Gijsbrecht Gunter: ‘Uireka mist slag naar praktijk’

Gijsbrecht Gunter - Foto:
Het ketenbrede uienonderzoek Uireka ging begin 2020 de tweede fase van drie jaar in. Het wordt tijd dat telers de adviezen massaal ter harte nemen, zegt stuurgroepvoorzitter Gijsbrecht Gunter.De eerste drie jaar ging Uireka vooral over de kwaliteitsaspecten van de ui, nu duiken de werkgroepen wat verder de keten in. Voor een toekomstbestendige uienteelt wordt de zoektocht naar robuuste teeltsystemen geïntensiveerd. “Het middelenpakket wordt te snel afgebouwd”, zegt Gijsbrecht Gunter, voorzitter van de stuurgroep Uireka. “De politieke wil is sterker dan de wetenschap. We proberen dat te ondervangen met onderzoek.” Gijsbrecht Gunter: “Het doel van Uireka is verbetering van de uienteelt en daarmee de Holland Onion.”Gaat Uireka net zo enthousiast de tweede fase in als de eerste?“De betrokkenheid is nog steeds onverminderd groot, ook nu in coronatijd. De laatste plenaire bijeenkomst werd bijgewoond door zestig mensen. Zij maakten het hele programma mee. Nu zien we elkaar in Teams-vergaderingen. Gaat prima, want we werken toch veel in deelgroepen, maar natuurlijk helpt Covid-19 ons niet.”Hoe ondervinden jullie hinder van de coronacrisis?“Fysieke bijeenkomsten worden amper gehouden en in de kennisoverdracht zit nou net een gat. Wij doen onderzoeken en maken daar rapporten van. Dat loopt hartstikke goed, de resultaten staan op www.uireka.nl. De onderzoeken leiden tot praktische handvatten om de teelt te verbeteren. Het doorvertellen van de praktische handvatten op het boerenerf is echter onvoldoende. En als de resultaten niet bij de boer terechtkomen, is het zonde van het geld. Want daar doen we het allemaal voor natuurlijk: verbetering van de uienteelt en daarmee de Holland Onion.”Telers die de onderzoeksresultaten negeren, zijn mijns inziens niet serieus met hun vak bezigWat moet er gebeuren om de informatie goed bij de uienteler te krijgen?“Wij sturen elke maand een nieuwsbrief met onze vorderingen rond en dat loopt goed. Er is echter meer nodig voor de teler ook echt iets verandert in de bedrijfsvoering. Conclusies moeten breed worden uitgevent. Daar stokt het.” Hoe weet je dat?“Als ik een zaal toespreek en vraag wie Uireka kent, steekt iedereen de hand op. Dus dat zit wel goed. In de praktijk zien we echter niet dat boeren de resultaten daadwerkelijk massaal toepassen. Misschien zijn ze niet overtuigd van de onderzoeksresultaten, maar dan zou ik er meer discussie over verwachten. Misschien handelen veel telers uit gewoonte en is het lastig om daar iets in te veranderen. Zinvol is het in elk geval om erover in gesprek te gaan.” Kan het niet zo zijn dat uientelers simpelweg niet op Uireka zitten te wachten?“Dat lijkt me sterk, gezien de verbondenheid van betrokken partijen, het geld dat we erin steken en de resultaten die geboekt worden. Als telers, en andere ketenpartners, de resultaten negeren, zijn ze mijns inziens niet serieus met hun vak bezig. Zij laten kansen aan zich voorbij gaan. Ik zeg het bewust zo uitdagend!”We hebben bewezen dat rooien bij 60% groen loof het beste is voor de kwaliteitDe grote vraag is dus: hoe krijg je telers zover dat ze jullie boodschap ter harte nemen?“Het gebrek aan fysieke evenementen maakt het moeilijk om je verhaal over te brengen. Ik denk dat we een slag kunnen maken door de ‘erfbetreders’ actiever in te zetten. Al die buitendienstmedewerkers van bedrijven die bij Uireka zijn aangesloten, bedoel ik dan. Zij zitten vaak niet in onze werkgroepen, dat is meestal een leidinggevende, directielid of een onderzoeker uit het bedrijf. Zo missen we een belangrijke schakel in de keten. De schakel die juist op het boerenerf komt en regelmatig contact heeft met telers. Erfbetreders kunnen met die 3.000 uientelers die Nederland rijk is, discussiëren over de onderzoeksresultaten.”Wat zou je bijvoorbeeld graag terugzien in de praktijk?“De conclusies over oogsttijdstip, stikstofgift en bewaring. Die zijn heel duidelijk. Sommigen zeggen; dat is herhaling van wat we al weten. Herhaling kan echter heel functioneel zijn, want iets weten en ernaar handelen zijn twee dingen. Als uientelers onze bevindingen over oogsttijdstip, stikstofgift en bewaring echt ter harte zouden nemen, dan kan een enorme kwaliteitsslag worden gemaakt door deze drie heel eenvoudige zaken consequent toe te passen.”Hoe moeten telers dat dan doen?“Het zijn heel simpele, maar cruciale momenten voor het succes van je uienteelt. Zo hebben we bewezen dat rooien bij 60% groen loof het beste is voor de kwaliteit. In de praktijk betekent dat vaak nog iets vroeger, omdat je geen speelruimte meer hebt als het weer tegen zit. De tarrapercentages zijn dan lager. Daar is winst te halen, want de tarra moet er immers later weer worden uitgeraapt. Bovendien geeft tarra in de bewaring extra kosten en risico op verdere aantasting, bewaarproblemen of besmering. Bij de stikstofgift blijkt na drie jaar onderzoek dat het voor de meeste factoren, zoals opbrengst, tarra en huidvastheid, niet uitmaakt of je 130 of 180 kilo geeft. Enkele rassen scoren beter op hardheid bij 180 kilo stikstof, andere worden bij die gift juist zachter. Dat is afhankelijk van andere factoren, zoals grondsoort en neerslag. Ook timing is belangrijk; een late gift blijkt niet zinvol. Wat bewaring betreft, hebben we onlangs op basis van ons koprotonderzoek het advies aangescherpt. Een hogere temperatuur bij het nadrogen, een week op bij voorkeur 30 tot 32 graden, vermindert het percentage koprot. Die hogere temperatuur is nodig om voldoende vocht uit de ui te krijgen en dat vervolgens weg te blazen uit de partij. Meer onderbouwing en begrip voor het principe achter ‘drogen’ zou ook goed zijn, zodat je weet wat je waarom doet.”Bekijk ook het dossier: Heb je vragen over uienteelt?Hoe krijg je de erfbetreders zo ver dat ze het Uireka-verhaal vertellen?“Wellicht door cursusavonden en seminars voor ze te organiseren. Het gaat om honderden mensen die dagelijks bij de teler over de vloer komen, de taal van de boer spreken en een schat aan kennis hebben. Daar kunnen we een slag mee maken. Een programma van € 2,4 miljoen is prachtig om uit te mogen voeren, maar het moet wel voldoende opleveren in de praktijk.”Zijn er nog nieuwe onderzoeksresultaten die we moeten kennen?“Het reststromenonderzoek vind ik een interessante nieuwkomer. We hebben onderzocht wat de rol is van reststromen bij de verspreiding van ziekten en plagen. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat digestaat uit vergisters minder risicovol is dan drijfmest. Ook blijkt dat fusariumoverdracht naar andere percelen het beste wordt voorkomen door uienresten te vergisten of te verwerken tot groencompost.” Wat zijn nieuwe plannen in het Uireka-onderzoek?“Op de rassenlijst gaan we proberen watereffectiviteit van de rassen in kaart te brengen. Er zijn fysiologische eigenschappen die bepalen hoe goed een plant bestand is tegen droogte en wateroverlast. Denk aan de dikte van de waslaag, de plaats en hoeveelheid huidmondjes, lengte en complexiteit van het wortelgestel. Daarnaast zijn de irrigatieproeven breder neergelegd en daar zien we een positief effect. We kijken bovendien niet alleen naar de wetenschappelijke onderbouwing van de meeropbrengst, maar ook naar de meerkosten en praktische implementatie in het teeltsysteem. Dit zijn belangrijke onderzoeken voor een toekomstbestendige uienteelt.”Je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebtWat doen jullie om de druk op gewasbescherming te verminderen?“Kiemremmer MH is dankzij intensief lobbywerk in een schone vorm veiliggesteld tot 2032. Ondertussen zoeken we naar alternatieven, want we zijn als exportland sterk afhankelijk van dit product. We zien dat over de hele linie het middelenpakket voor de akkerbouw in een drastisch tempo wordt afgebouwd. Herbiciden, fungiciden, insecticiden; veel middelen staan op de nominatie om de komende twee jaar het veld te ruimen. Natuurlijk willen we met z’n allen toe naar een natuurlijk evenwicht en teelt met zo min mogelijk sturing met gewasbeschermingsmiddelen, maar op deze manier gaat het voor de praktijk te snel en komen de kwaliteit en betaalbaarheid onder druk. In sommige gevallen leidt het wegvallen van een middel zelfs per saldo tot een verhoogd gebruik van chemie en wordt het paard achter de wagen gespannen. De insectendruk is hoog, maar telers mogen geen fipronil of neonicotinoïden meer gebruiken. In de suikerbietenteelt zie je overal vergelingsziekte opduiken. De enige remedie is volvelds spuiten, waarbij veel meer actieve stof wordt toegepast. Noodgrepen zoals dit zijn niet de oplossing. Je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt, anders loop je op blote voeten. Opmerkelijk dat een land als Frankrijk, dat eerst pleitte voor het stoppen met die middelen in Europa, op nationaal niveau dezelfde middelen via de achterdeur weer toelaat.”Hoe zit dat in de uienteelt?“Treffend voorbeeld is de zaadcoating met Mundial. Sinds die niet meer is toegestaan, zien we de behoorlijke toename van uienvlieg, uienmineervlieg, trips en ritnaalden. Het gevolg is dat telers bij een volveldsbestrijding veel meer actieve stof moeten gebruiken dan bij de zaadcoating. Bovendien vind ik zaadcoating juist een heel mooi voorbeeld van precisielandbouw, waarbij met een uiterst kleine hoeveelheid actieve stof heel specifiek wordt gewerkt. Momenteel staan bijna tien middelen in de uienteelt onder druk. Onder politieke, wetenschappelijke en maatschappelijke druk. Wat ik echt zorgelijk vind, is dat daarbij soms aan stoelendans wordt gedaan en de onafhankelijke wetenschapper op de stoel van de politicus gaat zitten of, erger nog, andersom. De slag met de praktijk wordt bovendien te vaak gemist. Het gevolg wordt dan dat je toch een keer geen uien hebt. Die voorbeelden zijn er geweest afgelopen seizoen, in onder andere de Noordoostpolder.”Uireka 2.0 (2020-2022): toekomstbestendige uienteeltHet ketenbrede Uireka-onderzoeksprogramma richtte zich in de periode 2017-2019 voornamelijk op de fysieke kwaliteitsaspecten van de ui zelf. Het nieuwe onderzoeksprogramma in de periode 2020-2022 gaat een stap verder en focust vooral op duurzaamheidsaspecten en robuuste teeltsystemen. De volgende onderzoeksthema’s worden de komende jaren opgepakt:
1. Gebruikswaardeonderzoek (rassenlijst);
2. Irrigatie, droogte- en zouttolerantie;
3. Alternatieven voor maleïnehydrazide (MH);
4. Integrale insectenbeheersing;
5. Stengelaaltjes;
6. Weerbaarheid van het uiengewas (met duurzame teeltsystemen en groene middelen);
7. Fusariumrot (praktische handvatten).Wat is de oplossing?“Die onderzoeken we bij Uireka. Eerst constateren we welke problemen zich voordoen en hoe die komen. Als die worden veroorzaakt door het krimpende middelenpakket, gaan we op zoek naar alternatieven. Die testen we. Ook andere strategieën horen daarbij, zowel chemische als groene middelen en een weerbaarder gewas. Perspectieven zijn er wel, maar we hebben wat tijd nodig om die goed in beeld te krijgen, meerjarig te beproeven en te vertalen naar de praktijk.”Zo komt het ‘natuurlijke evenwicht’ in beeld?“We snappen allemaal dat we naar een meer geïntegreerde vorm van gewasverzorging moeten en we hebben daarin ook al stappen gemaakt. Wie dat ontkent, nodig ik graag uit. Een van onze werkgroepen richt zich specifiek op weerbare gewassen en alternatieven voor fungiciden en insecticiden. Die stip op de horizon is voor alle partijen hetzelfde. Het tijdspad ernaartoe verschilt echter. Onze oproep aan de politiek is: geef de sector tijd om die omslag te maken en doe intussen geen domme dingen waardoor je achteruit in plaats van vooruit boert.” Hoeveel impact heeft Uireka na de eerste drie jaar op politiek niveau?“Ik merk dat we echt wel op de kaart staan. We zitten op de juiste plekken aan tafel en werken aan oplossingen voor problemen in de uienpraktijk. Het is mooi dat alle ketenpartners meedoen. Naast het Platform Nederlandse Uientelers, dat aan de wieg stond van Uireka, is ook BO Akkerbouw goed aangehaakt, zowel financieel als inhoudelijk. Proeven kosten echter tijd, meerdere jaren. Ik vind het fijn dat er draagvlak is, dat we zo breed vertegenwoordigd zijn in de uienketen. De volgende stap is daar echt de vruchten van plukken en via de vertegenwoordigers doordringen op het boerenerf.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









