Opvolger Niels: ‘met opa mee naar de koeien, dat wil ik later ook!’
Niels is de vierde generatie op het bedrijf. Melken is niet zijn ding, dus gaat hij voor robots. En hij heeft nog veel meer plannen; van gesekst sperma tot stalvoeren in het najaar.

Opvolger Niels Verhoef. Foto's: Fred Libochant
Als ik het bedrijf overneem, verander ik …
“We hebben een 2x12-zij-aan-zij-melkstal, maar ik wil met melkrobots aan de gang. Ook de fokkerij heeft de aandacht. We willen nog selectiever zijn met wat je wel en niet aanhoudt. Gesekst sperma is een optie. Dat zou ik dan inzetten op koeien waar ik nakomelingen van aan wil houden. Op de rest kan dan Belgisch Blauw of een ander vleesras.
Opvolger Niels Verhoef (20)
Woonplaats: Stolwijk (Z.-H.)
Opleiding: Veehouderij niv 4 afgerond aan Yuverta Mbo in Houten.
Bedrijf: Niels’ ouders hebben een vof met 130 melk- en kalfkoeien op 80 ha. Het bedrijf doet aan weidevogelbeheer.
Rolverdeling: Niels werkt bij Eurofins als monsternemer van grond en kuilen. Thuis pakt hij op wat nodig is en tijdens pieken, zoals mest rijden, gras maaien en kuilen, neemt hij vrij van zijn werk om thuis mee te draaien. Zijn vader doet alle voorkomende werkzaamheden plus het melken. Zijn moeder zorgt voor de boekhouding en ‘het hele financiële plaatje’. Opa en oma helpen ook nog mee waar ze kunnen.

De fokkerij moet meer melk opleveren. Het gemiddelde is nu 30 liter per dag met 4,27 procent vet en 3,70 procent eiwit. Daar mag wel wat bij. 33 tot 34 liter per dag zou mooi zijn. Dat bereik je niet alleen met fokkerij. Goed voeren is ook belangrijk. We zitten op veengrond. Je mag hier alleen gras verbouwen. We proberen eruit te halen wat erin zit, want gras is uiteindelijk je goedkoopste krachtvoer.
Gras, brok en een happie mais, we houden van simpel boeren hier
In het najaar wil ik gaan stalvoeren om het najaarsgras beter te benutten. In het voorjaar mikken we op een eiwitrijke eerste snede door vroeg te maaien en novurea-kunstmest te strooien. Daar zit een dubbele hoeveelheid stikstof in die in zes weken geleidelijk vrijkomt. Met een strak maaischema, veel slepen, rollen en doorzaaien, lukt het om eiwitrijk ruwvoer te krijgen. Daar komt nog wat krachtvoer en een happie mais bij, plus wat hooi voor voldoende structuur, en dat is het. We houden van simpel boeren hier.”

Mijn grote voorbeeld is …
“Mijn opa en mijn vader namen me als kind altijd mee naar de koeien. De vonk sprong over en ik dacht: dat wil ik later ook. Straks ben ik de vierde generatie op deze plek. Dat voelt niet als een zware druk. De tijden zijn zo onzeker; mocht het niet lukken, dan zal niemand mij dat kwalijk nemen.”
Het mooiste werk vind ik …
“Voeren. De dieren trekken allemaal naar je toe, want ze willen weer vreten. Die koppen door dat voerhek, het is gewoon mooi om te zien. Op zondagochtend voer ik altijd, zodat mijn ouders naar de kerk kunnen. Zelf ga ik dan ’s avonds.”
Ik heb een hekel aan …
“Melken. Die vaste tijden elke dag, daar ben ik niet zo van.”

Als ik een miljoen win in de loterij, dan …
“Investeer ik in melkrobots en een verrijker om voer in de mengwagen te doen. Nu gebruiken we de voorlader, maar daarmee houd je steeds een trekker bezet. Sleufsilo’s staan ook op mijn lijstje. Dat is beter voor de kwaliteit van het gras. Door die muren aan de zijkant kun je het beter afdekken en je krijgt minder broei.”
In mijn vrije tijd …
“Ga ik met vrienden een biertje drinken. Ik mag ook graag sleutelen. Het onderhoud van de machines doen we zelf. Het is een beetje een hobby.”
Over vijf jaar …
“Zit ik, denk ik, in het bedrijf en dan staan er sleufsilo’s. Uitbreiden hoeft van mij niet. 130 koeien is mooi zat. Ik wil het wel alleen kunnen doen later.”










