Deskundige mest: ‘Maak bemestingsadvies leidend’

Foto: Anne van der Woude

Foto: Anne van der Woude


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Een evenwichtige bemesting werkt uiteindelijk het best op opbrengst en kwaliteit. Ook op droge zandgronden, want het bemestingsadvies houdt rekening met de bemesting op deze grondsoort, stelt Albert-Jan Bos.Er is nogal wat discussie over ruwvoeropbrengst op droge zandgronden. Verschillende adviseurs geven aan dat, gezien de droge zomers, het lastig is om gedurende het seizoen goede ruwvoer(gras)opbrengst te halen. Ze adviseren daarom meer te mikken op de eerste en tweede snede als de vochtvoorziening nog veelal redelijk is. Men is ook geneigd dan meer te geven voor die eerste en tweede snede. En dan twee keer te maaien. De eerste keer rond eind april en nog een keer rond eind mei. Is dat een goede strategie, of kan je beter een keer maaien met hogere opbrengst? En wat betekent een hogere kunstmestgift op de eerste sneden voor de latere sneden? Albert-Jan Bos, rundveeadviseur bij DLV Advies en lid van de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen (CBGV) geeft zijn visie. Lees verder onder de foto. Albert-Jan Bos (53) uit Ureterp (Fr.) is werkzaam als rundveeadviseur bij DLV Advies en lid van Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen. Zijn specialisme is mest en mineralen. Daarnaast heeft hij nog een melkveebedrijf met 45 melkkoeien. - Foto: Anne van der WoudeWat betekent drie droge jaren op rij voor de ruwvoerproductie?“We zien duidelijk lagere drogestofopbrengsten, met name in die regio’s waar het werkelijke neerslagtekort groot was. Er zijn duidelijk regionale verschillen. De flinke ruwvoervoorraden die er op veel bedrijven ruim aanwezig waren begin 2018, zijn de laatste drie jaar voor een groot deel opgebruikt.”Welke problemen hebben veehouders op droge zandgronden met betrekking tot ruwvoerteelt en opbrengst?“Het is duidelijk dat in de eerste plaats watertekort direct opbrengst kost. Daarnaast lijdt de kwaliteit van het gewonnen voer eronder. Het brengt een lager ruweiwitgehalte en door meer verhouting daalt de verteerbaarheid en zo ook de voederwaarde in gras. En in de snijmais leidt vochttekort tot een lager tot zeer veel lager zetmeelgehalte. Ook lijdt de grasmat onder zeer droge en hete omstandigheden. Het gevolg is een hard achteruitlopende botanische samenstelling. Goed scoren in de KringloopWijzer wordt dan lastiger door minder eiwit van eigen grond, een hoger stikstof-bodemoverschot en hogere carbonfootprint.”Er zijn adviseurs die aangeven om meer op eerste en tweede snede te focussen. Hoe staat u daar in?“Het gaat in de eerste plaats om op jaarbasis een goede opbrengst en kwaliteit te oogsten. Als je de hoogste jaaropbrengst qua droge stof en voederwaarde in kilo-VEM wilt halen, blijft in mijn optiek evenredig bemesten volgens het advies het beste. Op een doorsnee zandgrond scheelt dat 2 tot 3% in de jaaropbrengst, in vergelijking met de eerste en tweede sneden relatief meer geven en waardoor er te weinig overblijft voor de latere sneden. Dat is op bedrijven met een krappe ruwvoervoorziening een relevant verschil.” Lees verder onder het kader. Commissie zorgt voor een onafhankelijk bemestingsadviesDe Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen is een initiatief van LTO Nederland en wordt gefinancierd door ZuivelNL. De commissie zorgt voor een onafhankelijk bemestingsadvies voor iedereen. Het bevat bemestingsadviezen voor grasland, grasklaver, graslandvernieuwing, mais, granen voor GPS, voederbieten en luzerne. Ook geeft de commissie adviezen op gebied van beweiding, bijvoorbeeld het Nieuw Nederlands weiden. In de commissie hebben verschillende partijen zitting, zoals Wageningen University & Research, LTO, Nutriënten Management Instituut, DLV Advies, Eurofins Agro en Louis Bolk Instituut.Voor de eerste en tweede snede is de vochtvoorziening vaak nog voldoende. Begrijpt u de strategie om meer op die eerste en tweede snede te focussen?“Ja, het bemestingsadvies voorziet daar ook in. Op percelen waar je droogteschade verwacht, zul je met name in de zomer lichtere sneden oogsten en/of een snede missen. Hierdoor wordt de te verwachten jaargift van stikstof lager dan in het geval dat je geen droogteschade hebt. Omdat, zeker op de zandgronden, de wettelijke gebruiksnorm lager is dan het landbouwkundig advies moet je je snedegiften korten. Op een droge grond hoef je minder te korten dan op een goed vochthoudende grond, omdat de te verwachten optimale gift lager is en dus dichter bij de gebruiksnorm ligt. Voor de eerste snede maaien bij een sterk droogtegevoelige grond betekent dat zo’n 20 kilo stikstof extra bemesten.”Zet de bodem zo vlot mogelijk aan het werkWanneer zou de eerste mest gegeven moeten worden?“Wat mij betreft kan dan vlot na 15 februari, op voorwaarde dat het land goed berijdbaar is en er draagkracht voldoende is. Zet de bodem maar zo vlot mogelijk aan het werk. Wat betekent meer (kunst)mest voor benutting en opbrengst?“Stikstof werkt vervroegend, dus bij een hogere bemesting kun je een paar dagen eerder maaien. Als je bij dezelfde opbrengst maait, heb je door de hogere bemesting een hoger ruweiwitgehalte in het gras. Bij elke 10 kilo meer stijgt het eiwitgehalte met 6 gram per kilo droge stof. Maar dat geldt vooral voor de eerste en tweede snede.”Direct na de weersomslag bemesten hoeft nietMeer bemesten in eerste en tweede snede geeft tekort voor bemesting zomer en najaar?“Als vocht beperkend is, voegt extra stikstof niets toe. Dan moet je helemaal niet bemesten. Als het droog is en je verwacht dat het gras nog wel langzaam doorgroeit, zal je een lagere gift moeten geven. Als het weer omslaat en de grasgroei komt weer op gang is er nog veel ongebruikte stikstof in de bodem. Dan komt er ook nog veel vrij door mineralisatie van mest en organische stof. Direct na de weersomslag bemesten hoeft dus ook niet. Het hangt er dus veel vanaf wanneer de vochtvoorziening weer goed is wanneer je weer gaat bemesten. Het kan zijn dat je uiteindelijk minder bemest dan de gebruiksruimte toelaat. Gebruik niet alles op in het najaar. Dat leidt tot onnodige verliezen en kost gewoon geld.”Wat betekent vervroegen van de teelt?“Dit gaat slechts om een aantal dagen, dus dat is niet echt schokkend. Maar je zult wat makkelijker meer eerste en tweede snede gras oogsten.”Moet gebruik worden gemaakt van gedeelde kunstmestgift vóór eerste snede?“Kies op zand in eerste instantie voor een voorjaarsmeststof, dus een meststof met een hoog aandeel ammonium. Dit spoelt niet snel uit. Een gedeelde gift voegt dan weinig toe. Als je met KAS of KAS-S werkt, zou ik wel kiezen voor een gedeelde gift om het gras op tijd aan de groei te krijgen. Daarnaast beperkt dit het risico op uitspoeling van nitraat. Breng altijd de mest er zo vroeg mogelijk op, zodat het gras al wel over stikstof beschikt om op te starten.”Doet CBGV onderzoek naar alternatieve (kunst)mestgift voor droge zandgronden?“Op dit moment wordt daar binnen CBGV niet naar gekeken. In de tabellen staan de landbouwkundige adviezen. Vaak is de gebruiksruimte minder. Onder de tabellen staat nog heel veel uitleg. Veehouders zouden dat moeten doornemen, want die toelichting is belangrijker dan de kale cijfers. Dan zie je ook dat er op droge zandgrond al meer wordt bemest dan bijvoorbeeld op een goed vochthoudende zandgrond.”Wat is in uw optiek het best. Eén zware snede in het voorjaar of twee keer een lichte?“Ik zou liever kiezen voor een eerste snede van 3 tot 3,5 ton droge stof. Veel zwaarder moet het niet worden want dan dreigt groeivertraging. Vooral bij droog zonnig weer duurt het herstel langer en de botanische samenstelling lijdt onder zware sneden. Lichtere sneden maaien betekent ook meer inkuilkosten, maar ook een hoger ruweiwitgehalte. In de droge zandgebieden zit vaak vlot mais in de rantsoenen. In dat kader past een hoger ruweiwitgehalte wel. Het is en blijft maatwerk per bedrijf.”Welke andere nutriënten kunnen bijdragen aan betere opbrengst?“Natuurlijk zijn alle macro-elementen van belang. Tekorten aan bijvoorbeeld kali of fosfaat kunnen beperkend worden in de opbrengst. Dus moet het aanbod en de beschikbaarheid van alle elementen op niveau zijn. In de praktijk is op zand vaak een extra zwavelbemesting nodig naast de dierlijke mestgift. Dit is ook belangrijk voor de eiwitopbouw in het gras. En natuurlijk dient de zuurgraad (pH) op peil te zijn.”Kan er op gebied van onderhoud en verzorging nog winst worden gehaald?“Je kunt denken aan een breed scala van maatregelen en keuzes die je kunt maken in het management. Dat begint al met het vasthouden van water door stuwtjes te plaatsen, of duikers tijdelijk af te sluiten. Soms is waterinfiltratie met peilgestuurde drainage een mogelijkheid en natuurlijk kan je kiezen voor beregening. Maar ook het gebruik van bepaalde gras/klaver/kruidenmengsels die dieper wortelen en daardoor het vocht uit een groter deel van de bouwvoor kunnen halen, produceren langer door onder droge omstandigheden. Op drogere percelen past wisselteelt met tijdelijk gras, liefst met kruiden en klaver afgewisseld met mais goed. Jong gras wortelt ook de eerste twee jaar dieper en de mais profiteert van de extra organische stof uit de grasperiode.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.