Iedere bodem heeft zijn eigen ideale mineralenbalans

Bemesten om de bodem te voeden geeft op den duur gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten, plagen, droogte of nattigheid. Foto: Cor Salverius

Bemesten om de bodem te voeden geeft op den duur gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten, plagen, droogte of nattigheid. Foto: Cor Salverius


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De Kinsey-Albrecht bemestingsmethode neemt de bodem en het bodemleven als uitgangspunt in plaats van de plant.De interactie tussen de mineralen in de bodem is veel belangrijker voor de gewasgroei dan algemeen wordt aangenomen. De verhouding tussen de mineralen heeft een groter effect op de opbrengst en kwaliteit van de gewassen dan het volume van de mineralen in de bodem. Dat is in het kort de boodschap van Marco van Gurp, directeur van N-xt Soil Services. N-xt Soil Services geeft bemestingsadvies en begeleiding met de Kinsey-Albrecht bodemanalyse als uitgangspunt.Lees onderaan dit artikel de ervaringen van akkerbouwer Arco Klok met de Albrecht bemestingsmethode.Juiste verhouding tussen elementenDe basisgedachte achter deze methode is dat de bodem in orde moet zijn om de plant goed te kunnen voeden. Dat begint met een goede chemische samenstelling van de bodem oftewel een juiste verhouding tussen de elementen. De verhouding tussen calcium, magnesium en kalium is daarin leidend. De ideale verhouding tussen de elementen is per grondsoort en perceel anders, dit hangt weer af van de textuur en het humusgehalte van de bodem. Op basis van deze verhouding stelde Albrecht rond 1900 rekenregels op om de optimale verhoudingen tussen de nutriënten te bepalen en op basis daarvan een bemestingsadvies te geven. Neal Kinsey heeft de analysetechniek en de bijbehorende rekenregels doorontwikkeld en hiermee de afgelopen 40 jaar wereldwijd ervaring opgedaan. N-xt Soil Services is sinds vorig jaar consultant van de Kinsey-Albrecht bodemanalyse in West-Europa.Structuur en bodemlevenDe filosofie is dat een optimale verhouding tussen de elementen leidt tot een optimale structuur van de grond en dat het bodemleven onder deze omstandigheden ook goed functioneert. Zo zijn plantenwortels en het bodemleven in staat om voldoende voedingsstoffen uit de bodem vrij te maken en op te nemen. Doordat de plant in dit systeem zelf bepaalt hoeveel van welke elementen het opneemt, ontstaat een meer evenwichtiger groei met weerbare planten met een hoger opbrengstpotentieel en betere kwaliteit. Op een langjarig proefveld in Renkum (Gld.) laat Marco van Gurp het verschil zien tussen een traditioneel bemestingssysteem en een systeem op basis van de Kinsey-Albrecht methode. De proef ligt op lichte zandgrond, waar het lastiger is om een bemestingsevenwicht te bewaren dan op kleigronden met een grote mineralenbuffer. Deze proef ligt al voor het zevende jaar en is nu ingezaaid met een BG 11 grasmengsel.Compost uitrijden. Aanvoer van organische stof is ook bij Kinsey-Albrecht belangrijk om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren. Foto: Hans BanusGroot verschilHet verschil tussen het traditioneel bemonsterde en met KAS bemeste deel en het volgens Kinsey-Albrecht bemeste deel is heel duidelijk. Het traditioneel geteelde object is donkerder groen en het gras hangt. Het gras op het Kinsey-Albrecht gedeelte staat daarentegen rechtop en is lichter van kleur. Uitkomsten van opbrengstmetingen tonen volgens Van Gurp aan dat de Kinsey-Albrecht systematiek meer droge stof produceert en dat de voederwaarde van het gras hoger is dan van het traditioneel bemeste deel.Resultaten van vergelijkbare meerjarige proeven met akkerbouwgewassen heeft N-xt Soil Services nog niet beschikbaar. Echter, de ervaring bij telers die volgens de Albrecht-methode bemesten, leert dat de structuur van de grond al vrij snel verbetert en dat de gewassen langer gezond blijven waardoor minder gewasbescherming nodig is. ‘Een overmaat van een element kan grote gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van andere elementen’.Klei-humuscomplexDe kern van de analyse is het bepalen van de grootte van het klei-humuscomplex, ook wel de totale uitwisselingscapaciteit (TEC) genoemd. Dat is de totale hoeveelheid mineralen die een bodem kan vasthouden. Dit verschilt per perceel. Zandgrond kan nu eenmaal minder mineralen bufferen dan kleigrond. Dat wil niet zeggen dat een zandgrond minder of slechtere opbrengsten voortbrengt. Een goede balans speelt daarbij een grotere rol dan de grondsoort.Het volgende criterium om de optimale mestgift te bepalen is het zogenoemde basenverzadigingspercentage. Dit is het procentuele aandeel van elk van de voedingselementen in TEC. Dit is voor iedere grond weer anders. Iedere bodem heeft een optimale procentuele verdeling van de voedingsstoffen, waarbij gewassen met de minste moeite de juiste hoeveelheid voedingsstoffen kunnen opnemen. Een juiste balans daarin is volgens Van Gurp essentieel. “Een overmaat van een element kan grote gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van andere elementen. Daarom kijkt Kinsey ook naar de elementen waar een overmaat aan is. Dus aanvullen bij tekorten en corrigeren bij een overmaat.”VijfstappenplanVan Gurp ziet de Kinsey-Albrecht bodemanalyse als de bouwtekening van de bodem. Als alles klopt, kunnen gewassen optimaal groeien. Om zover te komen hanteert N-xt Soil Services een vijfstappenplan om tot een betere bodemvruchtbaarheid te komen. De eerste stap is zoals gezegd een bodemanalyse volgens de Kinsey-Albrecht methode, waarbij de focus ligt op de uitwisselingscapaciteit van de bodem en de bezetting met calcium, magnesium, kalium, natrium en overige basen. Het resulterende advies creëert een ideale leefomgeving voor het bodemleven.De tweede stap is zorgdragen voor een actief bodemleven. Bodemleven zorgt voor een goede afbraak van organische stof uit mest, compost en gewasresten waardoor mineralen en sporenelementen beter voor de plant beschikbaar komen. De juiste verhouding tussen de elementen creëert ideale condities voor het bodemleven. Toedienen van extra bodemleven zal volgens Van Gurp alleen effect hebben wanneer de omstandigheden voor deze bacteriën of schimmels ook gunstig zijn. Alleen onder goede omstandigheden kan het gunstige bodemleven zich handhaven.De derde stap is maximaal aansturen op vorming van organische stof middels groenbemesters, toediening van compost, dierlijke mest en een vruchtwisseling waarmee organische stof wordt opgebouwd. De humus die hieruit gevormd wordt, is het smeermiddel voor de bodem en vormt weer een belangrijke bijdrage aan het TEC en daarmee aan de mineralenverhouding in de bodem.De vierde stap is het bijsturen van de hoeveelheid sporenelementen. De Kinsey-Albrecht analyse geeft precies aan welke sporenelementen en in welke hoeveelheden ze aangevuld moeten worden om de bodemprocessen goed te laten verlopen. Daarnaast geeft de analyse ook aan wat op gewasniveau aangevuld moet worden.Pas als laatste stap wordt op basis van gewasbehoefte bijgestuurd met de hoofdelementen stikstof, fosfaat, kali, magnesium en zwavel. Als de bodem eenmaal in evenwicht is, hoeft alleen de gewasonttrekking aangevuld te worden. Meer informatie op www.vruchtbarebodem.nl.Naam: Arco Klok (38). Woonplaats: Middenmeer (N.-H.). Bedrijf: Akkerbouwbedrijf van 57 hectare op zware zavelgrond. Het bouwplan bestaat uit aardappelen, bieten, uien, granen en soja. Foto: Cor Salverius‘De bodem meer voor je laten werken’Akkerbouwer Arco Klok bemest zijn percelen al sinds 2012 volgens de Albrecht-methode. Het grootste verschil met voorheen is volgens Klok dat zijn gewassen gezonder zijn. Als voorbeeld noemt Klok zijn wintertarwe; deze is begin juni nog helemaal vrij van gele roest terwijl deze schimmel in percelen in de omgeving wel voorkomt. Dat betekent overigens niet dat Klok zonder ziektebestrijding kan. Hij kan wel met een lagere dosering aan middelen toe. Wel spuit hij altijd op basis van advies bladmeststoffen mee om het gewas evenwichtig te laten groeien. Volgens de Albrecht-analyse is er op zijn grond vooral een tekort aan zink en koper. Traditionele analyse, methodes en adviezen gaven wel aan dat de toestand laag is maar koppelen daar geen concreet advies aan. Albrecht doet dat wel. In één keer rechttrekken kan niet en daarom spuit Klok jaarlijks zoveel als een gewas kan opnemen. In aardappelen leidt dat ertoe dat hij niet meer tegen alternaria hoeft te behandelen. Zijn ervaring is dat zolang hij bladmeststoffen geeft, alternaria geen kans krijgt. Phytophthora is een ander verhaal, hiermee kun je volgens de teler geen risico lopen. Maar ook hierbij durft Klok een lagere dosering aan te houden. De standaard meststoffen KAS en Kali 60 heeft Klok op basis van de Albrecht-filosofie uitgebannen. In plaats van KAS gebruikt hij nu zwavelzure ammoniak, dit bevat geen nitraatstikstof dat de planten opjut. K-60 gebruikt Klok niet meer vanwege de negatieve invloed op het bodemleven, hiervoor in de plaats gebruikt hij patentkali. Wat de omschakeling aan de opbrengstenkant gaat doen, weet de akkerbouwer nog niet, deze zijn in ieder geval niet minder geworden. Wel is hem duidelijk dat de kosten lager zijn, vooral door het lagere middelengebruik. Voor wat betreft de aardappelen heeft Klok wel het idee dat deze gezonder in de bewaring liggen, onderwatergewichten zijn goed te halen, bakcijfers zijn goed en bij de tafelaardappelen komen er veel netto kilo’s uit een kist. Na vijf jaar heeft de bodem nog niet het optimale mineralenevenwicht bereikt. Klok denkt dat hij nog een paar jaar nodig heeft voordat de bodem goed voor hem werkt. Zijn streven is om op een gezonde bodem gezonde gewassen te laten groeien die uiteindelijk gezond voedsel leveren.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.