Kansen voor alternatieve voedergewassen
Het areaal alternatieve voedergewassen is nog klein. De combinatie gras en mais blijft ijzersterk. Het areaal voederbieten en veldbonen neemt het meest toe. Beleid stimuleert de teelt van andere gewassen.

Melkveehouder Ruben Marijnissen in Nieuwerkerk (Zld.) oogst voederbieten. Hij voert 15 kilo gesnipperde bieten per koe per dag. De hoge drogestofopname van 18,3 kilo per koe per dag levert meer melk op. - Foto: Peter Roek
De meeste melkveehouders vullen hun bouwplan voor 100% in met gras en mais. Deze twee gewassen geven hoge opbrengsten, een goede voerkwaliteit en zijn relatief eenvoudig te telen met lage kosten. De meeste melkveebedrijven zijn te intensief voor het telen van andere gewassen. Bij een extensiever bouwplan zijn alternatieve voedergewassen (zie kader Opties en arealen van alternatieve gewassen) wel mogelijk. “Het beleid is gericht op minder vee per hectare, waardoor op langere termijn bedrijven extensiever worden”, verwacht Jos Groot Koerkamp, commercieel manager veehouderij van Limagrain. “Dan is een deel van de grond te benutten voor teelt van andere gewassen. Vooral krachtvoervervangers, want dat levert het meeste rendement op, zeker bij hoge voerprijzen.”Andere argumenten om alternatieve (voeder)gewassen te telen, zijn bijvoorbeeld meer eiwit van eigen land, verlagen van externe stikstof- en fosfaataanvoer of een goede droogtetolerantie van het alternatieve gewas. Verbetering van bodem- en grondwaterkwaliteit spelen ook een rol. Net als biodiversiteit, onkruidonderdrukking, teelt van een eigen structuurbron en een vroeg oogsttijdstip (op percelen met weinig draagkracht in het najaar).
Opties en arealen van alternatieve gewassen in 2021
De lijst met alternatieve voedergewassen is lang. In 2003 deed Wageningen University & Research al onderzoek naar het perspectief van ruwvoergewassen erwten, erwten/gerst, galega, lupine, luzerne, mergkool, quinoa, soja en triticale en krachtvoergewassen lupine, triticale, MKS en voederbieten. Met een aantal gewassen was al eerder praktijkervaring opgedaan. Daarnaast kwamen enkele gewassen naar voren in een literatuurstudie.De opbrengsten van lupine, mergkool, quinoa en soja waren te laag. Soja en galega zijn niet aangepast aan de gematigde klimaatzone. De teelt van alleen erwten bleek, vergeleken met erwten/gerst, geen alternatief. Erwten/gerst kan aantrekkelijk zijn bij graslandvernieuwing, de variant erwten/gras lijkt nog interessanter. Triticale en MKS hebben een redelijk perspectief als voedergewas, lupine is minder interessant. Voederbieten zijn superieur in VEM- en DVE-opbrengst. Minpunten zijn het risico van structuurbederf door zware bietenrooiers en kiepers op het land en extra kosten en inspanning van opslag en voeren van de bieten. Groot Koerkamp verwacht op korte termijn wel veel van technische oplossingen om bieten efficiënter te verwerken tot veevoer.Anno 2021 was het areaal grasland 983.590 hectare en het areaal maisland 187.410 hectare. Het areaal voederbieten en veldbonen groeit het hardst. Het totale areaal aan alternatieven in 2021 was nog heel erg klein en bedroeg 14.480 hectare (1,2% van het totale gras- en maisareaal): met 7.320 hectare luzerne, 2.680 hectare voederbieten, 1.700 hectare vezelhennep, 1.480 hectare veldbonen, 750 hectare sorghum, 80 hectare sojabonen en 80 hectare niet bittere lupinen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









