Kleine melkveehouder boert prima

Foto: Peter Roek

Foto: Peter Roek


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Een bedrijf met 60 tot 80 koeien levert niet minder inkomen op dan bedrijf met dubbele aantal koeien.Bij alle aandacht voor schaalvergroting zou je het niet meer verwachten, maar een melkveebedrijf met 60 tot 80 melkkoeien levert niet minder inkomen op dan een bedrijf met het dubbele aantal koeien. Gemiddeld doen ze het net zo goed, maar binnen deze groep springen de bedrijven die vijf, vijf en een half of zes ton melk per man produceren er uit met de beste cijfers.De omvang van een melkveebedrijf, zegt dan ook niet alles, de hoeveelheid melk per aanwezige arbeidskracht is veel bepalender voor wat er onder de streep overblijft, zo legt relatiemanager Rick Hoksbergen van Alfa Accountants uit. “Haal je met zestig melkkoeien in je eentje zes ton melk, dan is het een volwaardig bedrijf. Geven die koeien 7.000 kilo melk per jaar, dan produceer je met dezelfde vaste kosten drieënhalve ton melk. Dat kan eigenlijk alleen nog als je er een baan naast hebt en die bedrijven zijn er ook.”Melk per arbeidskrachtAls de relatief kleine bedrijven vijf tot zes ton melk per man kunnen produceren, zou je verwachten dat grotere bedrijven door mechanisatie, automatisering en modernere stallen makkelijk naar zeven tot negen ton per man gaan. Toch zie je dat in de cijfers van boekjaar 2015/2016 maar een beetje terug. Middelgrote bedrijven met gemiddeld 140 koeien melken per arbeidskracht een productie van vijf tot zesenhalve ton bij elkaar. Het gemiddelde is 630.000 kilogram. Pas op de bedrijven met 240 melkkoeien gemiddeld zie je de melkplas per arbeidskracht stijgen naar nog net geen acht ton.Hoksbergen heeft uit het klantenbestand de kleine, middelgrote en grote bedrijven naast elkaar gezet in onderstaande tabel. Eerst kijken we hoe het zit met de saldo’s per koe. Dat is de opbrengst van melk en omzet en aanwas minus de directe kosten, zoals voer, dierenarts en fokkerij. Daarin doen de kleine bedrijven in elk geval niet onder voor de grotere met € 1.940 per koe, net als de middelgrote bedrijven. De grote bedrijven halen met € 1.750 per koe zelfs een lager saldo. Dat hangt samen met het feit dat ze intensiever zijn: meer koeien per man, maar ook meer melk per hectare en dus meer voeraankopen. Kortom: in de directe kosten die in het saldo een rol spelen zit geen duidelijk schaalvoordeel.Kleine bedrijven hebben een fractioneel lagere kritische kostprijs dan de grote. Ze hebben het hoogste saldo bij het melkvee, maar door het kleinere aantal koeien per volwaardige arbeidskracht (VAK) niet het hoogste resultaat per VAK.Weinig schaalvoordeelDan zijn er de zogenoemde niet-toegerekende kosten. Daaronder valt de post bewerkingskosten met onder andere loonwerk, eigen mechanisatie, betaalde arbeid en onderhoud, maar ook de algemene kosten, zoals verzekeringen, accountant en advies. Dit zijn kosten die stijgen bij meer koeien, maar door een ‘uitsmeereffect’ per koe lager uitkomen. De groep kleine bedrijven zit op € 920 per koe, middelgrote op € 900 en de grote bedrijven doen het hier met € 830 per koe wel echt beter. Ze compenseren het lagere saldo per koe echter maar gedeeltelijk.Trekken we deze niet-toegerekende kosten van het saldo af, dan resteert een bedrag dat beschikbaar is voor de vaste lasten. Hieruit moeten nog de pacht/huur, rente en aflossing worden betaald. Wat dan resteert is geld in de portemonnee voor ‘privé’, oftewel de beloning voor de boer en zijn gezin. Gemiddeld kwam dit gezinsinkomen in het laatste boekjaar op zo’n € 32.000 per arbeidskracht. De uitgaven waren meestal hoger, vooral omdat er ook belastingen uit deze post worden betaald. Melkveehouders hebben dan ook een liquiditeitstekort van gemiddeld € 10.000. Kosten vreemde arbeidAls schaalvergroting in de melkveehouderij echt lonend was, zouden grotere veehouders meer inkomen moeten hebben, maar dat was in 2015/16 niet het geval. Tegenover het bescheiden voordeel van lagere bewerkingskosten per koe en per liter staan nu nog de hogere lasten van rente en aflossing voor recent gedane investeringen in groei. Zodra betaalde arbeid wordt ingehuurd gaat dit ten koste van eigen inkomen. “Een betaalde medewerker kost € 35.000 tot € 40.000 per jaar. Bij een resultaat van gemiddeld € 32.000 per man leg je daar dus geld op toe”, zegt Hoksbergen. Dat het in betere melkprijsjaren de andere kant op werkt is waar, maar hij maakt er een wegwuifgebaar bij. “In deze cijfers zit een gemiddelde melkprijs van 33 cent. Over de middellange termijn calculeren we met 34 cent. Dat doet niet zoveel.”Niet meer inkomen, wel socialerMelkveehouders hebben afgelopen jaren meer dan gemiddeld ingezet op groei en soms met flinke sprongen. De noodzaak om ligboxenstallen uit de jaren 80 van de vorige eeuw te vervangen was een drijvende kracht en bij nieuwbouw is het nodig de investeringslasten te spreiden over meer liters melk. Is er een opvolger, dan is groei de weg om zijn/haar arbeid te benutten.Maar de kansen van een vrije markt zonder quotum vormden ook een veelbesproken drijfveer. Groeien zou armslag geven om de zogenoemde ‘kritieke melkprijs’ omlaag te brengen. Dat is de melkprijs die minimaal nodig is om alle uitgaven te dekken: alle rekeningen, maar ook de rente, aflossing en privé-uitgaven. De cijfers van Alfa laten echter zien dat die kritieke melkprijs in alle drie grootteklassen nagenoeg gelijk ligt. De kritieke melkprijs loopt zelfs iets op van 32,4 op de kleine, naar 32,6 cent op de grote bedrijven. Wellicht dat grotere bedrijven op den duur een lagere kritieke melkprijs realiseren als er enkele jaren is afgelost en de nog vrije stalruimte kan worden opgevuld.Aan de andere kant zorgt de fosfaatwetgeving er weer voor dat die groei toch weer geld kost. En naast de hogere arbeidskosten hebben grote bedrijven hogere kosten voor aankoop van voer, mestafvoer en loonwerk.‘Met groeien krijg je geen hoger inkomen’Is groeien dan alleen maar riskant en niet eens lonend? Hoksbergen: “Je krijgt er geen hoger inkomen mee, zo nuchter moeten we zijn. Maar geleidelijke groei blijft nodig om de productie per man te laten toenemen, zowel op grote als kleine bedrijven. En sociaal gezien passen anderhalfmans- en tweemansbedrijven beter bij de huidige maatschappelijke opvattingen. Dan hoef je niet meer veertien keer per week te melken. Kun je makkelijker weg en zit je dus minder aan je bedrijf vast dan op een eenmansbedrijf.”Naam: Willian Potman (49).
Woonplaats: Markelo (Ov.). 
Bedrijf: met zijn vrouw Truus 90 Fleckvieh-koeien, zonder jongvee op 18 hectare grasland en 4 hectare snijmaïs. Jaarlijks koopt hij 10 hectare snijmaïs aan. Foto: Koos Groenewold‘Goed rond te komen van 90 melkkoeien’Hij nam in 2011 een nieuwe stal in gebruik met plek voor 80 melkkoeien. Groei naar 100 melkkoeien zit er nu niet meer in, maar Willian Potman is ook tevreden met de 90 waar hij dit jaar op uitkomt. In de oude stal is ruimte voor 45 melkkoeien. In beide stallen melkt een Lely A4-melkrobot. In de oude stal is dat een tweedehands.“Waarom toch al die nadruk op groeien? Ik hoor wel eens dat boeren op een twee keer zo groot bedrijf het wel drukker hebben maar minder verdienen.” Naast zijn melkveebedrijf klust Potman bij als kelner in café en zalencentrum De Haverkamp en als invalchauffeur bij ABZ Diervoeding. In het dorps- en verenigingsleven laat hij zich niet onbetuigd. “Boeren is mooi, maar ik doe er ook graag iets naast.”Wie dan verwacht dat hij met zijn 90 Fleckvieh-koeien op de makkelijke toer melkt, heeft het mis. De jaarproductie is bijna 800.000 kilo melk. Qua arbeid en kosten heeft hij duidelijke keuzes gemaakt. Zo fokt hij geen jongvee aan, maar koopt vaarzen. Momenteel meestal Holstein-Friesian (HF). De fokkerij is een geringe kostenpost met Belgisch Blauwe sperma van € 5 per rietje. Het landwerk besteedt hij uit aan de loonwerker.Potman heeft wel wat geluk gehad met het moment van investeren in de stal, die € 4800 per koeplaats kostte. Hij heeft kunnen profiteren van de gunstige melkprijsjaren 2013 en 2014 . De afgelopen twee jaren met slechte melkprijzen kwam hij moeiteloos door. “Ik heb geen boekhoudcijfers paraat. Maar de rekeningen zijn betaald en de liquiditeit is goed.” Is dat dan dankzij zijn bijverdiensten? “Dat geeft een beetje extra armslag. Maar zonder bijbanen zou ik nog steeds een volwaardig inkomen hebben.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.