GD breidt strooiseltest uit en waarschuwt voor omgevingsbacteriën
De rol van omgevingsstreptokokken, zoals Streptococcus uberis, als mastitisverwekker neemt de laatste jaren toe. De aanwezigheid van omgevingsstreptokokken in strooisel heeft een sterke relatie met uierinfecties in het algemeen en uierinfecties met omgevingsstreptokokken in het bijzonder.

Boxenstrooisel kan een bron zijn van omgevingsgebonden mastitisverwekkers. GD Diergezondheid breidt de strooiseltest uit met Streptococcus uberis, naast E. coli en klebsiella. Foto: Jan Willem Schouten
Vanuit dat oogpunt breidt Royal GD het strooiselonderzoek uit. Naast E. coli en klebsiella wordt ook het kiemgetal van omgevingsstreptokokken bepaald.
Uitslag met adviezen
Veehouders kunnen ervoor kiezen de voorraad, de ligboxen of beide te bemonsteren. Ook het bemonsteren van strohokken is mogelijk. De uitslag geeft richting, met normen per type strooisel en praktische handvatten om de situatie op het bedrijf te verbeteren.
De infectiedruk in de omgeving wordt voor een groot deel bepaald door de hoeveelheid bacteriën die aanwezig zijn in de ligboxen, maar ook in het stro van het afkalfhok. Meerdere onderzoeken tonen aan dat E. coli- en klebsiella-mastitis vaker voorkomen bij gebruik van strooisel dat veel van deze verwekkers bevat.
In zomer hoger risico
GD komt nu met de uitbreiding van de strooiseltest, omdat in de zomermaanden mastitis vaker wordt veroorzaakt door een infectie vanuit de omgeving. Klinische mastitis en een verhoogd celgetal komen in de zomer vaker voor door een combinatie van een hogere infectiedruk en een verminderde weerstand bij koeien door warm weer.
Pak mastitis gericht aan
Veehouders kunnen mastitis vanuit de omgeving aanpakken door meer aandacht te besteden aan de infectiedruk in de omgeving. Dit kan door:
- verwijder dagelijks mest en natte plekken uit de ligboxen;
- strooi boxen regelmatig in met vers strooisel;
- reinig spenen en uier voor het melken goed;
- zorg voor een goede weerstand bij de koeien. Dit kan onder andere via een goed rantsoen. Ga hierover in overleg met de voeradviseur en dierenarts;
- voorkom hittestress. Koeien ervaren al vanaf een temperatuur van 20 graden hittestress. Zorg dus voor tijdige en goede koeling in de stal;
- maak een goed plan van aanpak voor het opsporen, behandelen en afvoeren van mastitiskoeien.









