CBb: melkveehouder te hard geraakt door peildatum

Foto: Mark Pasveer
Door een bijzonder afkalfpatroon op het bedrijf is een biodynamische melkveehouderij te zwaar benadeeld door het fosfaatreductieplan.Tot dat oordeel komt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Een opmerkelijke uitspraak, omdat het tot nu toe de eerste voor een melkveehouder positieve uitspraak is bij het juridisch aanvechten van de Regeling Fosfaatreductieplan. In deze zaak had RVO de melkveehouder over het jaar 2017 een heffing op gelegd van bijna € 60.000 omdat er te veel vrouwelijk rundvee werd gehouden dan het aantal op de peildatum van 2 juli 2015 toeliet.Afkalven in wintermaandenDe melkveehouderij, met 171 stuks melkvee en 208 stuks jongvee met een melkopbrengst van 900.000 liter, heeft in tegenstelling tot de meeste andere melkveehouderijen een andere afkalfperiode. Er wordt niet in de zomermaanden, maar in de wintermaanden afgekalfd. Het gevolg is dat er juist rond de peildatum minder vee op het bedrijf wordt gehouden. De reden hiervan is dat het bedrijf een door Vogelbescherming Nederland erkende weidevogelboerderij is die in het voorjaar rekening houdt met broedende weidevogels en opgroeiende kuikens. Volgens de veehouder kan pas rond 1 juli gras gemaaid worden en is het pas vanaf dat moment ‘voorjaar’ voor het bedrijf.Uit diertelkaarten over 2012 t/m 2017 blijkt dat het bedrijf in januari/februari het hoogste aantal dieren heeft staan en in juli/augustus het laagste aantal. Het verschil is minimaal 11 GVE en maximaal 30 GVE. In die jaren is het bedrijf niet gegroeid. De veehouder heeft in 2018 fosfaatrechten kunnen kopen zodat hij het bedrijf met dezelfde omvang kon voortzetten.Terecht beroep op hardheidsclausuleVolgens het CBb is in dit geval terecht een beroep op de hardheidsclausule gedaan. De peildatum pakt heel ongunstig uit; het verschil in GVE in de periodes is aanzienlijk. Van de melkveehouder mag niet gevraagd worden dat hij voor het jaar 2017 zijn gehele bedrijfsvoering wijzigt om aan heffingen te ontkomen. “Een aanpassing van de bedrijfsvoering is niet een kwestie van maanden, maar van jaren, terwijl de aanpassing maar voor één jaar noodzakelijk was,” aldus het CBb. “Bovendien zou een geforceerde eenmalige aanpassing enkel in 2017, gelet op het specifieke type bedrijf met een specifieke keten van afnemers, de sinds jaar en dag gebruikelijke en per 2018 binnen de regels voort te zetten bedrijfsvoering ernstig frustreren.”GemiddeldeVolgens het CBb moet voor het referentieaantal uitgegaan worden van het gemiddelde tussen het hoogste en laagste aantal dieren op het bedrijf in 2015. Uitgaan van het hoogste aantal is volgens het CBb ook niet redelijk, omdat het fosfaatreductieplan van iedere melkveehouder een reductie van de veestapel vraagt. Volgens de CBb-uitspraak moet de melkveehouder er 11,44 GVE bij krijgen. Aan de hand daarvan moet RVO bepalen of de melkveehouder een heffing of een solidariteitsgeldsom moet betalen of juist recht heeft op een bonus.Betrokken advocate Marjet Bartelds van Benthem Gratama is tevreden met de uitspraak. “Volgens mij is het de eerste voor een boer positieve fosfaatreductieplan-uitspraak van het CBb. Ik begrijp de redenering van het CBb om op het gemiddelde aantal dieren in 2015 te gaan zitten wel. We wachten de beslissing van RVO af, in ieder geval gaat de boete naar beneden.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









