Klein mengvoerbedrijf houdt stand

Laatst bijgewerkt:
Typerend voor kleine bedrijven is dat ze flexibel zijn en snel kunnen schakelen als er veranderingen nodig zijn. Dat zijn 2 van de redenen dat ze hun positie gemiddeld goed weten te behouden. - Foto: Ruud Ploeg

Typerend voor kleine bedrijven is dat ze flexibel zijn en snel kunnen schakelen als er veranderingen nodig zijn. Dat zijn 2 van de redenen dat ze hun positie gemiddeld goed weten te behouden. - Foto: Ruud Ploeg


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Kleine mengvoerbedrijven werken op hun eigen manier voor bestaansrecht in een omgeving gedomineerd door grote bekende concurrenten. In de kleinschaligheid zit een deel van de kracht verborgen.Ondanks een golf aan fusies de afgelopen decennia telt Nederland nog veel kleine mengvoerbedrijven. Van de circa 100 leden van brancheorganisatie Nevedi bedienen 80 bedrijven samen slechts 10 tot 15% van de markt. Dat is opmerkelijk, aangezien juist de grote bedrijven steeds groter moesten worden.Henk Flipsen - Foto: NevediSchaalvergroting is in beginsel nodig zoals in elke economische tak van sport, aldus Henk Flipsen, directeur van brancheorganisatie Nevedi. Toch ziet hij ‘omvang’ wel in perspectief. “In Nederland noemen we een productie van minder dan 100.000 ton per jaar klein. In België en Duitsland is dat al een behoorlijk bedrijf.”Industrie maakt 13,5 miljoen ton mengvoerDe mengvoederindustrie omvat in 2017 ongeveer 100 bedrijven die mengvoeders maken. In 1995 waren dat er nog 310. Dat is inclusief de productie van melkpoeders en premixen. De totale mengvoederproductie is 13,5 miljoen ton. Varkens is met 40% de grootste diercategorie, gevolgd door rundvee (30%), pluimvee (25%) en diversen (5%).Kleine mengvoerbedrijven kunnen een kostennadeel hebben bij de inkoop van grondstoffen. De kosten voor transport van mengvoeders zijn echter vaak lager. Ook koopt een deel gezamenlijk in. - Foto: Ronald HissinkDe productiecapaciteit per fabriek varieert van enkele duizenden tot honderdduizenden tonnen per jaar. De 20 grootste bedrijven produceren 88% van de totale mengvoederproductie. De ‘grote 3’ (ForFarmers, Agrifirm en De Heus) hebben zelfs 65% van de markt in handen.Ontegenzeggelijk hebben kleine mengvoerbedrijven een aantal nadelen. Zo is hun positie bij de grondstoffeninkoop minder gunstig en dus duurder. Ook hebben ze minder mogelijkheden voor innovatie en kennisontwikkeling. Het hebben van 1 productielijn is lastig. Desondanks ziet Flipsen dat veel van deze bedrijven een goede positie weten te behouden.➤ Meeste mengvoerbedrijven zijn klein➤ Concurreren op voerprijs is vaak lastig➤ Bedrijven specialiseren en werken samenDoor samenwerking in onder andere inkoop wordt het kostennadeel van grondstoffen beperkt. Bovendien hebben deze bedrijven vaak lagere kosten voor transport van mengvoer. Verder zijn ze regionaal sterk gebonden en profiteren ze van een goede naam. De klanttevredenheid is doorgaans hoog. Een groot deel heeft zich gespecialiseerd zodat ze niet van alles moeten hebben en kunnen. Een aantal bedrijven levert deze producten weer aan de grote mengvoerbedrijven.Het verschil tussen het percentage veehouders dat hun mengvoerbedrijf juist wel of niet aanbeveelt. De ‘overige’ (meestal kleine) bedrijven scoren het best.De afgelopen 10 jaar zijn er zo’n 40 bedrijven gestopt en dat gaat door. Door fusies en overnames; deels omdat er geen opvolging is. Maar het kleine bedrijf heeft volgens Flipsen zeker perspectief, mits het keuzes durft maken. In die zin zijn de positie en de uitdaging van de kleine mengvoerfabrikant dezelfde als die van een ondernemer in de varkenshouderij. “De blijvers zijn creatief genoeg om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.”Snelheid van werkenIn het oosten van het land is CAVV Zuid-Oost Salland een regionale speler. “Maar op het gebied van konijnenvoer zijn we de grootste fabrikant van Nederland”, zegt directeur Hans Verheul met een kleine glimlach. Hij vertelt dat het bedrijf zich op een aantal vlakken wil onderscheiden van de grote collega’s. Dat begint met open en transparant zijn. “Leden mogen alles weten, over de kostprijs en nutritionele samenstelling van de voeders. We hebben geen geheimen.” Verder zijn stabiliteit in rantsoenen en bedrijfsvoering volgens hem typerend en dat wordt gewaardeerd.Wij kunnen het beleid niet maken of sturen, de groten welHij benadrukt ook de snelheid van werken. “Als een silo onverwacht leeg valt, kan er binnen 2 uur nieuw, klantspecifiek voer in zitten.” Ontzorgen is voor hem het sleutelwoord. Waar een deel van de kleine fabrikanten zich meer tot de corebusiness beperkt, levert Zuid-Oost Salland een breed dienstenpakket. “Daarvoor werken we met andere bedrijven samen.”Verheul is ervan overtuigd dat zijn bedrijf net zo scherp kan inkopen als de groten, ondanks dat ze niet zijn aangesloten bij een inkooporganisatie. “We zijn flexibel met inkoop en door samenwerking met grondstofmakelaars kunnen we toch voor interessante prijzen kopen.”CAVV Zuid-Oost Salland in RaalteHans Verheul (44) is directeur van de Coöperatieve Aan- en Verkoop Vereniging (CAVV) Zuid-Oost Salland in Haarle (Ov.).Hans Verheul - Foto: Ronald HissinkDe coöperatie heeft circa 200 leden en 150 afnemers. De productie is circa 58.000 ton per jaar met een verdeling van 45% rundvee, 25% varkens, 15% konijnen, 10% geiten en 5% overige. Bij het bedrijf zijn 24 mensen werkzaam. De voerafzet ligt in een straal van ongeveer 30 kilometer om het bedrijf. Dat gebeurt met 3 bulkwagens.Om het nadeel van 1 voerlijn te beperken wordt het biggenvoer bij een collega gemaakt. Zodoende kan daar toch dierlijk eiwit in. Geitenvoer valt vanwege Vlog bij een ander bedrijf van de persen.Een nadeel van een klein bedrijf is volgens Verheul dat ze vaak volgend zijn bij ontwikkelingen. “Wij kunnen het beleid niet maken of sturen, de groten wel. We moeten accepteren wat er over ons wordt beslist.” Wat hem wel eens stoort, is dat hij vaak in de verdediging moet vanwege vooroordelen over kleine mengvoerbedrijven. “We hebben niet zo’n gelikte pr als de grote jongens, maar kunnen op alle fronten goed mee.”In de groei van de groten ziet Verheul juist een kracht voor zijn bedrijf. “De afstand is bij ons letterlijk en figuurlijk veel kleiner.” Verheul denkt dat de huidige omvang prima is, maar het bedrijf moet wel meegroeien met dat van de klanten. Voor de toekomst verwacht hij vooral meer samenwerkingen aan te gaan en juist niet aan fusies. “Dat is onze kracht.”Receptuur bepalendEen kleine voerfabrikant die in het Zuiden heeft leren opboksen tegen de grote jongens, is Vissers Mengvoeders in Helvoirt. Teun Vissers; de derde generatie van het familiebedrijf, herkent het kostennadeel qua grondstoffen maar noemt dat geen belangrijk item. “We zijn onderscheidend door een hoge kwaliteit van het voer. Bij ons bepaalt niet de inkoop wat er in het mengvoer gaat, maar de receptuur.” Gezamenlijke inkoop doen ze niet. “We willen niet dat anderen bepalen wat we inkopen.”Als we een goed idee hebben, is het binnen een paar dagen in de fabriek aangepastVissers ziet door lage overheadkosten en hoge productie per arbeidsuur dat ze toch aardig mee kunnen qua voerprijs. Bovendien gaat het bij de klanten niet om de laagste voerkosten maar om de resultaten. Waar veel kleine mengvoerbedrijven zich onderscheiden met maatwerk doet Vissers dat bewust niet. “We maken zo min mogelijk voersoorten. Maatwerk is niet beter, maar ligt vooral commercieel goed.”Vissers Mengvoeders in HelvoirtMarc (51), Teun (28) en Wil (56) Vissers vormen de directie van Vissers Mengvoeders in Helvoirt (N.-Br.).Marc, Teun en Wil Vissers - Foto: Bert JansenIn 2004 is het bedrijf verhuisd vanuit Hoge Mierde naar de huidige locatie waar zo’n 20 ton voer per uur uit de persen valt. Bij het bedrijf zijn, naast de ondernemers, 7 mensen werkzaam. Circa 70% van de voerproductie bestaat uit biggen- en zeugenvoeders. Het afzetgebied loopt globaal van West-Brabant richting het oosten tot net over de Duitse grens.Persoonlijk vindt Vissers het prachtig om in een klein en zeer plat georganiseerd bedrijf te werken. “Als we een goed idee hebben, is het binnen een paar dagen in de fabriek aangepast.” Als jonge ondernemer is hij overal bij betrokken en beslissingen zijn snel genomen.Qua innovatie hebben ze diverse kanalen waar ze kennis halen. Maar veel belangrijker is volgens Vissers een gezond boerenverstand. “We hebben geen Wageningen-rapporten nodig. We werken en denken als boeren en dat geeft een sterke binding met klanten. We zijn doeners, net als zij.”Ondanks de krimp van de varkenssector en harde concurrentie is Vissers positief over de toekomst. Het feit dat ze het de afgelopen jaren in een verharde voermarkt hebben gered, geeft volgens hem aan dat ze het kunnen. Het bedrijf is vaker benaderd voor een samenwerking, fusie en overname maar als dat ten koste zou gaan van de naam Vissers, is het antwoord ‘nee’. “Ik ben trots dat onze naam op de gevel staat.” Hij put wat dat betreft vertrouwen uit het verleden. Lachend: “We hebben altijd gevochten tegen de Cehave en Hendrix. Wij zijn er nog; zij niet meer.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.