Doorbraak: Europarlement stemt in met nieuw beleid gen-gewassen
Versoepeling van de regels voor het gebruik van gentechniek bij gewasveredeling is een belangrijke stap dichterbij gekomen. Dinsdag heeft het Europees Parlement ingestemd met een nieuwe verordening voor Nieuwe Genomische Technieken (NGT), een onderwerp waarover vele jaren gediscussieerd is. De Nederlandse branchevereniging voor de plantenveredelingssector Plantum is blij met het besluit en noemt het een zeer belangrijke doorbraak.

Phytophthoraresistente aardappelplant in een proefopstelling. De nieuwe verordening zet de deur open naar nieuwe veredelingstechnieken, zoals CrisprCas. De veredelingssector spreekt van een belangrijke doorbraak. Foto: Henk Riswick
Europa is altijd erg terughoudend geweest met genetisch gemodificeerde gewassen. Maar de laatste jaren neemt de roep om meer soepelheid toe, mede door de opkomst van nieuwe, veelbelovende technieken zoals CrisprCas. Michiel Klompenhouder, directeur van Plantum, roemt het besluit en stelt dat Europa nu kan aanhaken bij ontwikkelingen in de rest van de wereld. De nieuwe technieken maken het mogelijk om veel sneller resistenties in te bouwen tegen problemen als phytophthora in aardappelen.
Twee soorten gewassen
De nieuwe verordening maakt onderscheid tussen verschillende soorten nieuwe genomische technieken, NGT-1 en NGT-2, met elk hun eigen wettelijke regels.
NGT-1 is de categorie planten met een klein aantal genetische veranderingen, die bovendien ook via normaal veredelingswerk mogelijk zouden zijn geweest. Voor deze gewassen gaan dezelfde regels gelden als voor gewone, niet-GMO-gewassen. Te denken valt aan eigenschappen als resistentie tegen schimmels of verzilting. Er is een belangrijke uitzondering: planten die via gmo-technieken tolerant zijn gemaakt voor herbiciden of insecticiden, horen niet in deze categorie. Denk aan Roundup ready soja.
NGT-2 zijn planten waaraan meer is gesleuteld. Voor deze groep blijft het oude, terughoudende regime gelden. Nieuwe gewassen die op deze manier zijn ontwikkeld, moeten nog steeds een uitgebreid toelatingstraject doorstaan voordat ze worden toegestaan.
De nieuwe regels gaan gelden voor zowel planten die in Europa zijn ontwikkeld als voor geïmporteerde planten. Een aantal producten, gemaakt van NGT-planten, is al op de markt buiten de EU. Het Europees Parlement noemt zelf als voorbeelden glutenarme tarwe, ziekteresistente aardappelen en droogtetolerante mais.
Niet in bio
De versoepeling geldt niet voor biologische producten. Maar als het technisch onmogelijk is om NGT-1-planten buiten de deur te houden, verlies je als bioproducent je licentie niet als het toch in je product zit.
In de regeling is ook een paragraaf opgenomen over de patentering van planten, een heikel onderwerp dat ook al vele jaren discussie oproept. Hierover bestaat een belangenconflict tussen veredelingsbedrijven die zekerheid willen of hun investeringen ook rendement zullen leveren, en kwekers die toegang willen hebben tot vrij beschikbaar uitgangsmateriaal. Maar deze kwestie is nog niet in detail uitgewerkt. Wel is er een hoofdlijn afgesproken. Een patent wordt mogelijk op nieuwe gewassen die via gentechniek zijn geconstrueerd. Maar eigenschappen die al in de natuur voorkomen of langs biologische weg zijn verkregen, kunnen niet gepatenteerd worden. Marktconcentratie wordt in de regeling tegengegaan en boeren moeten eerlijke toegang houden tot plantmateriaal, zodat zij zaad kunnen overhouden en opnieuw kunnen zaaien. Maar dit moet nog verder worden uitgewerkt.
De nieuwe regeling wordt over twee jaar van kracht, is de bedoeling.








