‘Circulair varken is mogelijk, verdienmodel ontbreekt’

Karel van der Velden - Foto: Bert Jansen
Het varken kan een grotere kringloopfunctie krijgen door granen in voer te vervangen door reststromen. Hier een keten rondom vormen, blijkt niet gemakkelijk, stelt Karel van der Velden van Nijsen Company.De druk op het milieu en de claim op landbouwgrond is voor milieuorganisaties hét argument tegen de intensieve veehouderij. De varkenshouderij noemt als tegengeluid de kringloopfunctie van het varken, maar moet dat volgens Karel van der Velden, business development manager bij Nijsen Company, nog meer uidragen. “Het voeren van granen aan dieren voor voedselproductie in plaats van te gebruiken voor humane consumptie is niet efficiënt. Door het aandeel granen geheel of gedeeltelijk te vervangen door reststromen wordt niet alleen het grondgebruik voor de productie van veevoer maar ook de CO2-voetafdruk van varkensvlees en tegelijkertijd van de humane voedselketen verminderd.”Karel van der Velden (56) is als business development manager bij Nijsen Company in Veulen (L.) verantwoordelijk voor product- en afzetontwikkeling. - Foto: Bert JansenWat is eigenlijk het aandeel van voer op de CO2-voetafdruk van varkensvlees?“Uit berekeningen van Blonk Consultants blijkt dat voer goed is voor 70 tot 80% van de voetafdruk, de rest wordt veroorzaakt door mestopslag en transport.”Als voer zo’n groot aandeel heeft, wat bespaart de varkenshouderij dan door granen te vervangen door reststromen?“Het is mogelijk om 100% van de granen te vervangen door bakkerijresten. Dat zijn hoogwaardige grondstoffen gebaseerd op baktarwe, gecombineerd met vetten en suikers. Doorgerekend op consumentenniveau naar varkensvlees bereik je dan een reductie van circa 40%.”Hoe kan de sector dat gegeven beter gebruiken?“Door de voetafdrukreductie die door het aanpassen van voergrondstoffen ontstaat door te vertalen naar het vlees. Het Voedingscentrum hanteert een voetafdruk van 12,4 kilo CO2-equivalent voor een kilo varkensvlees. Trek daar die 40% eens van af, dan kom je rond 7 kilo uit. Dan krijg je een heel andere discussie over de milieubelasting van vlees.”We willen in samenspraak met boer, overheid en ngo’s een circulaire keten opzettenWat heb ik hier als varkenshouder aan, los van het argument dat ik milieutechnisch beter bezig ben?“Momenteel niet veel qua opbrengst, want het vlees verdwijnt nu nog op de grote hoop. Varkens doen het op dit hoogwaardige voer uitstekend, maar vrijwel geen varkenshouder zal nu zomaar overstappen vanwege duurzaamheid, wel vanuit rendement. Daar ben ik me van bewust. Daarom moeten we werken aan een verdienmodel: een hogere varkensprijs en afzetzekerheid.”Een nieuw concept of keten dus?“Inderdaad. We kijken nu hoe we een circulaire varkensketen kunnen opzetten in samenspraak met varkenshouders, lokale overheid en Natuur&Milieu. De uitdaging is om voor alle dilemma’s de meest optimale oplossing te vinden. Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk. Het is essentieel dat wij daarom breed met alle betrokkenen dit met open vizier oppakken. Samenwerking met ngo’s is belangrijk. Kijk maar naar de rol van Wakker Dier bij de uitrol van Kipster. Die zeggen nu: “Wil je een eitje eten? Neem dan het dier- en milieuvriendelijkere Kipster-ei.” Juist als ngo’s de consument triggeren, koopt 15 tot 20% een dergelijk gelabeld product.”Er ontstaan reststromen die een betere bestemming kunnen krijgenHoe wil je dat bereiken?“Varkensvlees verschijnt via diverse wegen op het bord van de consument. Misschien moeten we eerst inzetten op dat deel van de consumentenmarkt dat gevoelig is voor argumenten zoals een kleine CO2-voetafdruk. Zie het een beetje als het Beter Leven-keurmerk. Dat begon ook klein en nu is 1 ster de nieuwe basis.”Hoe ga je dat aanpakken?“Het eerste streven in de hele keten moet zijn verspilling zoveel mogelijk te vermijden. Helemaal nul is onmogelijk, omdat je daarvoor dieren, met name varkens en kippen, juist een grotere rol moet geven. Zo wordt bijvoorbeeld van elke drie calorieën die de retail verkoopt één weggegooid. Supermarkten gooien producten voor het eind van de verkoopdatum al weg, een klein deel belandt bij de voedselbank. Er ontstaan reststromen die een betere bestemming kunnen krijgen door via een circulair concept terug te keren in het winkelschap.”Er zijn zoveel andere producten als bakwaren. Wat zijn daar de mogelijkheden?“Voor andere producten zou het mooi zijn als de swill-behandeling weer mogelijk zou worden. Zo is het in Japan mogelijk om onder strikte voorwaarden vleeshoudende levensmiddelen te verwerken en op te nemen in varkensvoeders. De voedselveiligheid voor mens en dier mag niet in gevaar gebracht worden. Die waarborging voorkomt schandalen zoals we die in het verleden hebben gehad.”Hoe voorkom je dat ‘cowboys’ die snel geld denken te verdienen in zo’n productietak springen?“Door borging. Vergelijk het met de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal dat in onze veevoergrondstoffen terecht kan komen en de monitoring daarop. Hoewel geen verpakkingsmateriaal in diervoer mag voorkomen, ‘gedoogt’ NVWA een maximumgehalte van 0,15% in het eindproduct. Zes bedrijven die bijproducten en reststromen verwerken, aangesloten bij de vereniging Vido, hanteren een maximum van 0,1%.”CO2-voetafdruk restproducten tot tien maal kleiner dan van granenNijsen Company (tot 2021 Nijsen/Granico) verwerkt in Veulen (L.) jaarlijks 100.000 ton reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie (bakwaren, snoep en chocolade) tot grondstoffen voor veevoer. Een deel van de productie is bestemd voor het Kipster-concept.Nijsen liet afgelopen jaar door Blonk Consultants de CO2-voetafdruk van varkensvlees en voeders en voergrondstoffen die Nijsen produceert, doorrekenen. De verschillende vochtige producten hebben een berekende voetafdruk van 41 tot 42 kilo CO2-equivalent per 1.000 kilo product. Een droog product als PowerBanket heeft door het energieverbruik bij het droogproces een voetafdruk van 91,6 kilo CO2-equivalent per 1.000 kilo.Volgens de Klimaattoets van de Nederlandse Vereniging van Diervoederindustrie (Nevedi) heeft tarwe een voetafdruk van 472 kilo CO2-equivalent per 1.000 kilo en mais 577 kilo equivalent. Door het geheel of gedeeltelijk vervangen van granen door reststromen kan de voetafdruk van veevoer en uiteindelijk van varkensvlees verkleind worden.Welke producten uit de foodsurplus zijn het gunstigst in de CO2-voetafdruk?“Dat hangt af van de behoefte van het dier en diens spijsvertering. Die van het varken lijkt veel op die van de mens, kippen komen daarna het dichtst in de buurt. In principe zijn dus alle voedselresten geschikt, alles met graan als basisingrediënt scoort hoog. Baktarwe is daarbij hoogwaardiger en beter verteerbaar door de bewerkingen die het ondergaat voor humane consumptie.”Hoe zit het met de beschikbaarheid?“De consument is verwend op kleur en maat waardoor er steeds meer productieresten komen die nooit in de winkel terechtkomen wegens snijresten of verpakkingsfouten. Ook productontwikkeling speelt een rol. Er worden veel tonnen weggegooid tijdens ontwikkeling en opschaling voor een nieuw product daadwerkelijk in de winkel verkocht wordt. Zodra een nieuw product loopt, krijgen we misschien maar 1% restafval. Mislukt een marktintroductie dan gaat het om tonnen. Er blijft dus een continue stroom.”Door reststromen in voer te verwerken, verminderen de CO2-voetafdruk en de kosten om van die reststromen af te komenHoe groot is het aanbod vanuit de foodsector?“In Nederland is tussen 7 miljoen en 8 miljoen ton producten, zoals bierbostel en tarwezetmelen, beschikbaar die wel feed-waardig zijn, maar die mensen niet willen of kunnen eten. Daarnaast wordt jaarlijks zo’n 350.000 ton voormalige levensmiddelen tot diervoer verwerkt. Natuur&Milieu concludeert dat daarvan jaarlijks zo’n 17 miljoen varkens gevoerd kunnen worden.”Genoeg dus om alle Nederlandse varkens te voeren, maar de varkensstapel krimpt. Wat betekent dat voor deze grondstoffen?“Krimp van de veestapel zou betekenen dat een deel van de producten niet meer afgezet kan worden en producenten moeten betalen voor het vergisten of weggooien. Uiteindelijk komen die kosten op het bordje van de consument. Daarom ben ik van mening dat de veevoerindustrie juist toegevoegde waarde heeft voor de food-industrie. Door reststromen in voer te verwerken, verminderen de CO2-voetafdruk en de kosten om van die reststromen af te komen.”Je schetste net het Nederlandse aanbod aan foodsurplus. Hoe groot is het Europese aanbod?“Volgens cijfers van EFFPA (European Former Foodstuff Processors Association) wordt door de aangesloten bedrijven jaarlijks zo’n 3,5 miljoen ton verwerkt tot diervoeding. In de EU-27 en het VK wordt ongeveer 5 miljoen ton verwerkt tot diervoeders. Die hoeveelheid zal toenemen naar 7 miljoen ton in 2025.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









