‘Elke magere koe met vuile kont para-tbc verdacht’

Een besmetting met para-tbc is bij runderen ouder dan 2 jaar via mestonderzoek te ontdekken.
Voor para-tbc kent de vleesveehouderij geen centrale aanpak, terwijl deze ziekte veel schade veroorzaakt.Melkveehouders zijn vanuit de zuivel verplicht werk te maken van para-tbc op hun bedrijven. Voor vleesveehouders geldt die verplichting niet, en veel bedrijven zullen niet in de gaten hebben dat ze vee hebben met para-tbc. Dit komt vooral omdat runderen pas jaren na besmetting ziekteverschijnselen gaan vertonen.Toch zijn er volgens Thomas Dijkstra, dierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), een aantal bedrijven waar para-tbc een groot probleem is. Hoeveel vleesvee er precies besmet is, is niet bekend. “Elke koe die aan de magere kant is en een vuile kont heeft terwijl de rest van het koppel schoon is, is voor mij verdacht. En dat zijn er, als je zo door het land rijdt, nog best veel”, zegt hij.Para-tbc veroorzaakt vermagering en diarreePara-tbc is een bacteriële besmetting die door de Mycobacterium supspecies avium paratuberculosis wordt veroorzaakt. Vleesvee dat besmet is met para-tbc vermagert en heeft last van diarree. Verder blijven dieren achter in de groei en zijn minder vruchtbaar. Een schrale dekstier die wel goed vreet, is volgens Dijkstra ook verdacht: “Een stier geeft normaal in het dekseizoen wel wat conditie weg, maar zodra dat meer dan normaal is, kun je serieus aan para denken.”Een besmetting met para-tbc is bij runderen ouder dan 2 jaar via mestonderzoek te ontdekken. Foto: Jan Willem SchoutenDe precieze economische schade van para-tbc is niet bekend, maar een koe met klinische verschijnselen brengt amper de helft op van een gezonde koe.Besmetting met para-tbc door besmette melk of mestDe meeste runderen raken op jonge leeftijd besmet met para-tbc, met name door besmette melk of mest. Op een oudere leeftijd is de kans op besmetting lager. Een infectie op jonge leeftijd betekent niet dat er ook direct klinische verschijnselen zijn. Para-tbc steekt pas na jaren de kop op, stress kan een factor zijn waardoor de infectie zich uit.Bijkomend probleem is dat lang niet alle besmette dieren ook daadwerkelijk ziek worden. Die dieren zijn wel drager en scheiden de bacterie al wel uit, dit kan ook al op jongere leeftijd gebeuren. Door de lange incubatietijd is het lastig om een besmetting bij een dier vroegtijdig te ontdekken.Para voorlopig niet in keuringsvoorwaardenDe ongrijpbaarheid van para-tbc is een van de redenen waarom er geen eisen zijn opgenomen bij vleesveekeuringen. De keuringen zijn al langere tijd leptospirosevrij, de afgelopen jaren is daar IBR bijgekomen en de NVM van afgelopen jaar was voor het eerst BVD-veilig.“We zetten elke keer kleine stappen, om fokkers niet in een keer alles op de schouders te leggen”, legt Jos Bolk, voorzitter van de Federatie van Vleesveestamboeken Nederland, uit. Bolk sluit niet uit dat para-tbc de komende jaren wel op het lijstje komt te staan. Alleen is het een lastige ziekte om een vrij status te eisen.Klein overdrachtsrisico“De status zegt niet alles. Bij IBR of BVD is het echt zwart/wit, je bent vrij of niet. Maar para uit zich pas jaren na de besmetting. En ik denk dat het overdrachtsrisico op keuringen relatief klein is. De kans dat een dier met para besmet voer vreet of over de neus wordt gescheten, is heel klein.”Mestonderzoek en bloedonderzoekPara-tbc is op te sporen met melk-, bloed- of mestonderzoek. Voor vleesvee valt melk af. Het eerder genoemde probleem van de lange incubatietijd speelt bij onderzoek een rol. Onder een leeftijd van 2 jaar is de bacterie meestal niet in mest of bloed aan te tonen. Daarom hanteert de GD bij het bewakingsonderzoek een ondergrens van 2 jaar voor mestonderzoek en 3 jaar voor bloedonderzoek, bij aanvoer wordt geadviseerd op jongere leeftijd te onderzoeken ter voorkoming dat er besmette dieren worden aangekocht.De meeste runderen raken op jonge leeftijd besmet met para-tbc, met name door besmette melk of mest. Foto: Penn CommunicatieOnderzoekskosten drempel voor veehoudersDe kosten van onderzoek zijn € 7,38 voor bloedonderzoek en € 38,80 voor mest. Volgens Blonde-fokker Jan Staal, die ooit kampte met een fikse para-tbc-besmetting, zijn de onderzoekskosten voor veel van zijn collega-veehouders een flinke drempel. Maar daar staat tegenover dat het opruimen van een besmet dier de infectiedruk op het bedrijf direct verlaagd.Mestonderzoek in plaats van ELISA-testStaal adviseert collega-veehouders om mestonderzoek te doen: “De ELISA-test voor bloed zoekt op antistoffen, waardoor een besmet dier niet altijd naar boven komt. Mestonderzoek telt het aantal bacteriën die in de mest zitten. Voor die testmethode heb je maar een paar bacteriën nodig om al een positieve test te krijgen.”Para-tbc laat zich nauwelijks uitroeienPara-tbc-vrij worden is vrijwel onmogelijk. De bacterie kan op stal of op het land langere tijd overleven. Jonge dieren zijn het gevoeligst voor besmetting, maar kalveren niet bij de koe laten zogen en met bijvoorbeeld een drinkautomaat opfokken, is niet haalbaar. Bijkomend probleem is dat kalveren op zijn tijd ook bij een andere koe dan hun eigen moeder gaan drinken en zo een besmetting kunnen oplopen. Verder loopt het jongvee meestal op dezelfde percelen als volwassen dieren, door de overlevingskracht van de bacterie lopen ze daarbij dus risico.Opletten bij aankopen veeNaast het testen van eigen dieren is volgens Dijkstra winst te behalen op de aankoop van vee: “Waar komt het dier vandaan? Laat een potentiële aankoop van tevoren testen, dat geeft geen waterdichte garantie maar het is al wel een indicatie. Maar zorg ook voor schone en ontsmette vervoermiddelen.”Lees meer over para-tbc‘Er zijn bedrijven waar ik geen stier van zou kopen’Blonde-fokker Jan Staal is ervaringsdeskundige met para-tbc, een ervaring die hij niet meer wil meemaken. “25 jaar geleden had ik een fikse besmetting in het koppel, door individueel mestonderzoek heb ik die zo goed als teruggedrongen. Alles wat positief testte, heb ik afgevoerd, plus de laatste vrouwelijke nakomeling die op het bedrijf stond”, vertelt de veehouder en dierenarts.Geen zekerheidMet het stug volhouden is de infectiedruk in het koppel zoogkoeien sterk teruggedrongen. Tot nu toe is er geen positief dier meer aangetroffen. Maar dat biedt geen zekerheid, stelt Staal: “De laatste positief geteste koe was in 2010: een 10 jaar oude koe. Die kwam naar boven na een keer of 7 daarvoor nog als negatief naar voren te zijn gekomen.” De status 10 zegt daarom volgens Staal niet dat een bedrijf 100% vrij is, het bewijst alleen dat er de laatste 5 jaar niks meer is aangetroffen.Voor Jan Staal blijft para-tbc een aandachtspunt. “Samen met de buurman, die overigens ook scherp op para is, koop ik fokstieren. We kopen meestal oudere stieren en laten die eerst via de mest testen. Foto: Ruud Ploeg.Para-tbc blijft aandachtspuntVoor Staal blijft para-tbc een aandachtspunt. “Samen met de buurman, die overigens ook scherp op para is, koop ik fokstieren. We kopen meestal oudere stieren en laten die eerst via de mest testen. Het is geen 100% garantie dat zo’n stier vrij is, maar voor dat moment scheidt hij geen bacteriën uit. En bij ons gaat hij gewoon mee in de jaarlijkse mestonderzoeken”, legt hij uit.‘Veehouders moeten meer werk maken van para-tbc’Wat de fokker betreft mogen collega’s meer werk maken van para-tbc. “Je ziet van allerlei rassen nog te vaak een paar koeien in het koppel die te mager zijn en vuile billen hebben. Daarom zijn er best wel bedrijven waar ik niet direct een stier van zou willen kopen. Daar geboren zeker niet. En als het een aangekochte stier is, wil ik als eerste weten op welke leeftijd hij op zo’n bedrijf is gekomen. Want hoe ouder ze in aanraking komen met para-tbc, hoe kleiner het risico dat ze ziek worden en zelf de bacterie gaan uitscheiden.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









