Invoering nationale aanpak BVD uitgesteld naar 2028
De invoering van het nationale bestrijdingsprogramma voor boviene virusdiarree (BVD) staat gepland voor 1 januari 2028. Dat schrijft staatssecretaris Erkens van LVVN in een Kamerbrief. Het blijkt niet haalbaar om de BVD-bestrijding tegelijk met de landelijke aanpak van IBR op 1 januari 2027 te laten starten.

BVD-dragers zijn eenvoudig op te sporen met oormerkbiopten. Door het afvoeren van deze dragers kan een bedrijf relatief snel BVD-vrij worden. foto Hans Prinsen
Het landelijke programma wordt direct opgezet volgens EU-eisen, zodat een EU-vrijstatus sneller kan worden behaald. Een aanvraag voor goedkeuring van het Nederlandse programma volgt uiterlijk in 2030. Zodra deze goedkeuring is verleend, gaan beperkende handelsvoorwaarden gelden voor runderen van en naar lidstaten zonder EU-vrijstatus.
Als de invoering van het landelijke programma succesvol is, kan binnen 3 tot 5 jaar een EU-vrijstatus worden aangevraagd en behaald.
Ruim 91% melkveebedrijven gunstig
De zuivelsector voert al sinds 2018 een landelijk bestrijdingsprogramma uit. Daardoor heeft inmiddels 91,7% van de melkveebedrijven een BVD-vrije of onverdachtstatus. Invoering van een landelijke aanpak betekent dat ook de vleesveehouderij, hobbyhouders en natuurbegrazers mee moeten doen. In deze sectoren moeten nog stappen worden gezet. Eind 2025 beschikte 21,3% van de niet-melkleverende bedrijven over een BVD-vrije of onverdachtstatus.
Alleen import uit vrije landen
De sector kan vooruitlopend op de EU-goedkeuring zelf al afspraken maken om de handel in BVD-dragers te beperken. De kalversector heeft al aangekondigd vanaf de start van het programma alleen nog BVD-vrije runderen aan te voeren. De belangrijkste landen waaruit kalveren worden geïmporteerd, Duitsland, België, Denemarken en Ierland, hebben al nationale bestrijdingsprogramma’s. Vooral Oost-Europese landen zijn niet vrij van BVD en beschikken ook nog niet over een landelijk programma.








