Eiwitplan raakt vooral koe in transitie

Foto: Roel Dijkstra
Er is veel te doen over de voermaatregel van landbouwminister Carola Schouten. Wat is het effect op de diergezondheid? Volgens deskundigen krijgt een klein deel van de bedrijven mogelijk problemen met een deel van de dieren. Zij zien ook oplossingen.De ‘Regeling Diervoeders in verband met stikstof’ doet veel stof opwaaien in de melkveehouderij. Vanaf 1 september moet de tijdelijke regeling van vier maanden bijdragen aan een lagere stikstofdepositie om de vergunningverlening voor onder andere de bouw weer los te trekken. Kort gezegd mogen melkveehouders in die periode geen eiwitrijke krachtvoeders op het bedrijf hebben (zie kader).Tekst gaat verder onder de fotoBoeren uit de omgeving van Leiden demonstreerden maandagavond tegen de voermaatregel. - Foto: Roel DijkstraEmotiesHet voerspoor of eiwitplan leidt tot grote emoties bij veehouders, wat de afgelopen dagen ook bleek tijdens de diverse protesten. De veehouderij voelt zich geslachtofferd om maar weer huizen te kunnen bouwen. Er zijn qua milieuwinst en effectiviteit kanttekeningen te plaatsen, maar voor de minister is de juridische haalbaarheid om snel stikstof te winnen nu het belangrijkste. Het is inmiddels een beladen dossier waarbij de emoties hoog oplopen. Er staan financiële belangen op het spel, maar de aandacht gaat vooral uit naar de mogelijke gevolgen voor de diergezondheid. Hoe zit het daarmee?Lees ook: Schouten: snap dat voermaatregel emoties oproeptRisico op vervettingNaast een negatief effect op de kostprijs waarschuwt een groot deel van de veehouderij, inclusief dierenartsen, voeradviseurs en hun belangenorganisaties, voor de gevolgen voor diergezondheid en dierenwelzijn. In een enquête van dierenartsorganisatie KNMvD geeft 70% van de gevraagde rundveedierenartsen aan gezondheidsproblemen te verwachten. De dierenartsen noemen onder andere vervetting tijdens het einde van de lactatie, wat leidt tot een grotere kans op melkziekte, leververvetting en slepende melkziekte. In het algemeen wijzen ze op een verminderde weerstand en vruchtbaarheid als gevolg van eiwittekort. Ook de biestkwaliteit en de groei en vitaliteit van kalveren kunnen onder druk komen. De voorspelde problemen zijn gebaseerd op onderzoek, maar vooral op ervaringen op melkveebedrijven waar de rantsoenen niet in balans zijn en de transitieperiode moeizaam verloopt.70% van de dierenartsen geeft aan problemen te verwachten‘Enorme uitdaging’Ruurd Jorritsma, universitair hoofddocent herkauwersgezondheidszorg aan de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht, heeft met een collega kenbaar gemaakt dat het ‘een enorme uitdaging wordt’ om voor alle dieren en lactatiestadia een passend rantsoen te maken. Veehouders die daar niet in slagen, hebben volgens hem een grote kans op suboptimale melkproductie en daardoor vervetting van de melkkoeien met alle problemen van dien. Het exact inschatten van de kans hierop is volgens Jorritsma echter niet mogelijk.Omstandigheden bepalen omvang problemenOok Jan Dijkstra, universitair hoofddocent diervoeding van Wageningen University & Research, is voorzichtig. Volgens hem bepalen de specifieke omstandigheden, zoals het rantsoen en voederwaarde van de kuilen, mede in hoeverre er problemen zijn te verwachten op een bedrijf. Harde getallen hoeveel en hoelang er dan onder de eiwitnorm gevoerd kan worden voor er problemen ontstaan, zijn volgens de onderzoeker niet beschikbaar. “Het blijft een algemene indruk.” Het is dus lastig inschatten wanneer er precies problemen gaan ontstaan.Tekst gaat verder onder het kaderEiwit afhankelijk van grondsoortDe wijziging van de Regeling Diervoeders in verband met stikstof gaat gelden van 1 september tot 1 januari 2021. De maximale hoeveelheid eiwit in krachtvoer die een veehouder in die periode op voorraad mag hebben, is afhankelijk van de grondsoort. Op löss- of zandgrond mag het voer niet meer dan 191 gram ruw eiwit per kilo bevatten. Op kleigrond is dat 171 gram en op veengrond 164.
Bij een melkproductie tussen de 14.000 en 20.000 kilogram per hectare gelden er ruw eiwitgehaltes van 192, 172 en 164 gram ruw eiwit per kilo voer op respectievelijke grondsoorten. Bij een melkproductie boven de 20.000 kilogram per hectare is dat 193 voor zand- en lössgrond, 173 voor kleigrond en 165 gram ruw eiwit per kilo voer voor veengrond.
Voor de bepaling van de reductie van het ruwe eiwitgehalte geldt het referentiejaar 2018. De regeling geldt ook voor eiwitrijke producten als sojaschroot en raadzaadschroot. Natte bijproducten als bierbostel en tarwegistconcentraat zijn uitgezonderd van de regeling.
Bedrijven die ruwvoer verstrekken met een laag eiwitgehalte, met veel mais of natuurgras, mogen de hoeveelheid ruw eiwit in het totale rantsoen verhogen naar 155 gram. Bedrijven moeten dit aan kunnen tonen via de KringloopWijzer.Beperkt aantal koeienDe regeling van Schouten geeft naar verwachting vooral problemen op (intensieve) bedrijven met veel mais in het rantsoen. Die liggen met name in het oosten en zuiden van het land. Ook grasbedrijven op veengrond worden wel genoemd. Binnen die groep bedrijven betreft het met name de koeien rondom de transitie. Verder heeft een deel van de ondernemers nog mogelijkheden om met voedermiddelen te schuiven om de dieren ongeschonden door deze gevoelige periode te loodsen.Zo afgepeld blijft een beperkt aantal koeien over waar het mis zou kunnen gaan. Het probleem is dat bedrijven waar dat gebeurt, er lange tijd de negatieve gevolgen van zullen ondervinden. Vervetting en de bijkomende problemen stoppen niet bij het begin van de nieuwe lactatie.Tekst gaat verder onder de fotoKrachvoeders met een hoog eiwitgehalte zijn vanaf 1 september verboden om te voeren. Dat moet bijdragen aan het verlagen van de stikstofuitstoot. Met management en creativiteit kunnen veehouders problemen met gezondheid voorkomen, verwachten dierenartsen. - Foto: Herbert WiggermanVakmanschap en inventiviteitAdviseurs geven aan dat straks het vakmanschap en inventiviteit van de veehouder medebepalend zullen zijn voor de werkelijke uitwerking. Ondernemers die nu al moeite hebben om koeien gezond door de transitieperiode te loodsen, hebben waarschijnlijk een groter probleem dan waar de droogstand en opstart vlekkeloos verlopen. “Veehouders die deze periode goed kunnen managen, komen er beter doorheen dan anderen”, zegt Bas Toxopeus, rundveedierenarts bij De Oosthof.Veehouders die goed managen komen er beter doorheenBas Toxopeus, rundveedierenarts bij De OosthofZijn collega Dick de Lange van dierenartsenpraktijk AdVee: “Gemakkelijk zal het niet zijn, zeker niet op bedrijven met veel mais die ook nog eens veel last hebben van de droogte. Maar er zijn altijd mogelijkheden.” Dat vraagt onder andere creatieve (voer)oplossingen, zoals aangepast mengvoer of schuiven met ruwvoer, naast eventueel optimalisatie van de omstandigheden. “Een aantal zal niet de laatste liters melken en je hebt niet alles in de hand. Maar wij zien niet de grote problemen zoals ze zijn voorspeld.”‘Geen beste regeling’Voeradviseurs zijn bijna unaniem kritisch over de regeling en de impact ervan. In navolging van brancheorganisatie Nevedi noemen nutritionisten en specialisten het een onwerkbaar voorstel dat niet aansluit bij de praktijk. Het bijsturen en finetunen van een rantsoen met een eiwitrijke grondstof is immers niet meer mogelijk. Daardoor daalt de totale efficiëntie van het rantsoen en nemen de kosten toe.Veilige marges in rantsoenenDijkstra deelt de zorgen, maar geeft ook aan dat in rantsoenen meestal veilige marges gehanteerd voor de verschillende nutriënten. Dat geldt ook voor het aandeel eiwit in het voer. Dat maakt hem echter nog geen voorstander van de aanpak. “Het is geen beste regeling. Ik snap dat de minister wil sturen op minder eiwit. Maar deze maatregel is niet goed doordacht en beter zou zijn als veehouders konden sturen op rantsoenniveau.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









