Europees veebeleid: minder importvoer en einde aan kooien

Sojaoogst in Nederland. De Europese Unie wil de afhankelijkheid van import verminderen en voor een derde 35% in de eigen sojabehoefte voorzien. Foto: Cor Salverius
Minder afhankelijk worden van geïmporteerd veevoer, een einde aan de meest beknellende kooien voor kippen en varkens, en een sector die “uitmuntend” in de markt moet worden gezet: de Europese Commissie presenteert dinsdag een langverwachte veehouderijstrategie en een eiwitplan. Concrete en bindende doelen ontbreken echter grotendeels, op de twee aangekondigde wetsvoorstellen voor dierenwelzijn na.
Afhankelijkheid import afbouwen
De strategie heeft als doel om Europa minder kwetsbaar te maken voor geopolitieke schokken. Daarbij kijkt de Commissie met name naar de import van veevoer. Het overgrote deel, zo’n 75 procent, komt vooral uit landen als de Verenigde Staten, Brazilië en Argentinië. Dat zijn landen waarmee de handelsrelatie soms moeizaam verloopt. Om de afhankelijkheid af te bouwen stelt de Commissie een “benchmark” voor: in 2035 moet 35 procent van het veevoer van eigen bodem komen. Bindend is die doelstelling echter niet, benadrukt een EU-functionaris.
Om die doelstelling te halen, komen er stimulansen voor boeren om soja en andere eiwitgewassen te telen. Het geld hiervoor moet vooral komen uit bestaand EU-onderzoeksgeld en uit instrumenten binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Lidstaten worden door Europa gelijktijdig aangespoord om te investeren in opslag en verwerking van deze producten.
Ook wil de Commissie de import verbreden. Volgens de EU-functionaris schaalt Oekraïne de productie van eiwitrijk veevoer al op. Oekraïne heeft niet alleen een toekomst met de EU, maar volgens de functionaris ook al een gedeeld heden.
In de strategie staat verder dat Europese producten een betere promotie moeten krijgen. Er moet duidelijker gecommuniceerd worden dat Europese producten ‘uitmuntend’ zijn. Ook moet de weerbaarheid beter: daarmee doelt de Commissie op beter risicobeheer bij dierziekten en vaccinatie op wetenschappelijke basis.
Uitstoot verminderen, krimp veestapel geen doel
Een van de dossiers die boven de hele strategie hangt, is de uitstoot van de veehouderij in Europa. Volgens het Europees Milieuagentschap is de sector goed voor meer dan 65 procent van de totale broeikasgasuitstoot van de Europese landbouw. In de strategie staat vooral dat de Commissie inzet op betere metingen op bedrijfsniveau om emissies vast te stellen. Verder zet de Commissie vooral in op innovatie: meer methaanreducerend voer, methaanarme rassen en beter mestmanagement. Ook dit is vrijblijvend. Of de veestapel moet krimpen? Daar spreekt de Commissie zich niet over uit.
Onlangs paste het Voedingscentrum de Schijf van Vijf in Nederland aan door ook te kijken naar de klimaatimpact van voedsel: meer plantaardig, minder vlees, is de kernboodschap. In Europa klinkt die boodschap niet door. Van een oproep tot minder vleesconsumptie is geen sprake. Het eiwitplan, dat gelijktijdig met de veehouderijstrategie wordt gepresenteerd, moet consumenten vooral “geïnformeerde keuzes” laten maken, aldus de EU-functionaris, en mag niet worden aangegrepen om diëten te sturen.
Einde kooien, aangebonden zeugen en doden eendagshaantjes
Hoewel de plannen weinig concrete doelstellingen bevatten, kondigt de Commissie wel twee wetsvoorstellen aan. De dierenwelzijnsregels worden herzien: eind 2026 voor pluimvee, in het tweede kwartaal van 2027 voor varkens.
Voor kippen betekent dit het einde van de laatste toegestane kooivarianten (de zogeheten verrijkte of koloniekooien) en een verbod op het doden van eendagshaantjes, dat dankzij nieuwe technologie al vóór het uitbroeden kan worden voorkomen.
Voor varkens gaat het vooral om de kraamkooien waarin zeugen tijdens en na het werpen worden vastgezet; die moeten plaatsmaken voor ruimere hokken waarin de zeug vrij kan bewegen.
Beide wetten moeten bovendien gelden voor geïmporteerd vlees, dat straks aan gelijkwaardige welzijnseisen moet voldoen.








