‘Het moet en kan anders in de melkveehouderij’

Foto: Herbert Wiggerman
Voormalig dierenarts Nico Hoogland heeft veel reacties ontvangen op zijn opinie in de Volkskrant en Algemeen Dagblad. Naar aanleiding daarvan adviseert hij melkveehouders om het roer om te gooien. Het moet en kan anders, aldus Hoogland.Op het artikel in de Volkskrant en het Algemeen Dagblad van 22 juli 2020 met de titel ”Wie mishandelt eigenlijk onze melkkoeien?”, heb ik een overweldigend aantal reacties ontvangen. Op een enkele boze reactie na, werd mijn mening gedeeld. Daaruit mag je de conclusie trekken dat de consument de huidige ontwikkeling in de melkveehouderij afkeurt en de melkveehouderij een groot imagoprobleem heeft. Ik betreur dat ten zeerste. De veehouderij gaat me aan het hart, maar we kunnen de ogen niet sluiten voor de huidige ontwikkelingen met alle gevolgen voor dier, mens en milieu.De veehouderij gaat me aan het hart, maar we kunnen de ogen niet sluiten voor de huidige ontwikkelingen met alle gevolgen voor dier, mens en milieuWaarom is consument negatief gaan denken?Waarom is de consument zo negatief gaan denken over de veehouderij? Het antwoord ligt in de waarnemingen die de burger doet en hetgeen in de media wordt geschreven: minder of geen koeien in de wei; veel van de koeien die nog wel in de weide komen zijn zeer mager; de boerderijen zien eruit als grote industrieën;stank- en geluidoverlast; de aanhoudende negatieve berichten over slachterijen; consumptiemelk, die voedzaam is maar waar nauwelijks smaak aan zit; natuurgebieden die vergrassen onder invloed van de neergeslagen ammoniak vanuit de intensieve melkveeveehouderij; weidegebieden waar nauwelijks nog een weidevogel voorkomt.De weldenkende consument kan niet anders concluderen dat het slecht gesteld is in de melkveehouderij.Nadenken over mest en milieuonderwerpenDaarom is het zaak over mest en milieuonderwerpen na te denken. De huidige wijze van mestopslag en het injecteren van drijfmest zijn geen ideale methode om ammoniakemissies te voorkomen. Zonder al de huidige kennis deden onze (voor)ouders het toch beter: de mest werd van de urine gescheiden waardoor de vorming van ammoniak werd voorkomen. De koeien liepen veel langer buiten waardoor er ook geen menging van mest en urine plaatsvond. Het stonk niet op de boerderij en ook niet bij het uitrijden van de droge mest.Overschot aan mestMet het huidige overschot aan (drijf)mest in de melkveehouderij kan je niet veel meer doen dan injecteren op je eigen bedrijf of afvoeren naar andere landbouwbedrijven. Een overschot aan droge mest daarentegen is als biomassa nog te gebruiken en zou mogelijk een groot deel van het tekort aan biomassa oplossen. Blijft de urine nog over. Deze bevat ureum en is een ideale snelwerkende meststof. Gebruik van krachtvoerNaast de genoemde stikstofbelasting heeft de melkveehouderij nog een wereldwijd negatief milieueffect: het gebruik van krachtvoer. De Nederlandse melkkoe krijgt gemiddeld 1.800 kilogram krachtvoer per jaar. Bij 15% soja komt dat neer 270 kg soja per melkkoe per jaar, of 432.000 ton soja voor de Nederlandse melkveehouderij. Ik hoef u niet te vertellen wat er in Brazilië met de oerwouden gebeurt.De weldenkende consument kan niet anders concluderen dat het slecht gesteld is in de melkveehouderijHogere melkproductie, hogere mestproductieFriesland Campina voorspelt dat de melkproductie de komende 10 jaar met 10% per hectare toe zal nemen met 10% minder koeien. Dit betekent een nog hogere productie per koe en nog meer krachtvoer per koe. De mestproductie zal niet of nauwelijks afnemen. Weliswaar gaat men van een kleinere melkveestapel uit, maar bij een hogere melkproductie past een hogere mestproductie. Stop met turbo-koeHet moet dus anders. Maar hoe? Ik bepleit dat melkveehouders die voor de turbo-koe (een term die FrieslandCampina recent lanceerde) gaan, stoppen in hun streven naar een maximale melkproductie en overstappen op een dubbeldoelkoe die haar melkproductie alleen uit ruwvoer haalt. De lagere melkopbrengst kan geheel of gedeeltelijk worden goed gemaakt door de hogere opbrengst van de nuchtere kalveren, plus de hogere slachtwaarde van de melkkoe en lagere veterinaire kosten. Ook de langere levensduur van de koe en lagere opfokkosten, de kortere tussenkalftijd, de lagere investeringen in installaties en machines, het ontbreken van krachtvoer- en kunstmestkosten tellen door. WeidegangDaarnaast moet de melkveehouderij volledig terug naar weidegang. Bij een juist beweidingssysteem heeft dit bij een dubbeldoelkoe geen negatieve gevolgen voor haar productie. Bijkomend voordeel is dat zij zelf de mest en urine gescheiden van elkaar op het land brengt.Bij een juist beweidingssysteem heeft dit bij een dubbeldoelkoe geen negatieve gevolgen voor haar productieOok moet de drijfmest uit de stallen en moeten de strosystemen terug komen. Door rijke stromest uit te rijden keert het bodemleven terug en daarmee de weidevogels. Door gebruik van bio- of weidevogelgraszaad zullen de vogels terugkeren en krijgt de melk meer smaak dan nu het geval is.Bio-boeren laten zien dat het kanDe bio-boeren laten zien dat het kan. Zie hiervoor onder meer het Youtube-filmpje van Vroege Vogels – biologisch boeren met boer Jaring Brunia en het verhaal van veehouder John Arink dat op 21 juli om 22.25 uur werd uitgezonden via het programma Op1. Bedenk bij dit alles: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









