Een gezonde lever levert tijdswinst op
Een gezonde koe zorgt voor een planbare en efficiënte werkdag. Zieke koeien, vruchtbaarheidsproblemen of stofwisselingsstoornissen verstoren dit en leiden tot veel ongepland en tijdrovend werk. De transitieperiode is daarom cruciaal. In deze fase wordt de basis gelegd voor een goede vruchtbaarheid en een sterke weerstand in de volgende lactatie. Daarbij is niet alleen de pens belangrijk, maar vooral de lever: de energiemotor van de koe.

Foto's: Agrifirm
5 stappen om leverproblemen voor te zijn
De rol van de lever
De lever speelt een centrale rol in de stofwisseling, met name bij de vorming van glucose. In tegenstelling tot andere zoogdieren kan de koe zelf glucose aanmaken. Dit gebeurt voornamelijk in de lever en is essentieel voor melkproductie, immuniteit, energievoorziening en vruchtbaarheid.

In de pens worden uit het rantsoen vluchtige vetzuren gevormd: azijnzuur, boterzuur en propionzuur. Deze worden via de penswand opgenomen en naar de lever getransporteerd. Vooral propionzuur wordt in de lever omgezet in glucose. Glucose is onmisbaar voor de:
- Melkproductie: voor één liter melk is circa 72 gram glucose nodig.
- Immuunsysteem: glucose is de enige energiebron voor afweercellen.
- Energievoorziening: na de uier en het immuunsysteem wordt glucose gebruikt door spieren en organen.
- Vruchtbaarheid: een negatieve energiebalans door glucosetekort verlaagt de vruchtbaarheid.
Glucoseverdeling en lichaamsreserves
Niet alle lichaamscellen kunnen glucose direct opnemen; hiervoor is insuline nodig. De uier vormt hierop een uitzondering en krijgt altijd voorrang in de glucosevoorziening. Door de hoge melkproductie worden sommige weefsels tijdelijk minder insulinegevoelig, waardoor de koe lichaamsreserves aanspreekt. Dit is normaal, zolang het binnen grenzen blijft.
Ketonen en leververvetting
In de opstart van de lactatie wordt vaak vet afgebroken om voldoende energie te leveren. Dit vet wordt omgevormd tot vrije vetzuren (NEFA’s) en komt in de lever terecht. Deze worden deels omgezet in energie. Echter, bij een overmatige afbraak van lichaamsvet ontstaan ketonlichamen. Een beperkte hoeveelheid is geen probleem, maar een teveel leidt tot ketose. Een te hoge hoeveelheid ketonlichamen is toxisch voor de koe.
Ketose is in de stal vaak onzichtbaar, maar heeft op de langere termijn grote gevolgen als:
- Verhoogde kans op baarmoederontsteking, lebmaagverdraaiingen en langer aan de nageboorte staan 1,2,3,4,9,11
- De immuniteit van de koeien neemt af 5,6,11
- De vruchtbaarheid verloopt minder goed (latere eerste tocht en minder kans op dracht na inseminatie) 1,4,8,9,11
- De melkproductie wordt niet gehaald (300-500 kg melk per lactatie) 2,3,4,8
- Verhoogde kans op gedwongen vervroegde afvoer 1,9,11
- Bij extreme vetmobilisatie kan de lever zelfs vervetten, waardoor de glucoseproductie blijvend wordt verstoord.
In vijf stappen naar een gezonde lever
Gelukkig is het met de juiste stappen goed mogelijk de lever gezond te houden.
- Streef naar een tussenkalftijd van 380-400 dagen om vervetting te beperken.
- Beperk stress in de droogstand, en voer een uitgebalanceerd droogstandsrantsoen met voldoende eiwit.
- Zorg voor een rustige afkalfomgeving met voldoende ruimte en drinkwater.
- Voorkom stress in de opstartfase, voer een smakelijk rantsoen met veilige energie en additieven die de lever ondersteunen. Met TopStart-brok voorzie je precies in de juiste leverondersteunende stoffen voor een optimale start van de lactatie.
- Monitor verse koeien actief via MPR, robotdata en bepalingen zoals NEFA-metingen (in melk) of ketonenmetingen in het bloed (via je dierenarts).
De lever is betrokken bij vrijwel alle processen in de koe. Door de transitieperiode goed te managen en signalen zoals verhoogde NEFA-waarden of ketose serieus te nemen, blijft de lever gezond.
Gezonde lever, gezonde koeien en een zorgeloze werkdag!
Wil je meer weten over levergezondheid in de transitieperiode of heb je behoefte aan advies op bedrijfsniveau? Neem dan contact op met je Agrifirm-adviseur.
Producten die de transitiekoe ondersteunen
- Propyleenglycol: verhoogt de bloedglucosespiegel zodat de koe minder lichaamsreserves hoeft aan te spreken.
- Pensbestendige choline en methionine: maakt transporteiwitten voor vetten zodat de lever niet vervet raakt.
- Betaine: deels gelijk aan choline en methionine en zorgt voor een goede vochtbalans in o.a. de levercellen.
- Niacine: remt de afbraak van lichaamsvet en verlaagt de kans op ketose.
Bronvermelding
1 Leblanc (2010) 2 Duffield T (2009) 3 Dohoo (1984) 4 Ospina (2010) 5 Sartorelli et al. (1999) 6 Zdzisinkska B et al. (2000) 7 Duffield T (2000) 8 Walsh et al. (2007) 9 Tuffarelli V (2024) 10 Rutherford A.J. (2016) 11 Overton T.R. (2017)







