse boeren rekenen al sinds 2015 met dezelfde fosfaatproductienormen voor melkvee. Die zijn bovendien veel hoger dan de normen waarmee collega’s in Vlaanderen rekenen. Aanpassen is niet per definitie de oplossing.CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik gooide afgelopen week een flinke knuppel in de ligboxenstal. Nederlands melkvee produceert op papier veel meer fosfaat in de mest dan Belgische (Vlaamse) koeien bij dezelfde melkproductie. Onterecht volgensSchreijer-Pierik, ze vraagt zich af of er wel een probleem met fosfaat(-rechten) is met de Vlaamse normen. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) verwijst naar de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) die de normen berekent in een advies aan LNV. Tegelijkertijd is het ministerie al sinds 2015 niet genegen om de normen aan te passen op basis van het CDM advies. Minister Schouten vreest opnieuw druk op de mestmarkt als de normen voor melkvee lager vastgesteld worden. In principe worden de normen elke drie jaar aangepast geeft CDM-voorzitter Oene Oenema aan. Hij sluit niet uit dat de normen lager worden als dit jaar de normen aangepast worden.Rapport met nieuw fosfaatgemiddelde ligt sinds 2015 klaarFeit is dat er al een rapport op de plank ligt dat dateert van oktober 2015. Daarin staat voor melkvee een nieuw gemiddelde van 39,4 kilo fosfaat per jaar. Het vorige gemiddelde was met 40,7 kilo fosfaat per melkkoe duidelijk hoger. Het nieuwe cijfer dat niet is ingevoerd, is gebaseerd op het gemiddelde van de jaren 2011-2013. Het oude cijfer dat de basis is voor het huidige forfait is gebaseerd op 2010-2012.Grote verschillen in fosfaatproductie per koeEen ander feit is dat er binnen Nederland ook grote verschillen zijn in fosfaatproductie per koe. Dat heeft te maken met verschillen in rantsoenen. In de jaarlijkse berekening van de mestproductie onderscheidt het CBS koeien die overwegend gras krijgen en koeien die meer mais te vreten krijgen. ‘Graskoeien’ lopen vooral in het Noord-westen en ‘maiskoeien’ vooral in het Zuidoosten. Maiskoeien produceerden volgens de CBS-berekening in 2017 gemiddeld 40,3 kilo fosfaat, bij graskoeien was dat 43,0. Dat is een verschil van ruim 6%. In 2015 was dat verschil veel groter met 40,4 kilo fosfaat voor maiskoeien en 47 kilo fosfaat voor graskoeien. Dat komt neer op een verschil van 14%. Gemiddeld produceerden de Nederlandse melkkoeien in 2017 41,4 kilo fosfaat en in 2015 was dat 43,1 bij een gemiddelde melkproductie van 8.674 kilo in 2017 en 8.338 in 2015. Als het verschil in melkproductie wordt verrekend komt de Nederlandse koe met relatief veel mais in het rantsoen al aardig in de buurt van de Vlaamse norm.Norm aanpassen betekent wijziging referentiehoeveelheidDe grote vraag is echter of aanpassing van de normen, het onmiskenbare probleem met fosfaatrechten oplost. Die fosfaatrechten zijn immers volgens dezelfde betwiste normen vastgesteld op basis van de melkveeaantallen in 2015. Als je de norm aanpast, verandert de referentiehoeveelheid waarop de rechten zijn gebaseerd net zo hard.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









