Bovengronds mest uitrijden blijft discutabel

Er is meer onderzoek nodig om te bewijzen dat bovengronds uitrijden van runderdrijfmest meer en beter gras oplevert dan zodenbemesten.
Kringloopboeren stellen dat bovengronds mest uitrijden een beter bodemleven oplevert dan zodenbemesten. Bewijs daarvoor ontbreekt nog.Na de introductie van ligboxenstallen met drijfmestkelders hebben veehouders zo’n 30 jaar lang mest bovengronds uitgereden. In 1994 werd emissiearme mestaanwending op grasland verplicht om de ammoniakuitstoot te verminderen. Maar niet alle boeren wilden mest in de graszoden injecteren. Een groot deel van leden van Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) en de vereniging Noordelijke Friese Wouden (NFW) stelt dat zodenbemesten nadelig werkt op het bodemleven. Het netwerk Grondig, de belangenorganisatie voor de grondgebonden en de biologische melkveehouderij, deelt die mening. Dit jaar hebben 382 boeren een ontheffing voor bovengronds mest uitrijden. In 2017 waren dat nog 424 boeren. De voorwaarden zijn te lezen op rvo.nl.Betere mest producerenDe VBBM- en NFW-boeren verminderen de ammoniakemissie. Zij richten zich met hun bedrijfsvoering op een gesloten stikstofkringloop. “Het gaat niet alleen om bovengronds mest uitrijden, maar ook om productie van een betere kwaliteit mest. Dat begint al met het voeren van de koe”, zegt VBBM-voorzitter Erik Valk. Een eiwitarm en structuurrijk rantsoen en mest uitrijden bij regenachtig weer verlagen de ammoniakemissie. “Dan pak je het probleem bij de bron aan en is het geen end-of-pipe-oplossing.”‘Er vindt rotting van mest plaats, in plaats van fermentatie of rijping’De verhouding tussen organisch gebonden stikstof en ammoniumstikstof in gangbare runderdrijfmest is ongeveer 50-50. “Door onze werkwijze is dat circa 70-30, dat levert al 20% minder emissie op. We zorgen dat mest fermenteert in plaats van dat het rot en dat werkt positief op het bodemleven.”Volgens landbouwsocioloog en bemestingsonderzoeker Anton Nigten komen in gierkelders giftige gassen en vaste verbindingen vrij, doordat er te weinig koolstof in de drijfmest zit, te veel eiwitresten en te weinig zuurstof. “Er vindt rotting van mest plaats, in plaats van fermentatie of rijping. Daardoor komen bacteriën tot ontwikkeling die schadelijk zijn voor de bodem”, meent Nigten.Artikel gaat verder onder de tweet.PERSBERICHT: De vele ammoniakmaatregelen in de afgelopen 30 jaar hebben geen meetbaar effect op de hoeveelheid ammoniak in de https://t.co/RrAiO69P7c— De VBBM (@De_VBBM) 18 mei 2018Wetenschap ontbreektDe vraag is of bovengronds mest uitrijden een aantoonbaar beter bodemleven, een betere stikstofbenutting en grasopbrengst oplevert in vergelijking met zodenbemesten. Het wetenschappelijke bewijs hiervoor ontbreekt. “Buitenlands onderzoek is er ook niet, want in geen enkel ander land injecteren melkveehouders mest in de zode”, zegt Foppe Nijboer. Hij is voorzitter van netwerk Grondig en biologische melkveehouder in Friesland en werkt al jaren volgens het kringloopprincipe. Onderzoek naar verschillen tussen bovengronds mest uitrijden en mest injecteren in de zode en de effecten op de bodem en weidevogels is schaars. Uit een éénjarige veldproef in 2015 in opdracht van NFW blijkt dat bovengronds uitrijden dezelfde resultaten geeft op ds-opbrengst, N-benutting, N-recovery, fosfaatopbrengst en fosfaatrecovery in vergelijking met zodenbemesten. Uit een kleine VBBM-veldproef in augustus 2017 blijkt dat bovengronds mest uitrijden beter is voor het bodemleven dan zodenbemesten (zie tabel hieronder. Onderaan het artikel kan de tabel gedownload worden).Uit een VBBM-onderzoek blijkt dat 8 dagen na bemesten bovengronds bemesten met 9 ton/ha het meeste aeroob bodemleven oplevert. Hierbij maakt het bodemleven ook de meeste nutriënten vrij uit de mest en bodem per ton gegeven mest. Biodiversiteit“Schadelijke effecten van zodenbemesting op bodemleven en bodemstructuur op de lange termijn zijn nooit overtuigend vastgesteld”, zegt Frank Verhoeven van Boerenverstand, die het wel zeer aannemelijk vindt dat bovengronds mest uitrijden beter is voor het bodemleven dan zodenbemesten. “Alleen is er geen bewijs dat schade aan het bodemleven door zodenbemesten leidt tot een slechtere N-benutting van het gras.”Het beleid stuurt sterk op emissiefactoren. Verhoeven vindt dat er te weinig aandacht is voor biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid, waterkwaliteit, lachgasemissie, weersomstandigheden bij mest aanwenden en bodemverdichting. De berekende ammoniakemissies zijn veel hoger dan ammoniakconcentraties in de lucht die het RIVM de afgelopen jaren heeft gemeten. “Het huidige mestbeleidsysteem is een werkbaar systeem, maar het is niet meer gebaseerd op de werkelijkheid. Laat staan op wat goed is voor de bodem. Voor werkelijke milieuwinst kunnen boeren beter sturen op het verlagen van stikstofverliezen dan op emissiefactoren”, vindt Verhoeven.Artikel gaat verder onder de foto.Er is meer onderzoek nodig om te bewijzen dat bovengronds uitrijden van runderdrijfmest meer en beter gras oplevert dan zodenbemesten.PraktijkervaringDe veehouders, die bovengronds mest uitrijden, zien in de praktijk dat de kwaliteit van de bodem en het gras beter wordt. “We hebben geen geld voor wetenschappelijk onderzoek”, zegt Valk. Hij ziet na 4 jaar bovengronds mest uitrijden dat zijn grasland goed produceert zonder kunstmest bij een lage bemesting van 10 kuub rundermest per hectare.‘Meer uitwerpselen van regenwormen in de bodem zorgen voor een 10 keer hogere fosfaatbeschikbaarheid voor de plant’Volgens Nijboer is kringloopboeren een kwestie van lange adem. “De bodem verbetert heel langzaam bij de door ons toegepaste strategie”, meent Nijboer. Everhard van Essen, bodemdeskundige van Aequator Groen & Ruimte, heeft profielkuilen gegraven op grasland van Nijboer. “Ik heb talloze bodems visueel beoordeeld. Bij Nijboer valt op dat het bodemleven veel beter is dan gemiddeld, er zijn veel meer regenwormen en kleine insecten. Ook is de zandgrondstructuur kruimelig en dat duidt op meer lucht en zuurstof in de bodem”, zegt Van Essen. “Meer uitwerpselen van regenwormen in de bodem zorgen voor een 10 keer hogere fosfaatbeschikbaarheid voor de plant. Nuttige bacteriën en schimmels in de bodem zie je niet met het blote oog.
Daarvoor is microbiologisch onderzoek nodig, maar dat is duur.”Van Essen vindt dat het landbouwbeleid een te eenzijdige focus heeft op ammoniakemissie. “We moeten nadelige effecten van zodenbemesten met rottende mest beter in beeld krijgen. Want alleen een gezonde bodem kan gezond gras leveren voor een gezonde voedselproductie.”Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









